Je politiepet in de fik steken heeft geen effect meer

Niet eerder werd er met protesten door de politie zo weinig resultaat geboekt. Op het kantoor van de Politiebond worden ze bedacht. „Er zijn genoeg acties te bedenken waar de minister nog meer last van krijgt.”

Een ‘wilde actie’ van de politie op de Dam in Amsterdam in 1988. 24 uur lang deelden de agenten geen boetes uit. Foto Koen Suyk/ ANP

De klok slaat tien uur. Op de tweede verdieping van een kantoorpand buiten het centrum van Woerden belt een medewerker de lunchbestelling door. Tweemaal twee krentenbollen. Zes kroketten. En nee, het is geen soepweer vandaag.

Op de afdeling van de Nederlandse Politiebond, te midden van (te vullen) koektrommels en mannen in geblokt overhemd, valt het vergaderkamertje achterin nauwelijks op. Er staat een tafel, en wat computers. Het whiteboard wordt geflankeerd door vetplanten en aan het plafond hangen twee frivole lampen van Ikea. In de hoek staat een politierolstoel met sirene, ooit gebruikt bij een vakbondsactie tegen afbraak van de pensioenen.

Verder oogt de ruimte bescheiden, gezien zijn impact. Want het is dit vergaderkamertje van waaruit alle politieacties dezer dagen worden geleid. Hier, in het landelijk actiecentrum van de politiebonden, is bedacht om afgelopen april met politieauto’s op de snelweg niet harder te rijden dan zestig, met files tot gevolg. De politieacties tijdens de Touretappes begin juli zijn er uitgezet. Hier is ook bedacht om meldingen van burenruzies, ‘prio 3 of 4’, niet meer op te nemen. En ook de laatste actie, geen politie-inzet bij de eerste speelronde van de Eredivisie dit weekend, komt uit dit vergaderhok vandaan. Vijf wedstrijden gaan nu niet door.

Geen zweem van alcohol meer nodig

Om zulke acties voor te bereiden is de zweem van alcohol en sigaretten niet meer nodig.

Actievoeren voor een betere cao, want daar gaat het de politie om, verloopt tegenwoordig slim, zakelijk, professioneel. „Bij acties in de jaren zeventig staken we onze petten in de fik, die gooiden we dan in de Hofvijver”, zegt de 66-jarige oud-agent Jan-Dirk van Oostayen, nippend aan een koffie in het kamertje. „Dat was toch een andere tijd.” Nu gaat actievoeren volgens hem veel meer om diplomatie.

Van Oostayen is vandaag samen met beleidsadviseur Sander van der Bent (31) en Rob Andringa (58), agent en vakbondsbestuurder, aanspreekpunt voor de achterban. Met wisselende vertegenwoordigers werken de vier bonden bij de acties samen. „We willen één verhaal uitdragen”, zegt Van der Bent.

Over nieuwe ideeën voor protest bellen en mailen leden vrijwel dagelijks. Het actiecentrum maakt een selectie. Van der Bent: „Collega’s kwamen met de suggestie het ministerie af te sluiten en ambtenaren de toegang te ontzeggen. Dat is te extreem.” Andringa: „Iets strafbaars, daar voelen collega’s zich niet prettig bij. We zijn handhavers, dat druist in tegen onze natuur.”

Advocaten toetsen of het haalbaar is

De beste ideeën werken ze in het actiecentrum uit waarna de voorzitters van de bonden hun goedkeuring moeten geven en ook eigen advocaten toetsen of het haalbaar is. Daarna gaat het actieplan naar minister Ard van der Steur (Veiligheid, VDD), die de plannen kan aanvechten bij de rechter. Zo werd op 16 april de geplande werkonderbreking tijdens de Cybertop in Den Haag door de rechter verboden. Ook als de politie de Tourrit door Rotterdam zou stilleggen, dreigde een rechtsgang. Het actiecentrum heeft de actie toen beperkt en dat was oké, zegt Andringa. „We hadden al genoeg publiciteit.” En ze kregen van burgemeester Aboutaleb de gelegenheid optimaal in beeld te komen. Aan de Erasmusbrug verscheen een spandoek met ‘Van der Steur, kom over de brug’.

Slogans worden bedacht door de communicatieafdeling, zegt Van der Bent. „Ze moeten kort en duidelijk zijn. Want zo’n cao-brief, die leest niemand.” Voor de kleur van de actieposters geldt dat er minstens wat blauw in moet zitten.

De fase om met fluitjes en vlaggetjes op het Binnenhof te gaan staan, is geweest. „Daar krijg je de achterban niet meer voor warm”, zegt Andringa. Tegelijkertijd: je moet de ludieke fase bij cao-acties eerst hebben gedaan. Meteen met een heftig actiemiddel beginnen kan niet. De rechter zal dat sneller verbieden zolang de bonden niet eerst alle alternatieve acties hebben geprobeerd. „Het gaat dus om de opbouw: van ludiek naar steeds zwaarder.”

Bij politie ontstond de onvrede over de huidige cao-plannen nadat in december de oude overeenkomst afliep. De politiebonden stelden hun werkgever, het ministerie van Veiligheid en Justitie, een ultimatum om tegemoet te komen aan hun eisen voor een nieuwe cao (loonsverhoging, betere arbeidsvoorwaarden).

Toen dat eind februari niet gebeurde organiseerden de bonden in maart de eerste acties: geen bonnen uitschrijven bij overtreding en een toeterprotest van één minuut. In april was er een protestloop naar het Malieveld en reden politieauto’s langzaam op de weg. In mei begonnen de bonden met werkonderbrekingen. In juni waren bureaus tijdelijk gesloten voor aangiftes en in juli probeerden de bonden de Tourkaravaan te stoppen.

Acties hebben steeds meer impact

Nu, in augustus, zullen de acties steeds meer impact hebben. Uitgestelde voetbalwedstrijden en politie die weigert te komen zolang een melding niet ernstig genoeg is. Die actie loopt elke week een dag langer. Andringa: „Het is idee is: als burgemeesters er maar genoeg last van krijgen zullen ook zij de minister onder druk zetten voor een betere politie-cao.” Financiële prikkels kunnen helpen. Zo flitsen veel agenten automobilisten nu pas als ze minimaal 40 kilometer te hard rijden. De Staat loopt zo flink wat inkomsten mis.

Intussen geeft Van der Steur geen duimbreed toe. Andringa snapt er niets van. Zoveel maanden actievoeren zonder enig resultaat, dat heeft hij na 35 jaar in de vakbond niet eerder meegemaakt.

Maar ach, de druk kan altijd opgeschroefd. „Er zijn genoeg acties te bedenken waar de minister nog veel meer last van krijgt”, zegt Van der Bent.

Hoe lang de politie dit nog kan volhouden? Andringa, vastbesloten: „Jaren.”