Zo wordt zwart gemaakt

Ooit schreef ik ‘ik ben mijn borsten’. Dat bekte lekker, maar ik bedoelde: ik ben mijn borsten, omdat ik gevormd ben door de manier waarop de buitenwereld mij ziet. Ik geloof niet dat mijn brein ‘vrouw’ is, maar omdat mijn lichaam als ‘vrouw’ wordt benaderd ben ik mij vanzelfsprekend als ‘vrouw’ gaan gedragen.

Wij zijn onze lichamen, ‘mijn ziel is de energie die door mijn neuronen en zenuwen jaagt, mijn geest is mijn vlees’, schrijft Ta-Nehisi Coates in het pas verschenen Between the World and Me.

Coates groeide op in Baltimore, zeker eenderde van zijn wezen werd permanent in beslag genomen door angst. Nog draagt hij een voortdurend besef van kwetsbaarheid. Overal waren jongens die wilden vechten, zijn vader sloeg hem, ‘dan doet de politie het niet’. ‘Zwarte mensen hebben hun kinderen obsessief lief.’ Zo bang hen te verliezen.

Coates schreef een brief aan zijn zoon. Zijn zoon is vijftien jaar wanneer hij op televisie ziet hoe de agent, die tiener Mike Brown vermoordde, vrij wordt gesproken. Zijn zoon zegt dat hij even weg moet. Op zijn kamer huilt hij. Tranen, die overal ter wereld uit zout en vocht bestaan; een chemische universaliteit die nergens tot verbroedering leidt.

Zo’n evidente overeenkomst doet me geloven dat gelijkheid niet voortkomt uit liefde voor overeenkomst, maar uit een geoefend oog voor verschil.

Coates gaat hem achterna, maar troost hem niet. Coates wil niet dat zijn zoon in de Droom gaat geloven die hem voorspiegelt dat ook hij alles kan bereiken, als hij maar ‘twee keer zo braaf is en twee keer zo hard werkt’ als de witte kinderen. Coates wil niet dat zijn zoon denkt dat Mike Brown een incident is, een ongeval, pech, in handen gevallen van een rotte appel. Agenten zijn mannen wier handelen voortkomt uit de gedachten van de meerderheid die kan vluchten in de Droom.

Hij wil dat zijn zoon zich herinnert dat zwarten in Amerika 250 jaar in slavernij leefden – langer geketend dan vrij.

Sommige lichamen zijn nooit alleen. Coates vertelt zijn zoon: ‘Jij wordt verantwoordelijk gehouden voor de ergste daden van andere zwarte lichamen. En je bent verantwoordelijk voor het gedrag van de autoriteiten – de politieman die je met zijn knuppel slaat, vindt een excuus in jouw vluchtige bewegingen.’

Sommige lichamen worden altijd samengetrokken met andere lichamen. Zo wordt zwart gemaakt. ‘Ras is het kind van racisme, niet zijn vader.’

Daaraan kan toegevoegd: sekse is het kind van seksisme, niet de moeder.

Andere lichamen zijn bijna transparant, nauwelijks besmeurd door blikken en verwachtingen. Wie tot de norm behoort, draagt nooit een groep en houdt alleen zichzelf vast.

Het klinkt luxueus om zo vederlicht te zijn, maar Coates wil geloven dat het kennen van kwetsbaarheid hem dichter bij de waarheid van het leven brengt. Alles én niets is zwart of wit.