De ‘kapitein’ van de boot kon er echt niks van 

De groep van Mazen is met een boot naar Griekenland gevaren. Een gevaarlijke tocht die eindigde op de rotsen van een onbewoond eiland.

Firas (25, rechts) is de enige Koerd in een groep van vluchtelingen uit Syrië die naar Europa proberen te komen.

Wat een verschil een dag kan maken. De vluchtelingen die de avond tevoren nog vrolijk bier zaten te drinken op de kustboulevard van Izmir, zijn bijna onherkenbaar wanneer ik ze terugzie op de kade in de haven van het Griekse eiland Chios.

Dima (37) zit onder het verband: ze heeft haar neus gebroken toen ze op de rotsen viel, op het moment dat de smokkelboot landde. De altijd vinnige Yara (22) staart wezenloos voor zich uit. Iedereen is verbrand: ze zitten hier al een uur of drie in de volle zon.

Foto vluchtelingen.

Het was gemakkelijker dan verwacht om leider Mazen Ismail en zijn groep van 45 Syrische vluchtelingen terug te vinden. Wanneer ik rond acht uur ’s avonds van de catamaran uit het Turkse Cesme stap – prijs: 25 euro, in plaats van 1.000 euro met de smokkelboot – loop ik ze letterlijk tegen het lijf.

Beetje bij beetje komen de verhalen over hun overtocht los. Natuurlijk heeft de mensensmokkelaar geen woord gehouden. Er was beloofd dat de groep van 45 zijn eigen rubberboot zou krijgen. Maar de smokkelaar heeft er nog 10 mensen bij gepropt: 55 in totaal. Veel te veel voor zo’n bootje, maar wel 10.000 euro extra voor de smokkelaar. 

Ghaitha (30) vertelt hoe de reis begon. „We werden opgehaald in een café in Izmir. Van daar zijn we in groepjes van vijf naar een parkje bij de zee gebracht. De man die ons gidste, zei geen woord en keek op geen enkel moment achterom.” De smokkelaar stuurde taxi’s, waarvan de chauffeur zelf de bestemming niet kende. „We hadden een nummer gekregen dat we aan de taxi moesten geven. Iemand aan de andere kant gaf de bestemming door aan de taxichauffeur.”

De taxi zette de vluchtelingen een half uur later af op een donkere plek, waar ze een uur moesten wachten. Ghaitha: „Toen dreven ze ons als schapen een vrachtwagen in. Het was een gesloten wagen: we konden niet naar buiten kijken en het was moeilijk ademen.”

Maximaal twee kilo bagage

Foto vluchtelingen.

De rit duurde zo’n twee uur: rijden, stoppen, rijden, stoppen, rijden. Toen hield de vrachtwagen halt in een bos waar ze opnieuw zo’n vier uur moesten wachten. Eindelijk daagden vier mannen op, die de groep over een pad in de richting van de zee joegen. „Ze schreeuwden: vlugger, vlugger! Na een half uur ofzo bereikten we het strand. Toen zagen we het bootje.”

„Dat was een schok. De boot was veel kleiner dan verwacht. Bovendien was ons beloofd dat onze groep van 45 alleen zou zijn in de boot. Maar er waren nog een tiental andere mensen bij ons en die moesten ook mee. We hebben geprotesteerd: het was niet veilig met zoveel mensen. Ze zeiden: als het je niet aanstaat, ga je maar terug naar Izmir.”

De mannen op het strand waren Koerden uit Qamishli in Syrië, zegt Firas (25). „Het waren leugenaars en ze behandelden ons als beesten.” Firas is de enige Koerd in de groep. „Daarom hebben ze mijn rugzak niet gewogen.” Zoals een budgetvliegtuigmaatschappij hebben ook de smokkelaars een strikt bagagebeleid: maximaal twee kilogram. Wie meer had, moest het in zee gooien.

Ze waren amper vertrokken of de motor sputterde al, vertelt Mazen. Er werd druk gedebatteerd over de vraag: terugkeren of doorgaan? Toen de motor opnieuw aansloeg, won doorvaren het pleit.

Het is niet ver van Izmir naar Chios: hemelsbreed 88 kilometer. Maar het is ver genoeg voor een te zwaar beladen rubberboot om lek te slaan. Zeker als je een ‘kapitein’ hebt die voor het eerst met een motorboot vaart. De ‘kapitein’ is geen echte kapitein: hij is zelf een vluchteling die gratis meereist. Zo voorkomen de smokkelaars dat zij zelf gearresteerd worden bij aankomst in Griekenland.

„Hij kon er echt niks van”, zegt Mazen. „Een paar keer waren we terug richting Turkije aan het varen.” Na tweeënhalf uur varen, zagen ze land. Het was bijna dageraad. Het is Nisida Pasas: een onbewoond Grieks eilandje dat als legerbasis dient. Maar dat weten ze dan nog niet.

Foto vluchtelingen.

Mazen: „Omdat we met te veel waren, is de bodem van het bootje – van plexiglas denk ik – gebroken. Er kwam steeds meer water de boot binnen. Ik was bang voor mijn zoontje Khodr. Hij huilde. We hadden zwemvesten gekregen, maar er waren er niet genoeg voor kinderen dus Khodr had een vest voor volwassenen aan. Dat werkt dus niet. Ik heb het uitgetrokken en heb hem in mijn armen geklemd.”

Zwemmen naar de kust

De Griekse kustwacht kreeg de boot in de gaten. „Niet bang zijn, we zien jullie!” riepen ze door de megafoon. De kustwacht kon niet dichterbij komen, omdat ze het bootje zouden doen zinken. De Grieken riepen dat de kapitein de motor moest uitzetten. Die weigerde en wilde zelfs koers zetten terug naar Turkije. Mazen: „Op dat moment ben ik met vijf andere mannen in het water gesprongen. We hebben het bootje al zwemmend naar de kust geduwd.”

Er was geen strand. Het duurde tot de middag vooraleer ze allemaal de rotsige kust hebben beklommen. Drie uur gingen verloren aan het naar boven krijgen van de bejaarde moeder van Hanada, die zwaarlijvig en slecht ter been is. Haar rolstoel was in Izmir gebleven.

Foto vluchtelingen.

Het Griekse leger schoot te hulp. Militairen haalden een jeep om Hanada’s moeder en de drie zwangere vrouwen te vervoeren naar een ander deel van het eilandje. Daar werden ze opgehaald door de Griekse kustwacht, die de groep in een echte boot naar Chios bracht.

Al wachtend op de kade, maakten sommige vluchtelingen zich boos. Ze willen zo snel mogelijk naar het opvangkamp. Maar, zegt een man van de kustwacht, „ze weten niet dat het daar nog veel erger is dan hier.”

Correcties en aanvullingen

Izmir

Op de grote kaart bij De ‘kapitein’ van de boot kon er echt niks van (8/8, p. 6) staan de stad Izmir en het eiland Chios verkeerd aangegeven. Beide plaatsen liggen noordelijker.