De nevelige resten van een stervende ster

De kleurrijke zeepbel op de foto is groter dan je op het eerste gezicht zou denken. Hij heeft een middellijn van bijna 4 lichtjaar – een slordige 40 biljoen kilometer – en is ongeveer 3500 lichtjaar van ons verwijderd. De foto van dit spectaculaire, maar vrij onbekende hemelobject is gemaakt met de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.

De ‘zeepbel’, die bekendstaat als ESO 378-1 of de ‘Zuidelijke Uilnevel’, bestaat uit gas dat is uitgestoten door een vrijwel uitgeputte ster, die in het centrum ervan staat. Over enkele miljarden jaren zal ook onze zon zo’n bel van gas de ruimte in blazen.

Officieel worden objecten als deze ‘planetaire nevels’ genoemd. Deze tamelijk verwarrende aanduiding is bedacht door de Duits/Britse astronoom William Herschel. Hem deden deze objecten denken aan de ronde vormen van planeten.

Net als alle planetaire nevels is ESO 378-1 slechts een tijdelijk verschijnsel. Binnen enkele tienduizenden jaren zal hij zodanig vervagen, dat er niets meer van te zien is. Dat komt niet alleen doordat de gasbel steeds verder opzwelt, maar ook doordat de centrale ster – die het gas doet oplichten – geleidelijk minder fel gaat stralen.