‘Als je een koe goed verzorgt, en rust en ruimte geeft, gaat ze meer melk geven en minder poepen’

Dat stond in een blog op de website van OneWorld

illustratie robin hÉMAN

De aanleiding

In Europa geldt er voor boerderijen een mestplafond, of eigenlijk een fosfaatplafond. Een land mag maar een beperkte hoeveelheid fosfaat uitstoten. Nederland mag van de Europese Commissie niet meer dan 172,9 miljoen kilo fosfaat per jaar uitstoten. Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stootten we in 2014 172,3 miljoen kilo fosfaat uit. We schurken dus tegen het plafond aan. Jeroen van Wijck, blogger op de website van OneWorld, heeft de oplossing om tot minder mest te komen. Hij schrijft: ‘Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat als je een koe goed verzorgt, en ze rust en ruimte krijgt en natuurlijk gedrag kan vertonen, ze meer melk gaat geven en minder gaat poepen.’ Zou die oplossing echt voor meer melk en minder mest kunnen zorgen?

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met Jeroen van Wijck. Hij heeft niet direct de onderzoeken paraat, maar hij raadt ons aan om te zoeken naar onderzoeken over voerefficiëntie. Door beter met het voer om te gaan kan een koe meer melk produceren en minder mest. Een dag later stuurt hij een onderzoek uit 2013 van Wageningen University & Research Center (Wageningen UR) over betere benutting van veevoer.

En, klopt het?

De meeste onderzoeken die we vinden, gaan in de eerste plaats over veevoer en hoe het fosfaatgehalte in het voer verlaagd kan worden. Bijvoorbeeld in een literatuurstudie van de afdeling Livestock Research van Wageningen UR uit 2012. In voer voor melkvee zit volgens dit onderzoek veel fosfaat dat de koe niet verteert; het overschot vind je terug in de mest. Om dit te verminderen kun je bijvoorbeeld in het dieet van de koe de hoeveelheid vers gras verminderen. In vers gras zit namelijk veel fosfaat. Maar we lezen hier niets over goed verzorgde koeien die minder mest of minder fosfaatrijke mest zouden geven.

Dan het onderzoek dat Van Wijck opstuurde. In dat rapport staat dat een beetje comfort voor de koe wel helpt. Een koe zonder stress eet meer en verteert de voedingstoffen beter. En produceert minder mest, zo concluderen de onderzoekers. Alleen concrete cijfers ontbreken.

En wat houdt een beetje comfort in? Dat lezen we in het voorstel ‘Kracht van koeien’ van Wageningen UR uit 2012. De makers van het rapport hadden een paar voorstellen: het zou beter zijn als een koe ongeveer 13 m2 ruimte zou hebben, in plaats van de huidige 6 tot 8 m2. De loop- en voergangen moeten een stroeve, droge en schone vloer hebben, want bij een gladde vloer lopen koeien het risico om uit te glijden. Het wordt niet duidelijk of dit gevolgen heeft voor de hoeveelheid mest of melk: de opstellers van het rapport hebben daar niet naar gekeken.

We kijken even verder naar internationale onderzoeken. In Australië werd aan de Universiteit van Melbourne een onderzoek gedaan naar de diervriendelijkheid op 31 melkveehouderijen. Daaruit bleek dat koeien die diervriendelijk werden behandeld, meer melk gaven. Tot zelfs 16 procent meer. Diervriendelijk betekent hier dat koeien rustiger werden behandeld, zonder zware drang zoals klappen op de kont. Over mest zeggen de Australische onderzoekers niets.

Voor iets meer uitleg bellen we met André Bannink, onderzoeker bij de afdeling Livestock Research van Wageningen UR. „Rust maakt dat een koe goed eet, wat de melkproductie ten goede komt”, zegt hij. „Maar een direct effect van rust op de vertering is moeilijker aan te tonen met harde cijfers.” Het gaat uiteindelijk toch vooral om het voer: wat de koe eet, hoeveel de koe eet en wat het fosfaatgehalte in het voer is.

Conclusie

Uit onderzoek is gebleken dat koeien die diervriendelijk behandeld worden, meer melk geven. Onderzoekers onderschrijven dat minder stress ervoor zorgt dat koeien meer eten en beter verteren. En ook: minder mest produceren, al zijn er geen cijfers die dat onderbouwen. Maar als je wilt dat koeien minder fosfaat produceren, dan is het belangrijkste, zeggen onderzoekers, toch het voer. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.