‘Het is best zwaar om met een kasteel je geld te verdienen’

Karin de Rouw (54) en Jos Hoenen (58) werken samen op hun kasteel in de Achterhoek. „Mensen denken al snel dat je miljoenen op de bank hebt staan. Nou, dat is dus niet zo.”

Jos: „Een van de dingen die me aantrekken in Karin is dat zij haar droom heeft verwezenlijkt.” Foto Christian van der Kooy

Dit is het!

Karin: „Als achtjarige kwam ik op kasteel Keppel en dat vond ik geweldig. Dat wilde ik later ook, op een kasteel wonen. Maar het is niet zo dat ik ongelukkig was toen ik nog een heel ander leven leidde.”

Jos: „Je hebt wel je hele leven meubels en schilderijen verzameld voor als je ooit op een kasteel zou wonen.”

Karin: „Ja, ik had een bedrijf dat goed liep. Bovendien zijn huis en tuin altijd mijn hobby geweest. Elf jaar geleden hoorde ik dat kasteel Vorden te koop was. Ik ben gaan kijken en wist meteen: dit is het! Het kasteel was ingericht als kantoor, het was het oude gemeentehuis van Vorden. Ik wist absoluut niet waar ik aan begon.”

Jos: „We organiseren nu feesten en partijen en het kasteel fungeert ook als trouwlocatie. Maar het leukste vind ik dat bezoekers zelf door het kasteel mogen lopen, alsof ze bij ons op visite zijn. Verder hebben we enkele gastenkamers. Ook runnen we het restaurant bij het kasteel, we koken vaak zelf.”

Karin: „We zijn altijd aan het werk. Zelfs tijdens de vakantie. Dan bezoeken we rustig twee of drie kastelen per dag om te kijken hoe anderen het doen. We zijn gewoon ondernemers.”

Jos: „Ik kom van een boerenbedrijf, dát was pas hard werken. Als klein kind moest ik vóór schooltijd de koeien voeren. En als ik uit school kwam, moest ik appels en eieren afleveren, aardappels rooien, fruit plukken. Soms stond ik tien uur per dag op een ladder en zat ik ’s avonds om negen uur pas aan mijn huiswerk. Dus ik kan wel werken.”

Dromen verwezenlijken

Jos: „Ik heb mijn lotsbestemming als kasteelheer niet voorzien.”

Karin: „Jos en ik hebben elkaar ontmoet toen hij een plek zocht om de Kerstdagen door te brengen met zijn kinderen. Toen is hij blijven hangen.”

Jos: „Een van de dingen die me aantrekken in Karin is dat zij haar droom heeft verwezenlijkt. Ik hou van mensen met een passie. Ik kan me voorstellen dat ik ooit mijn baan vaarwel zeg en volledig kies voor het kasteel.”

Karin: „Dat zou mij ontlasten. Zeker in de zomer, dan komen er enorm veel toeristen naar de Achterhoek.”

Jos: „Mijn jeugddroom was de ontwikkelingssamenwerking. In het katholieke Limburg waar ik opgroeide, kwamen er wel eens heerooms langs, die missionaris waren in Afrika en dia’s vertoonden. Dat wilde ik ook, naar Afrika, alleen niet als missionaris. Ik wilde ook wel weg van dat harde werken op de boerderij. Ik dacht toen nog ouderwets: daar in Afrika kunnen ze niks, dus ik ga ze helpen. Ik heb stage gelopen in Burkina Faso en heb daarna gewerkt in Jemen, Sri Lanka, Mali, Benin, Guinee-Bissau, Kenia, Eritrea en Soedan. In Kenia heb ik nog altijd een strandhuis.”

Karin: „Jos kan zich heel goed aanpassen aan heel verschillende omstandigheden.”

Positieve cash flow

Karin: „Het is best zwaar om met een kasteel je geld te moeten verdienen. Wat denk je dat het kost om de buitenkant te laten schilderen?”

Jos: „Daarvoor hebben we nu voor het eerst subsidie van de provincie Gelderland gekregen, maar je moet nog steeds heel veel geld zelf bijleggen.”

Karin: „Het wordt wel makkelijker. Je krijgt meer ervaring, ik draai nu sneller een offerte in elkaar dan in het begin.”

Jos: „We hebben een positieve cash flow.”

Karin: „Mensen denken al snel dat je miljoenen op de bank hebt staan als je een kasteel hebt. Nou, dat is dus echt niet zo bij ons.”

Jos: „Dit is een van de weinige kastelen in particulier bezit, waar de eigenaar een beetje geld overhoudt om van te leven.”

Karin: „Je moet een kasteel niet zien als een normaal bedrijf. Geld verdienen is niet mijn eerste doel. Ik wil het kasteel graag in stand houden. Daar doe ik het voor.”

Jos: „Karin steekt al haar geld in het kasteel. Aan het in oude stijl herstellen van de kamers bijvoorbeeld: gordijnen, behang, meubels, schilderijen. Ik zorg dat we een goed pensioen hebben en steun Karin als ze opeens voor grote uitgaven staat.”

Karin: „We geven het geld niet uit aan onszelf. Ik kom zelden in een winkel. Op vakantie gaan we bijna nooit, behalve soms een weekje naar Jos’ huis in Kenia. Maar langer dan een week kan ik het kasteel niet alleen laten.”

Lot uit de loterij?

Jos: „Ik doe het zware tuinwerk, geef rondleidingen en hak hout om het kasteel warm te krijgen.”

Karin: „Ik maak schoon. Dat laat ik liever niet aan Jos over, dat kan ik beter.”

Jos: „Ik start nieuwe dingen op, zoals het restaurant.”

Karin: „En ik struin veilingen af om mooie dingen te verzamelen.”

Jos: „Een beetje onder druk staan is goed. Al mijn hele leven gaan mijn ogen glimmen als ik het heel druk heb. Ik ben een werkpaard. Gelukkig hebben we vier dagen per week een vrijwilliger die heel handig is. Die maakt ons leven gemakkelijker.”

Karin: „En mijn dochters zijn geïnteresseerd in kunst en erfgoed, zij denken met ons mee.”

Jos: „Wat we zouden doen als we de loterij winnen? Dan zou ik op een mooi terras willen zitten. Maar ons eigen terras is het allermooist.”

Karin: „Het geeft een kick om te zien dat we het redden zónder die loterij.”