De moeilijke omvang

‘Jantje zag eens pruimen hangen, O! Als eieren zo groot.’ Zo begint het kindergedicht van Hieronymus van Alphen (1746-1803). Hij heeft er nog 65 geschreven, bijvoorbeeld over Cornelis die een glas had gebroken en de scherven verstoken, maar stiekem gedrag is hier niet aan de orde. Het gaat over de omvang van de pruimen, flinke exemplaren volgens de dichter. Waren in zijn tijd de eieren zo groot dat je de pruimen daarmee moest vergelijken om de omvang duidelijk te maken? Je vergt niet van een dichter dat hij een omschrijving in centimeters geeft. Maar bij deze vergelijking blijft iets onduidelijks hangen.

Over het algemeen blijkt het moeilijk te zijn de omvang van wat dan ook duidelijk te maken. We hebben een metriek stelsel, maar dat heeft in dit opzicht zijn ernstige tekortkomingen. Het spreekt niet tot de verbeelding.

Ik dacht er weer aan toen ik deze week de presentator hoorde zeggen dat in Australië een oppervlakte van zes voetbalvelden door brand was verwoest. Had hij 38.400 vierkante meter gezegd, dan hadden we misschien gedacht: tsjongejonge, maar ons er niets bij kunnen voorstellen. Het voetbalveld is de oppervlaktemaat van deze tijd, overigens onnauwkeurig want volgens de FIFA mogen de afmetingen wisselen, van 100 tot 120 bij 64 tot 75 meter. Welk veld wordt er bedoeld? Dat hindert niet. En voetbalveld is groot en daarmee is alles gezegd.

Nog een paar apocriefe maar duidelijke voorbeelden. Een deftige dame aan boord van de Titanic had whisky besteld. Op het ogenblik dat het schip tegen de ijsberg voer, bracht de ober de bestelling, een glas vol tinkelende ijsblokjes. Ze zei: „I ordered ice but this is ridiculous”.

Zelfde genre: Bulletje en Boonestaak arriveren op de Hercules, waar Boonestaaks vader kapitein is, in New York. Bij een wolkenkrabber treffen ze een grote menigte die naar boven staat te kijken. Wat staan jullie hier te doen, vragen ze. Zie je die wolkenkrabber? Ja. Nou op de bovenste verdieping was een opslagplaats van rubber banden. Daar ontstond brand. De man die daar aan het werk was, merkte het te laat. Toen heeft hij zich in banden gewikkeld en hij nam de sprong. Maar hij had één band teveel genomen. Hij veerde weer op en kwam twintig centimeter boven het dak uit. En nu hebben de sterrekundigen uitgerekend dat hij om tien over drie weer even op aarde is. Daar staan we op te wachten.

Een duidelijk geval van onderschatting van de zwaartekracht.

Een paar weken geleden woedde hier een zware storm. Na afloop verzekerden de weervrouwen en weermannen, dat dit ‘de zwaarste storm ooit’ was, sinds 1906 geloof ik. Wat is ooit?

Dat is het summum. Zwaarder, heftiger, warmer of kouder is nog niet vertoond. Meestal wordt het in de meteorologie gebruikt, maar er wordt nooit vermeld wat we ons bij het absolute toppunt moeten voorstellen. Hetzelfde hebben we met strenge winters gehad, en een paar weken geleden kregen we de hittegolf. Weer die ooit-opwinding in de weerberichten. Mensen vinden het fijn, iets heel bijzonders te vertellen, of beter nog, iets bijzonders te doen, beter dan ooit. Daardoor stijgt hun mentaal soortgelijk gewicht. Hun namen worden opgenomen in het Guinness Book of Records.

Tot slot iets heel anders, om de tekenaar George van Raemdonck en de schrijver A.M. de Jong weer eens te eren. In Bulletje en Boonestaak wordt de eerste en dusver enige hoofdtransplantatie in de geschiedenis beschreven. Nadat het schip door de zeerovers is geënterd raken de bootsman Ouwe Hein en de aanvoerder der zeerovers in gevecht. Op hetzelfde ogenblik slaan ze elkaars hoofd van de romp. De hoofden vliegen door de lucht en komen precies op de nek van de tegenstander terecht. Door het warme weer groeien ze snel vast. De heren komen thuis met het verkeerde hoofd. Een beroemde dokter wil de transplantatie wagen, en hij slaagt. Door Van Raemdonck is dat nauwkeurig getekend. Ongelofelijk.