Bevlogen leermeester in de Chinese filosofie

‘Het leven is één en al ellende, maar gelukkig duurt het maar kort,” vond Karel van der Leeuw op somberder momenten. Op vrolijker dagen zei hij dat hij minstens 130 wilde worden, want hij moest nog zoveel boeken schrijven. Hij was afkomstig uit wat hijzelf ‘het enige niet-katholieke gezin van Maastricht’ noemde. Na zijn eindexamen monsterde hij aan als ketelbink op de wilde vaart. Daarna ging hij studeren, onder meer filosofie en Chinees. In 1972 kreeg hij in Amsterdam een aanstelling aan de Faculteit Wijsbegeerte.

Karels energie en productiviteit waren legendarisch, evenals zijn gevoel voor humor. Hij vertaalde onder meer Sartre, Habermas, Marcuse en Durkheim, en gaf les in alle deelgebieden van zijn vak. Hij deed pionierswerk voor de kinderfilosofie en voor de Chinese wijsgerige traditie, van confucianisme en taoïsme tot boeddhisme, in het Nederlandse taalgebied. Zijn colleges enthousiasmeerden generaties studenten; velen van hen zijn goede vrienden geworden. Als bestuurder loodste hij zijn faculteit vaardig door moeilijke jaren; en toen de computer zijn intree deed, liep hij met boor en gereedschapskist over de gangen om anti-inbraakstrips aan te brengen.

Karel was niet de man om te klagen over niet gerealiseerde dromen. Zelfs persoonlijke tegenslag wist hij productief te maken. Een ziekteverlof gaf hem de kans om een overzichtswerk over Chinese filosofie te schrijven, een lang gekoesterde wens. Later grapte hij wel eens dat hij weer overspannen wilde raken, zodat hij weer eens een boek kon schrijven.

Officieel ging hij in 2001 met pensioen; maar hij bleef lesgeven, en ging als gastonderzoeker naar Japan, China, en Servië. Ook verwerkelijkte hij een andere droom: een vertaling van de confucianist Mencius, rechtstreeks uit het Chinees. Maar herhaaldelijk werd hij met zijn eigen sterfelijkheid geconfronteerd. Net hersteld van een langdurig ziekbed kreeg hij te horen dat hij ongeneeslijke kanker had. Dat hij daarna nog twee jaar hard doorleefde, is een klein wonder, of beter, een getuigenis van zijn wilskracht. Voorjaar 2015 gaf hij nog een college Chinees Boeddhisme. Zelfs op zijn sterfbed keek hij nog papers van studenten na. Zo wilde hij het, en zo moest het ook zijn.

Confucius zei ooit: „Wie een boom heeft geplant, een boek heeft geschreven, en een zoon heeft gekregen is onsterfelijk”. Om het seksisme van die uitspraak had Karel gegrinnikt. Op de dag van zijn overlijden kon je in de supermarkt de muziek van één van zijn dochters horen, die popmusicus is. Ook dat was zoals het moest zijn.