Oorlog kun je kwijtraken en dat kan voelen als intens verlies

Arnon Grunberg rijdt deze zomer met de Afghaanse voormalige asielzoeker Qader Shafiq van Nijmegen naar Kabul voor familiebezoek. Grunberg schrijft dagelijks een reisverslag.

„Ellende heeft geen nationaliteit”, staat te lezen op de gedenkplaats in Katyn die de herinnering aan de moord op ruim twintigduizend Poolse officieren in 1940 levend moet houden. Beria, chef van de NKVD, stelde de massamoord voor, Stalin gaf toestemming.

De gedenkplaats, die pas een paar jaar geleden is ingewijd, doet voorkomen alsof de Russen en de Polen hier in gelijke mate hebben geleden. In Katyn zijn ook enkele honderden Russische krijgsgevangenen door de nazi’s vermoord.

Een oudere Rus vraagt op het parkeerterrein aan ons of wij hier familieleden hebben liggen. „Nee”, zegt mijn reisgenoot Qader. „En u?”

„Ik ook niet”, antwoordt de man. „Maar ik kom hierheen om over oorlog na te denken. Ze zijn voor niets gevallen.” Hij wijst naar het bos. „En zij vallen nog steeds voor niets.”

Er staan symbolen van enkele monotheïstische religies op de smaakvol ingerichte gedenkplaats. Bij het kruis van de orthodoxen liggen de meeste kransen en bloemen. Het indrukwekkendst is het bos zelf, dichtbegroeid en natrillend van de warmte. Hier kun je discreet duizenden mensen vermoorden.

Maar dat ellende geen nationaliteit zou hebben is een vrome leugen die de gedenkplaats acceptabel moet maken voor de nakomelingen van de daders, want de Poolse officieren zijn nu juist vermoord omdat ze Pools waren.

Katyn ligt op een half uur rijden van Smolensk. Qader zegt: „De omweg was de moeite waard. Eigenlijk gaat deze reis over oorlog. Vanaf het moment dat we Polen hebben verlaten zouden we Afghanistanveteranen kunnen tegenkomen, soldaten uit de Sovjet-Unie die in de jaren zeventig en tachtig in Afghanistan hebben gevochten. We zouden met hen moeten praten.”

Eerder had ik me afgevraagd waarom Qader deze zomer wekenlang in een auto gaat zitten om dwars door de voormalige Sovjet-Unie naar zijn geboorteland te reizen. Misschien om de oorlog te zoeken. Ook oorlog kun je kwijtraken en dat kan voelen als een intens verlies.

Bij een benzinestation waar een dame van middelbare leeftijd de benzinepompen bedient en een andere dame binnen bij de kassa zit, besef ik hoezeer Rusland op Amerika lijkt. Dezelfde uitgestrekte leegte, hetzelfde avonturisme, de licht weemoedige verheerlijking van een type dat ik maar even cowboy zal noemen.

Het is al donker als we de stad Orjol bereiken. Een voorstad doet denken aan een minder geslaagde versie van Las Vegas.

Het platteland stribbelt tegen, maar de stad symboliseert de overwinning van het kapitalisme.

Wordt vervolgd