Drank, vrouwen en zigeunermuziek

Een literaire reis legt de ziel van Midden-Europa bloot. In aflevering 4: het Macedonische Ohrid, van A. den Doolaard.

„En op dit uiterste puntje van Ohrid's vestingheuvel, vlak tegen de rand van de laatste rotsbank, die steil in het water valt, angstvallig verwijderd van de laatste, toch al doodstille en schijnbaar onbewoonde huizen, stond een kleine kerk, alleen met rots, wind en water.” - citaat uit ‘De bruiloft der zeven zigeuners’ foto Thinkstock

Anders dan in Nederland is de herinnering aan A. den Doolaard in Ohrid nog springlevend. De schrijver van De herberg met het hoefijzer (1933), Oriënt Express (1934) en De bruiloft der zeven zigeuners (1939) wordt in het Macedonische stadje geëerd met een monument, een plein en een herdenkingskamer.

Schrijver en avonturier A. den Doolaard, pseudoniem van Cornelis Spoelstra (1901-1994), deed tijdens zijn reizen op de zuidelijke Balkan inspiratie op voor zijn boeken. Zo is het idyllische stadje Ohrid, aan het gelijknamige meer dat de grens tussen Albanië en Macedonië vormt, het decor van de liefdesgeschiedenis tussen de losbandige fotograaf Branko en de serieuze filosofiestudente Doesjka.

Branko is een ruige vent, die zich aan het begin van het verhaal overgeeft ‘aan de drievoudige bedwelming die hij met rinkelend geld kon kopen: drank, vrouwen, zigeunermuziek’. Maar wanneer hij een Franse professor moet begeleiden naar Ohrid om daar de vele Byzantijnse kerken te fotograferen, ontmoet hij Doesjka. Ze worden verliefd en besluiten te trouwen.

Voor de bruiloft nodigt Branko zeven zigeuners uit om muziek te maken. ‘Zeven zigeuners! Die kerel moest wel stapelverliefd zijn!’ denkt Doesjka’s vader nog bij zichzelf. Maar ieder lied van de zigeuners roept een herinnering op aan de vrouwen die Branko vroeger heeft bemind. Ontdaan door de gevoelens die deze herinneringen veroorzaken, neemt hij de benen. Doesjka volhardt in hun liefde en gaat hem achterna naar Albanië, aan de overkant van het meer.

Zelf bezocht Den Doolaard Ohrid in 1931, samen met een Franse byzantoloog. Het was een gedroomde achtergrond voor een roman over de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen. ‘Ohrid en zijn meer, ingebed tussen drie bergmassieven, lagen als een eiland in tijd en ruimte’, zou hij erover schrijven.

Tegenwoordig is het stadje beduidend drukker dan het slaperige stadje uit het boek. In het lokale kunstcentrum Cultura 365 hangt een aantal foto’s van Den Doolaard voorzien van citaten uit zijn werk. Ook staat er een boekenkast met zijn oeuvre. De bescheiden herdenkingskamer is het werk van journalist, schrijver en lokale gids Misjo Joezmeski (1966), die al vrijwel zijn hele leven aan de oevers van het meer woont. „Al sinds de jaren tachtig werk ik hier als gids”, zegt hij. „Van Nederlandse toeristen hoorde ik toen over zijn bestaan. Meer en meer besefte ik dat hij niet alleen een belangrijk schrijver was, maar dat hij door zijn boeken ook veel Nederlanders naar Macedonië bracht.”

Toen Tito in de jaren zestig Joegoslavië voor toeristen opengooide, werd Ohrid een populaire vakantiebestemming voor Nederlanders. Joezmeski schrijft dit voornamelijk toe aan de boeken van Den Doolaard. „Mensen lazen over Ohrid in De bruiloft der zeven zigeuners en kwamen deze kant op, omdat hij de stad zo mooi beschrijft.”

In mijn vergeelde kopie van de roman, uit begin jaren negentig, beaamt Den Doolaard dit in het nawoord. De roman had voor hem ‘een aantal onvoorziene gevolgen’: nadat er een directe vlucht tussen Schiphol en Ohrid kwam, zag hij een advertentie waarin de plaats werd aangeduid als ‘de stad van De bruiloft der zeven zigeuners’ en ontving hij brieven van vrouwen die in Ohrid ‘hun eigen Branko’ hadden gevonden. „Nadat ik zijn leven en werk meer begon te bestuderen”, zegt Joezmeski, „wilde ik daar ook wat mee gaan doen, door Den Doolaard weer terug te brengen naar de inwoners van Ohrid.”

De Nederlandse Kamer van Koophandel in Skopje was de connectie tussen de schrijver en Ohrid evenmin ontgaan: in 2006 kreeg men daar het idee om een monument in de stad op te richten voor Den Doolaard, om de Nederlandse-Macedonische relatie te vieren. „De mensen hier begrepen dat eerst niet: ze hadden slechts een vaag idee van wie Den Doolaard was. Ze hadden zijn boeken niet gelezen. Toen heb ik in de lokale krant over hem geschreven.”

Het monument kwam er, gevolgd door meer aandacht voor de schrijver, grotendeels op initiatief van Joezmeski. Hij zorgde ervoor dat De bruiloft der zeven zigeuners werd vertaald in het Macedonisch, richtte in 2011 de herdenkingskamer in en bundelde een aantal van zijn artikelen over de schrijver in het boekje Onze Nederlandse vriend A. den Doolaard, dat verscheen in 2012.

„Macedonië is een continu thema in het werk van Den Doolaard,” zegt Joezmeski, „zowel in Oriënt Express als in De bruiloft der zeven zigeuners. Hij was verliefd op de natuur, de cultuur en de mensen van dit land. Het is grappig hoe het is gelopen: vroeger maakte hij reclame voor Ohrid in Nederland, nu maken wij in Ohrid reclame voor hem.”