Statistisch de beste coach voor Brentford

Met moeite hield hij Excelsior in de eredivisie, toch dwong hij een baan af als coach van een Britse voetbalclub, Brentford FC. Hoe? Statistieken. Zoals alles bij de club wordt bepaald door statistieken. Morgen wacht het eerste competitieduel in Londen.

Marinus Dijkhuizen hoeft niet zelf te kiezen welke spelers moeten worden gekocht, dat doen de computers voor hem. Foto Manuel Vazquez

Marinus Dijkhuizen (43) staat met zijn armen over elkaar op een zonnig trainingsveldje in Osterley, West-Londen. Hij kijkt naar zijn spelers en concludeert dat hij geen idee heeft wat hij precies ziet. Sommige jongens dragen een zwart soort harnas met lampjes op hun borst tijdens een oefening met kleine doeltjes. Rechts van het veld in de polder staat een metershoge zwarte zendmast met op de grond meer elektronica.

Sinds een paar maanden is Dijkhuizen trainer van Brentford FC, een voetbalclub uit de Championship, het tweede niveau in Engeland. Hij werd weggeplukt bij Excelsior, waar hij in de jaren 90 zelf spits was. Dijkhuizen zorgde er in mei voor dat de club zich handhaafde in de eredivisie. Hij was al een nieuwe verbintenis voor twee jaar aangegaan in Rotterdam, maar „dit was een kans die je maar een keer in je leven krijgt”. Want hier, aan de rand van een kleine woonwijk pal naast vliegveld London Heathrow, moet zich de komende tijd een wonder voltrekken: Brentford, met een van de kleinste begrotingen van de Championship en met een trainingslocatie op een op het oog verlaten trapveldje, moet naar de Premier League.

Op zich is zo’n ambitie niet heel bijzonder. Maar de clubleiding, bestaande uit de Deen Rasmus Andersen en de Brit Phil Giles, heeft unieke plannen. In voetballand wordt gesproken over een baanbrekend experiment, dat vorig jaar in Denemarken al een revolutie is gebleken.

Statistische analyses

Statistiek is het toverwoord, zoals ook in de film Moneyball uit 2011, met Brad Pitt in de rol van directeur van een honkbalclub. Pitt is de wanhoop nabij als door slechte resultaten spelers vertrekken en er geen geld meer is voor versterking. Hij komt in aanraking met een econoom die radicale ideeën heeft over hoe je spelers op waarde kunt schatten op basis van statistieken. De ideeën worden uitgevoerd en het team wint twintig wedstrijden op rij.

Iets soortgelijks gebeurde vorig jaar in Denemarken, met FC Midtjylland. Professioneel gokker Matthew Benham investeerde met zijn sportstatistiek- annex gokkantoor Smart Odds in juli 6 miljoen pond (circa 8,6 miljoen euro) in de verlieslijdende club. En wat gebeurde er? Midtjylland werd voor het eerst in de geschiedenis landskampioen, met vier punten voorsprong op de nummer twee, FC Kopenhagen. Niet omdat er met geld werd gesmeten en de duurste spelers werden aangetrokken, maar omdat op basis van data over kansen, dreiging op het veld, balverlies en tal van andere factoren op het eerste gezicht uitgerangeerde en dus betaalbare voetballers werden gekocht. De resultaten waren verbijsterend.

In West-Londen staat nu wellicht hetzelfde te gebeuren. Benham kocht zijn ‘jeugdliefde’ Brentford in 2012, begon spelers en staf statistisch door te lichten en te analyseren en promoveerde gelijk van het Britse derde niveau naar het tweede. Vorig jaar speelde de club zelfs nacompetitie voor promotie naar de Premier League. Dit seizoen wordt die stap voor mogelijk gehouden.

Maar hoe kwam Marinus Dijkhuizen, een 1,98 meter lange, relatief onervaren voetbaltrainer uit ’s-Gravenzande in West-Londen terecht? Statistiek. Zijn naam was uit de wiskundige modellen van Benham gerold, zo vertelden ze hem tijdens de eerste sollicitatiegesprekken. Bij Excelsior had hij sinds januari 2014 als coach namelijk een stijgende lijn laten zien. „Uh, oké”, was Dijkhuizens eerste reactie. „Bijzonder.”

Ja, hij was met Excelsior gepromoveerd, maar eenmaal in de eredivisie was het zo makkelijk niet gegaan. Waar was de uitkomst van die formules dan op gebaseerd? „Ze hebben een eigen klassement van spelers en trainers in alle Europese competities. De eindstand in de competitie interesseert hen niet. Wat leidend is, zijn de kansen die een team creëert en de kansen van de tegenstander die dat team voorkomt. Zoiets. Maar ik weet het ook allemaal niet. Alles is nieuw voor me.”

Zonder gezin

Dijkhuizen had zichzelf de komende jaren eerder trainer zien worden bij clubs als SC Cambuur of FC Groningen: „Geen poeha, alles duidelijk.” Nu is hij dus ineens head coach bij een Britse voetbalclub uit 1889 – eentje met zeer ambitieuze plannen. „Dit ga je niet menen”, had zijn jongere broertje gezegd toen hij het nieuws hoorde. Vader Dijkhuizen was minder enthousiast, die gaat zijn zoon missen. Net als zijn vrouw en twee dochters van vijf en elf jaar, die niet mee zijn verhuisd naar Londen. Dijkhuizen en zijn vrouw hebben die moeilijke beslissing genomen omdat Dijkhuizen er niet genoeg voor zijn gezin zou kunnen zijn. Zeker in het eerste jaar, als zoveel nieuw is en alles behalve zijn gezin de aandacht opeist. „En we hebben de knoop pas in mei doorgehakt. Het was te kort dag om met het hele gezin te emigreren. Dat is pittig, ja. Maar bij dit leven horen nu eenmaal opofferingen, en dat weten ze.”

Engels voetbal vindt hij prachtig om te zien, maar Dijkhuizen kent de clubs uit de Championship nauwelijks. Om die reden is hij blij dat hij niet zelf hoeft te kiezen welke spelers moeten worden aangetrokken, en dat de computers van Benham, Andersen en Giles dat voor hem doen. De tijden dat je als trainer een scout op wedstrijden afstuurde om spelers te beoordelen, zijn bij Brentford verleden tijd. Getallen over tackles, gewonnen kopduels, key passes, dreiging in het zestienmetergebied en effectiviteit bij standaardsituaties (vrije trappen, corners) bepalen wie de club komt versterken. Bij FC Midtjylland resulteerde dat vorig jaar bijvoorbeeld in het op een na hoogste aantal benutte vrije trappen van Europa: 0,88 per wedstrijd. Alleen Atlético Madrid deed dat in het kampioensjaar met 1,04 beter, schrijft The Guardian.

Dijkhuizen studeerde bedrijfseconomie voordat hij in 1994 een profcontract kreeg aangeboden bij Excelsior. Hij heeft wel wat met cijfertjes, hoewel wat ze bij Brentford doen voor hem nog hogere wiskunde is. Bij zijn vorige werkgever had hij één data-analist tot zijn beschikking. Nu zijn dat er drie, plus een specialist voor standaardsituaties, iemand voor de traptechniek, een mental coach en een specialist voor ingooien. Echt? „Ja, weet je hoe vaak je gemiddeld per wedstrijd moet ingooien? Dertig keer. En weet je hoe vaak dat leidt tot balverlies? 75 procent. Dus, een specialist is wel handig.”

Zelfs tijdens de wedstrijden krijgt hij in de rust sms’jes met real time informatie over zijn spelers. Wie blijft ver weg van zijn maximale hartslag en doet niet zijn best? Wie loopt juist enorm in het rood en moet nodig gewisseld worden? De statistieken vertellen het hem.