Doodzonde, maar goede gevoel beklijft

De Nederlandse vrouwen verloren vrijdag nipt de WK-finale van Amerika (5-4). „Zilver betekent dat er nog ruimte is voor progressie.”

het Nederlandse waterpoloteam met de zilveren medaille na de verloren finale tegen Amerika.

Een paar stevige vloeken – hier en daar vloeide een traan. Het sprookje van de Nederlandse waterpolovrouwen duurde in Kazan tot de allerlaatste wedstrijd. Maar na een fantastisch toernooi boog de jonge ploeg van Arno Havenga gisteravond in de finale tegen de Verenigde Staten, dat vooral fysiek een maat te groot was: 5-4.

Nederland, dat in 1998 (Perth) voor het laatst een WK-finale speelde – en destijds ook genoegen moest nemen met zilver – startte tegen de ervaren Amerikaanse ploeg niet als favoriet. Daarvoor was het krachtsverschil in de laatste onderlinge ontmoetingen tussen de landen te groot.

„Doodzonde”, reageerde Havenga. „Dit is onze beste wedstrijd tegen Amerika. We hebben heel goed gespeeld. Ik ben echt supertrots op deze groep, wat zij de afgelopen anderhalf jaar hebben gepresteerd. Natuurlijk zijn we heel erg teleurgesteld, maar ik heb ze gezegd dat ze trots op zichzelf mogen zijn. Als Amerika maar vijf keer scoort doe je het heel goed. Dit is echt een topploeg. Maar we hebben kansen gehad om gelijk te maken. Zilver betekent dat er nog ruimte is voor progressie.”

Beide ploegen creëerden maar weinig kansen, maar Nederland bleef keurig bij de Amerikaanse ploeg, dankzij treffers van aanvoerster Yasemin Smit en Lieke Klaassen. Over de eerste helft (2-2) kon de ploeg dan ook niet ontevreden zijn.

Na rust werd het krachtsverschil groter. Nederland slaagde er steeds minder in de hechte Amerikaanse defensie te breken. De olympisch kampioen van Londen liep uit naar 5-3. Vlak voor tijd miste Sabrina van der Sloot een strafworp, maar kort daarna zorgde Maud Megens nog voor een aansluitingstreffer (5-4). Een minuut voor tijd kreeg Smit een ideale mogelijkheid op de gelijkmaker, maar ze kreeg de bal niet achter doelvrouw Ashleigh Johnson.

Terug aan de top

Het WK in Kazan markeert een opvallende terugkeer aan de wereldtop voor de Nederlandse waterpolovrouwen, na zeven magere jaren die volgden op het succes van Beijing (2008). Ook toen speelde Nederland in de finale tegen de Verenigde Staten – en won met 9-8, mede dankzij zeven treffers van Danielle de Bruijn.

Arno Havenga (40), al bijna tien jaar betrokken bij de begeleidingsstaf van de nationale vrouwenploeg, maakte de hele cyclus van de vrouwenploeg mee. „We komen van ver”, erkent de Rotterdammer. „Na het succes van Beijing heeft dat best pijn gedaan.”

Nadat de Italiaan Mauro Maugeri het stokje had overgenomen van succescoach Robin van Galen daalde de ploeg steeds verder af, met als dieptepunt het mislopen van de Spelen van Londen (2012). Een zware periode, erkent Havenga. Maar hij is niet negatief over zijn voorganger. „Ik heb heel veel van Mauro geleerd. Iedereen is nu lovend over onze verdediging, maar daar heeft hij de basis voor gelegd.”

Democratisch ingesteld

Onder Maugeri gingen veel speelsters het waterpolo steeds meer als werk zien – hij bepaalde tot in detail wat er gebeurde, hoe er moest worden gespeeld. Zijn greep op de groep werkte beklemmend. Daarbij werd de sfeer bepaald door een aantal dominante sterspeelsters uit de Beijing-generatie, zoals Iefke van Belkum, keepster Ilse van der Meijde en Biurakn Hakhverdian. Zij hebben inmiddels afscheid genomen.

Havenga zag de sfeer langzaam omslaan, nadat hij in 2013 de coaching had overgenomen. „Ik geef de speelsters veel meer eigen verantwoordelijkheid, we zijn veel democratischer ingesteld. We praten veel met elkaar, ook over onze verschillende karakters. We doen alles in gezamenlijkheid, waardoor je veel meer draagvlak hebt. Mauro vond dat wij te veel lulden. ‘Je moet poloën’, zei hij dan.”

Bij Nederlandse sporters werkt dat niet. Met wat meer vrijheden komen de speelsters weer met plezier naar de trainingen in Zeist. De jonge groep van nu, gemiddeld 23 jaar oud, gaat na de trainingen gezamenlijk eten, met z’n allen naar de film. Havenga: „Dat vind ik wel bijzonder als je de hele week op elkaars lip zit. Dat vertaalt zich in het water, hier op het WK. Ze hebben alles voor elkaar over.”

De hiërarchie in de groep is nu veel duidelijker dan destijds in Beijing. De ploeg van nu heeft één duidelijke leider, aanvoerster Smit. „Op basis van haar statuur en charisma is zij de onbetwiste leider, binnen en buiten het water”, zegt Havenga.

Met de terugkerende successen was er voor Havenga geen enkele reden om weer contact te zoeken met Van Belkum, nog altijd één van de beste speelsters ter wereld. Zij stapte twee jaar geleden plotseling op, uit onvrede over een gebrek aan professionaliteit bij de bond en haar medespeelsters. „Als speelster is zij natuurlijk supergoed”, zegt Havenga. „Maar als ik naar mijn groep kijk kan ik niet zeggen dat ik haar heb gemist. Met Iefke hebben we nooit de WK-finale gehaald.”

Na het succes van Kazan zal er veel veranderen. De verwachtingen zullen torenhoog zijn, zeker in de aanloop naar Rio. Maar feitelijk heeft Nederland nog niets: in Kazan worden geen olympische tickets uitgedeeld, ook niet aan de wereldkampioen. „Morgen staan we weer op nul”, zegt Havenga nuchter. Hij wil in januari in Belgrado Europees kampioen worden – dat is wel genoeg voor een ticket naar Rio. „Dit WK geeft in elk geval de bevestiging dat we op de goede weg zijn.”