Starters houden het lang vol, maar hoe?

Nederlandse starters ‘willen graag’. Zo graag, dat hun bedrijf het goed doet.

foto thinkstock

Uit onderzoek van de Europese samenwerkingsorganisatie OESO blijkt dat startende Nederlandse ondernemers het relatief goed doen. Ruim de helft overleeft de eerste vijf jaar. Hoe komt het dat we het zo goed doen?

Het gemiddelde van de 25 OESO-landen die meegenomen zijn in het onderzoek is 44 procent. Daar zit Nederland met 53 procent ruim boven.

Volgens Roy Thurik, professor Economie en Ondernemerschap aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, komt het starten van een onderneming voort uit grofweg twee motivaties: je wil het en je moet wel.

In landen met een goed draaiende economie beginnen mensen vaker een eigen bedrijf omdat ze het echt willen, legt hij uit. „In landen met een minder goede economie speelt het moeten een grotere rol. Daar is niks mis mee, maar iets ‘moeten’ heeft altijd minder kans van slagen dan iets echt ‘willen’.”

Hoeveel werkgelegenheid?

De werkgelegenheid die starters in Nederland opleveren is een klein deel van de totale werkgelegenheid: bijna vier procent.

Juist in landen zoals Letland (14,3 procent) en Litouwen (12,6 procent) is dat aandeel veel groter. „Maar dat zijn landen zonder grote of internationale bedrijven”, zegt Thurik.

Relatief gezien is dus maar een heel klein deel van de Nederlandse beroepsbevolking werkzaam in een startende onderneming. Volgens Thurik kunnen dat nou net de echte diehards zijn. Voor hen is het meer een kwestie van ‘willen’, dan van ‘moeten’.

Hetzelfde geldt voor België. Daar is de kans op dat je bedrijf blijft bestaan met 60 procent erg groot, maar het is slechts een klein percentage van de werkende mensen dat er daadwerkelijk aan begint.

Succesfactoren

Maar hoe kan het dat Duitsland en Noorwegen - met goede economieën - veel lager scoren dan Nederland?

Thurik ziet uiteenlopende factoren die van invloed zijn op het slagen van een onderneming. Als eerste je motivatie, maar ook de sector waarin je begint en de ervaring die je al hebt. Daarnaast heeft je bereidheid om risico’s te nemen invloed op je bedrijf en de kennis van je eigen vaardigheden en kunnen.

„We praten dan natuurlijk over individuele kansen, niet over kansen vanuit de economische omstandigheden in landen. Maar dat is heel moeilijk, op basis van het onderzoeksmateriaal waar we in dit geval over beschikken.”

Gewoon blij zijn

Ook al valt het niet direct te verklaren vanuit economisch perspectief, het is volgens Thurik ‘gewoon fijn’ dat het merendeel van de Nederlandse ondernemingen volhoudt. Nog belangrijker is de groei, want dat is weer goed voor de werkgelegenheid.

Bij de start heeft een Nederlands bedrijf gemiddeld drie werknemers. Dat neemt vervolgens ieder jaar toe.

Ter vergelijking: Amerikaanse bedrijven starten dan misschien wel met gemiddeld zes werknemers, dit aantal neemt in de jaren die volgen nauwelijks toe. Qua ontwikkeling en groei van nieuwe bedrijven doet Nederland het volgens de OESO dus best goed.