VN dringt aan tot opsporing daders Syrische chemische aanvallen

De vernietiging van de chemische wapens gebeurde onder toezicht van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Foto ANP / Lex van Lieshout

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft unaniem ingestemd met een resolutie om de daders achter de chemische aanvallen in de burgeroorlog in Syrië op te sporen. De vijftien lidstaten vroegen aan secretaris-generaal Ban Ki-moon en het hoofd van Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) om een onderzoek op te zetten.

Onderzoeksinstantie

Het toeschrijven van de verantwoordelijkheid voor de aanvallen kan de weg vrijmaken voor een optreden van de VN-Veiligheidsraad. De Raad heeft al gedreigd met consequenties, zoals sancties. Tot nu toe had het nog geen maatregelen genomen om de verantwoordelijkheid voor Syrische gifgasaanvallen toe te schrijven.

De VN-Veiligheidsraad vraagt Ban Ki-moon en de OPCW binnen twintig dagen met aanbevelingen te komen voor de oprichting van een onderzoeksinstantie “om de mogelijke individuen, organisaties, groepen of overheden te identificeren” die betrokken zijn bij de aanvallen.

De stemming kwam twee dagen nadat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en zijn Russische collega Sergej Lavrov overeenstemming bereikten over de definitieve tekst van de resolutie. Geen van de andere dertien lidstaten heeft bezwaar gemaakt tegen die versie.

Gifgasaanval twee jaar geleden

Op 21 augustus 2013 vond een grote gifgasaanval plaats in Damascus die aan honderden mensen het leven kostte. Het Syrische regime werd al snel door meerdere partijen van beschuldigd die aanval te hebben uitgevoerd met behulp van chemische wapens.

Een onderzoek van de VN wees uit dat sarin was gebruikt, een gas waar het regime van Assad in grote hoeveelheden over beschikte. Het dringt het lichaam binnen via de ademhaling en kan zenuwen verlammen. Een schuldige werd met dat onderzoek niet aangewezen.

Vernietiging chemische wapens

Met een resolutie besloot de VN-Veiligheidsraad in september dat jaar tot de vernietiging van alle chemische wapens in Syrië. Syrië stemde toe om aan de ontmanteling mee te werken.

De vernietiging gebeurde onder toezicht van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die in juni vorig jaar aan de Veiligheidsraad rapporteerde dat de operatie was geslaagd. Alles wat het regime had opgegeven, was het land uit. Veel deskundigen waren sceptisch, mede door berichten over nieuwe aanvallen met gifgas.

Chemische aanvallen gaan door

Sindsdien zijn meerdere aanwijzingen dat de chemische aanvallen in Syrië doorgaan. In maart maakten activisten al melding van een aanval met chloorgas boven Sarmin in de noordwestelijke provincie Idlib. Volgens Human Rights Watch heeft de Syrische regering in april en mei giftige chemicaliën gebruikt bij bomaanslagen.

Begin mei waren er nieuwe aanwijzingen dat het regime van de Syrische president Assad niet alle chemische wapens had opgegeven, terwijl het dat wel heeft verklaard.

Lees ook in NRC Handelsblad: Boven Syrië hangt geur van chloorgas, drie vragen over de gifgasaanvallen.