Vertrouwen consument stuwt prijzen weer op

De prijzen stegen in juli met 1 procent, zo meldt het CBS. Het ECB-doel van 2 procent is echter nog buiten bereik.

Deflatie afgewend

Is het spook van de deflatie bedwongen? Rond de jaarwisseling nog leken de prijzen in Nederland, en meer nog in de rest van de eurozone, in een vrije val te raken. Uit vrees voor deflatie – een neerwaartse prijsspiraal – greep de Europese Centrale Bank (ECB) in met een groot opkoopprogramma van staatsobligaties.

Een half jaar later is het beeld anders: De inflatie in Nederland lag vorige maand op 1 procent ten opzichte van de vorige maand vorig jaar, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren bekend.

Daarmee houdt de stijging van de consumentenprijzen in Nederland aan. In juni lag de inflatie ook op 1 procent. „Vooral duurdere vliegtickets en vakantieaccommodaties hadden een verhogend effect”, meldt het CBS.

Volgens Peter-Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, is de terugkeer van de inflatie een teken van een „aantrekkende economie”. „Consumenten hebben meer vertrouwen, en dat zie aan de grotere vraag naar vakanties”. Ook allerlei diensten werden duurder. De inflatie van 1 procent is, gemiddeld genomen, nog wel laag: in de jaren negentig lag de inflatie altijd boven de 2; daarna vaak wat lager.

Het CBS kijkt ook naar de ‘kerninflatie’. Dat is de inflatie zonder de prijzen van energie en voedsel, die vaak sterk fluctueren. In juli werd energie, hoofdzakelijk door de daling van de olieprijs, 4 procent goedkoper. Levensmiddelen stegen juist in prijs. De kerninflatie kwam uit op 1,6 procent.

Is dit allemaal dankzij Mario Draghi? „Verhoogde risico’s van een te lange periode van lage inflatie” waren voor de ECB reden om maandelijks een injectie van 60 miljard euro te geven in de eurozone-economie. De ECB koopt sinds maart obligaties en betaalt met geld, dat de economie in komt (‘kwantitatieve verruiming’). Dit programma moet lopen tot september 2016.

ECB-baas Draghi streeft naar een inflatie van „onder, maar nabij” de 2 procent. Dit cijfer, dat de Amerikaanse Fed ook hanteert, geldt als een optimum: de economie kan gezond groeien zonder dat de prijzen de pan uitrijzen en zonder dat spaargeld ernstig in waarde daalt.

De Nederlandsche Bank schat het effect van het ECB-opkoopprogram- ma op de Nederlandse inflatie op 0,1 tot 0,2 procentpunt per jaar. Maar volgens Van Mulligen is het niet duidelijk of dit effect er nu al is. „De inflatie weerspiegelt vooral het economisch herstel”, zegt hij. Komt dat herstel niet óók door het ECB-beleid? Misschien een beetje, zegt Nico Klene, senior econoom bij ABN Amro. „Maar de economie trok al aan voor het begin van het ECB-programma”.

ABN Amro verwacht dat de inflatie verder zal aantrekken, van 1 procent in heel 2015 naar 1,5 procent in 2016. De bank gaat ervan uit dat volgend jaar de importprijzen hoger worden door een duurdere dollar, dat de olieprijs aantrekt en dat de Nederlandse economie blijft groeien.

Nog geen keerpunt

Van Mulligen en Klene wijzen erop dat de inflatie in de rest van de eurozone nog een stuk lager ligt dan in Nederland. „Heel veel effect kan het ECB-beleid dus nog niet hebben”, zegt Klene.

Om de gegevens van alle eurolanden te kunnen vergelijken gebruikt de ECB een andere inflatie-index dan het CBS (HICP in plaats van CPI). Volgens de ECB-meting lag de Nederlandse inflatie in juli op 0,8 procent, tegen 0,2 procent in de hele eurozone.

0,2, dat is nog lang niet 2. Genoeg reden om aan te nemen dat Draghi voorlopig nog wel even aan zijn paardenmiddel zal vasthouden.