Column

Jeep van ’t Hek

Youp van ’t Hek

foto thinkstock

Links rijden in een auto waar het stuur rechts zit is al ingewikkeld genoeg, dus moet je een automaat nemen omdat je dan niet met je linkerhand hoeft te schakelen. Ik citeer een vriend, die graag goede adviezen geeft. Hij bemoeide zich dit keer met mijn voorgenomen reisje naar de Schotse Hooglanden. Ik wilde eigenlijk met mijn eigen antieke midlife-auto gaan, maar de boot naar Newcastle zat vol. Mijn vrouw was het met die vriend eens. We moesten een automaat huren. Ik zei dat ik het in Glasgow wel zou zien. Voorlopig had ik via internet een Mini gereserveerd. Vond ik zelf best aantrekkelijk. Op de bonnefooi in een Mini door het schitterende Schotse land. En dat schakelen dat zou wel loslopen. Ik ben een tweebenige voetballer, schrijf rechts en gooi links. Ambidexter noemen ze dat. Kortom: niks aan de hand.

De automaat werd een dingetje. Iedereen bemoeide zich er mee. Waarom was ik nou weer zo eigenwijs? Waarom altijd die kont tegen de krib? Wat maakte het nou uit? Als een automaat nou zoveel gemakkelijker, dus veiliger is. Of ik een dodelijk ongeluk op mijn geweten wilde hebben? Ik herhaalde dat ik het in Glasgow wel zou zien.

Afgelopen maandag kwamen we daar aan en vroeg ik (watje!) aan de mevrouw van Europcar of ik mijn vrolijke Mini mocht ruilen tegen een truttige bejaardenbak. Ze zocht lang in haar computer en mompelde toen in scheef Schots dat ze nog één automaat had. Ik ving het woord Jeep op en dat leek me een mooi alternatief. In een Jeep tussen de Lochs. Een zacht Zwitserlevengevoel kwam tot mij. Ik sloot heel even mijn ogen en zag ons vanuit de Jeep naar een beekje vol spartelende zalmen staren. Misschien ging ik wel een hengel kopen en lieslaarzen en een rookoventje en...

Hij was wel veel duurder dan de Mini. Ik zei dat het goed was, zette zeventien handtekeningen en kreeg de sleutel. De auto stond in vak 36B.

En daar stond hij inderdaad. De Jeep. Alleen niet zo’n romantisch jungleding waarin tweedehands zeepsterren in opwaaiende zomerjurken door woestijnen crossen als ze meedoen aan aanstellerige overlevingsprogramma’s, maar een bak. Een tank waarmee ik probleemloos in mijn eentje de orde kan herstellen in Syrië, Jemen en Irak. Een auto die met gemak borrelende hooligans en stakende politieagenten uit elkaar houdt en die niet kantelt als ie in een dorp een brug op zijn plek moet leggen.

Ik klauterde er in en had ruim een uur nodig om de auto te begrijpen. Eerst zuchtend en later tierend probeerde ik de 921 knopjes uit. Ruitensproeiers sproeiden, wissers wisten, daken gingen open, net als de achterklep, stoelen schoten spontaan in de slaapstand en de GPS kon alles. Alleen niet vertellen waar we heen wilden. In dat uur suggereerde mijn vrouw een paar keer om terug te gaan naar de receptie en hem alsnog te ruilen voor een lieve schakelmini. Ik wilde er niets van weten. Dat schakelen was veel te gevaarlijk.

We zijn op een gegeven moment gaan rijden. Links. Heel erg links zelfs. Moest nogal wennen aan de idiote breedte van de auto, die ik inmiddels de troetelnaam Leopard heb gegeven. En alle Schotten kunnen zien waar ik tot nu toe gereden heb. Van Glasgow tot Edinburgh zijn de lantaarnpalen door mijn buitenspiegel gekust en zijn de bermen voor jaren gemaaid. Ook heb ik Loch Ness eindelijk zijn monster gegeven. Zelden zoveel tegen gevels gekleefde toeristen gezien.

Niet ver van St. Andrews belde mijn goede vriend Frank de Boer met de mededeling dat zijn kogels op zijn en of ik een advies had. Ik raadde hem aan een Jeep te kopen en die in de defensie van zijn kleuterelftal te zetten. Hij zou vragen of dat mocht van Johan.

Als u dit leest moet ik nog twee dagen. Stapvoets ploegen we ons door dit prachtige land. Om ons heen dartelen speelse Mini’s, die stuk voor stuk naar ons toeteren. Of we het overleven? Geen probleem. In deze gepantserde auto (inmiddels zonder wieldoppen en buitenspiegels) kan je niet dood. Rest mij nog wel een vraag aan Blaricum en Wassenaar waar 90 procent in dit soort aanstellerij rondrijdt: lieve, lieve kakkers, leg het me een keer uit: hoe doen jullie dat?