De nakomelingen van balkunstenaar Dennis Bergkamp

Een recordaantal van 21 Nederlanders speelt dit seizoen in de Engelse Premier League, die zaterdag begint. De competitie is aantrekkelijk door de hoge salarissen. Mooi voor de spelers, maar door de uittocht gaat het niveau in de eredivisie hard achteruit. Ronald Koeman: „Jonge jongens hebben geen geduld meer.”

Ze hebben elkaar nodig. Engeland heeft de miljarden, Nederland de talenten. Wederzijdse afhankelijkheid tussen twee voetballanden, een love story? De lach van de bekende Britse sportschrijver David Winner rolt door de telefoon. „Ja zo zou je het kunnen noemen.”

Zaterdag begint de Engelse competitie met 21 Nederlanders, een evenaring van het record zes jaar geleden. Winner – Arsenal-fan, liefhebber van de Hollandse voetbalschool, auteur van het boek Brilliant Orange – is eraan gewend geraakt, zo’n pelotonnetje Nederlanders. Hij zag het Engelse clubvoetbal doorstoten naar de Europese top, met hulp van overzeese spelers. „De Nederlandse invloed op de ontwikkeling van het Engelse voetbal is groot geweest.”

De Nederlanders brachten verlichting in het land van kick and rush. Tactiek en creativiteit werd eind jaren zeventig binnengehaald met de Nederlanders Frans Thijssen en Arnold Mühren, pioniers bij het modale Ipswich Town. „Het werd een team dat begon te combineren, destijds een sensatie. Het was voorbij met de lange ballen naar voren”, zegt Winner.

Velen volgden. Dennis Bergkamp liet ‘boring, boring Arsenal’ vanaf midden jaren negentig swingen. Ruud Gullit gaf Chelsea sexappeal, Ruud van Nistelrooij, Jaap Stam en Edwin van der Sar veroverden Manchester United, en ook Robin van Persie schitterde lang in Engeland.

De nieuwste parels van het vasteland dienen zich aan in de Engelse competitie. Memphis Depay, Georginio Wijnaldum en Jordy Clasie – bouwstenen van het toekomstige Oranje – maakten deze zomer de overstap naar de Premier League. Topspelers als deze trokken tot vijf jaar terug met name richting Spanje, naar Barcelona en Real Madrid. Die rol is overgenomen door de Premier League, voetbalparadijs op een uur vliegen.

Nooit eerder trokken de Engelse clubs zoveel geld uit voor Nederlandse spelers als deze zomer: 77,4 miljoen euro, zo blijkt uit een analyse van site transfermarkt.de. Dat bedrag kan nog fors oplopen – de transferperiode sluit pas over drie weken, en de wintertransfers later dit jaar kunnen de totaalsom nog verder verhogen.

De Engels-Nederlandse handelslijn is de afgelopen tien jaar bijna altijd warm geweest. Maar dit seizoen wordt een nieuwe standaard gezet. De verklaringen voor de recente Nederlandse uittocht? Die is niet zo ingewikkeld, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen, wiens kantoor vijf Nederlandse spelers in de Premier League begeleidt. Hij noemt de relatief lage transferbedragen in de eredivisie, het hoge niveau van de jeugdopleidingen en de inbreng van Nederlandse trainers in Engeland.

Ronald Koeman bij Southampton, Louis van Gaal bij Manchester United en Dick Advocaat in Sunderland. Plus Steve McClaren bij Newcastle United. Een Engelsman, maar door zijn verleden bij FC Twente gespitst op de eredivisie. Zijn ploeg telt vijf Nederlandse spelers – hiervoor waren dat er maar vier in de gehele clubhistorie. „Trainers in Engeland hebben een grote invloed op spelers die komen”, zegt Bert Buter, een Nederlandse scout in dienst van Southampton. „Koeman heeft een beslissend veto.”

Veelzeggend was de statistiek in de voorronde van de Europa League tussen Southampton en Vitesse: de Engelse subtopper had vorige week met Maarten Stekelenburg, Graziano Pellè, Dusan Tadic, Maya Yoshida en Clasie méér eredivisie-ervaring in de ploeg dan de Arnhemmers. 675 versus 613 eredivisieduels.

Gouden bergen

Bij de zoektocht naar nieuwe aanwinsten gaat het Engelse vizier snel richting Nederland vanwege de relatief lage transferprijzen, zegt Hagenaar John van Zweden, mede-eigenaar van Swansea City. De Premier League-club uit Wales kocht deze zomer geen Nederlandse speler, maar plukte wel de Zweedse doelman Kristoffer Nordfeldt weg bij SC Heerenveen. De Friese club wilde hem niet kwijt, maar kon de 850.000 euro niet laten liggen. Van Zweden: „Voor een relatief klein bedrag hebben we één van de beste keepers van de eredivisie. Voor ons een prima reservedoelman.”

Meer gouden bergen liggen in het verschiet voor de Engelse clubs. „Het wordt zieker en zieker”, zegt Van Zweden. De reden? Vanaf volgend seizoen zullen de tv-gelden bijna verdubbelen: in plaats van de huidige 1.35 miljard euro per jaar betalen de zenders Sky en BT straks samen jaarlijks 2.29 miljard euro aan de Premier League, te verdelen over alle twintig clubs.

‘Laagvliegers’ hebben dan een groter budget dan Ajax, als dat nu al niet het geval is. „Let maar op, in de winterstop krijgen we de heftigste transferperiode ooit”, zegt Van Zweden. „Geen club wil de boot missen. Daarom zullen clubs in degradatienood straks volop gaan spenderen, waarschijnlijk met geld dat ze door de tv-deal denken terug te verdienen.”

Southampton-scout Piet Buter was getuige van de vlucht omhoog. Toen hij in 2011 in dienst trad speelde de club nog op het tweede niveau en kon hij op wedstrijddagen nog het kantoor van de trainer binnenlopen. Nu is het zakelijker geworden, het grote geld regeert. „Financieel zijn er geen beletsels meer”, zegt Buter.

Engeland, de bakermat van het voetbal, plukt de Nederlandse kraamkamer leeg. Want dat is de keerzijde van de lucratieve connectie. Talent uit de eredivisie vertrekt steeds sneller, wedijveren met andere competities wordt moeilijker.

„De tendens dat Nederlandse ploegen het niet meer redden tegen teams met een minder grote naam is al een aantal jaar geleden ingezet”, zei Koeman donderdag in Arnhem. „Ja, dat doet me wat. Jonge jongens hebben geen geduld meer. Zelf ging ik pas op mijn 26ste naar Barcelona.”

Vitesse-coach Peter Bosz deelt die zorg: „In de eredivisie kunnen we steeds minder van die jongens genieten, terwijl ze hier nog niet zijn uitgeleerd. Nieuw is dat ze nu ook naar Engelse subtoppers gaan.”

En dat heeft gevolgen. Nederland zakt steeds verder weg op de Europese ranglijst van de UEFA: nu tiende, achter Oekraïne en België. Hoe lager op de ranglijst, hoe minder plekken in Europese competities. „Als je naar het sportieve aspect kijkt, komt het in Nederland onder druk”, zegt Marcel Brands, technisch directeur van PSV.

Zo werd Ajax deze week uitgeschakeld voor de Champions League door het Oostenrijkse Rapid Wien – bepaald geen Europese top – met zijn jongste ploeg in Europa ooit: 21 jaar en 140 dagen. Het PSV dat in april de titel won was de jongste kampioensploeg in de clubhistorie: gemiddeld 23 jaar. Brands: „Dat we Europees minder uit de verf komen heeft enkel daar mee te maken. Niet omdat we niet kunnen voetballen, of geen mentaliteit hebben, maar alleen omdat we ontzettend jong zijn.”

Financiële kloof

Nederland heeft toptalenten te weinig te bieden om langer te blijven. Kenmerkend voor dit probleem is dat goede eredivisiekrachten nu ook al kiezen voor het Championship, het tweede niveau in Engeland. In zijn column in Voetbal International zegt assistent-bondscoach Marco van Basten dat we „anno 2015 te maken hebben met een situatie waarin Nederlandse voetballers zelfs worden weggekaapt door clubs uit het Engelse Championship, die over een groter budget beschikken dan pakweg negen van de tien eredivisieclubs. Dat baart me wel zorgen.”

Bekerwinnaar FC Groningen verloor aanvoerder Maikel Kieftenbeld aan Birmingham City en spelverdeler Tjaronn Chery aan Queens Park Rangers. Terwijl Groningen dit jaar verzekerd is van zes duels in de Europa League. Kennelijk weegt dat vooruitzicht niet op tegen de hoge verdiensten op het tweede plan in Engeland.

De financiële kloof met het Championship is voor veel eredivisieclubs onoverbrugbaar. Bij subtopper FC Groningen ligt het maximale jaarsalaris rond de 300.000 euro. Geen vergoeding waar ze Kieftenbeld en Chery mee konden houden. „In het Championship gaan zij het vijf- of zesvoudige verdienen, natuurlijk maken ze dan die stap”, zegt FC Groningen-directeur Hans Nijland.

Zaakwaarnemer Rob Jansen: „In Nederland doen wij neurotisch over dit soort dingen, maar tegen die mensen zeg ik: draai het om. Wat zou je zelf doen?”