Nieuwe aanslag bewijst gevaar IS voor Saoedisch regime

Het koningshuis vindt Iran toch gevaarlijker dan sunnitische extremisten.

Provinciegouverneur prins Faisal bin Khaled bezocht gisteren een politieman die gewond raakte bij de aanslag op een moskee in Abha. Foto AP

Voor de derde keer in drie maanden is gisteren in Saoedi-Arabië een bloedige zelfmoordaanslag gepleegd op een moskee. Maar deze keer waren de speciale eenheden van het ministerie van Binnenlandse Zaken doelwit, waarmee de aanvallers een belangrijk onderdeel van het regime zelf troffen. De vorige twee aanslagen, in mei, waren gericht tegen shi’itische moskeeën. Shi’ieten zijn tweederangsburgers voor de radicaal-sunnitische wahabitische islam die in het koninkrijk dominant is.

Volgens de staatszender Al-Ekhbariya kwamen bij de aanslag op de moskee in Abha, in het zuidwesten van Saoedi-Arabië, 17 mensen om het leven. Het ministerie van Binnenlandse Zaken hield het op 15 doden, in meerderheid politiemannen. In de moskee, binen de hekken van het plaatselijke politiecomplex, waren op het moment van de aanslag politierekruten in gebed. De aanslagen op 22 en 29 mei in Qatif en Dammam in de overwegend shi’itische Oostelijke Provincie eisten respectievelijk 21 en 4 levens.

De extremistisch-sunnitische Islamitische Staat (IS) eiste destijds de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen op de shi’ieten. Ook de aanslag op de politie in Abha werd opgeëist door deze jihadistische terreurorganisatie die een kalifaat probeert te vestigen in alle door moslims bewoond gebied. IS is fel antishi’itisch, omdat shi’ieten volgens strikte sunnieten geloofsafvalligen zijn en dus dood moeten. Maar tevens bedreigt hij uitdrukkelijk alle islamitische regimes.

Alle gelovigen moeten immers trouw zweren aan de kalief. Een monarchie zoals de Saoedische past niet in het beeld van IS. De moskee in Abha werd gisteren door de IS-afdeling die de aanslag via Twitter opeiste, gebrandmerkt als ‘monument van de afvalligen’ en het koningshuis als ‘tirannen’ die zich hebben verbonden met ‘hun kruisvaarders-meesters’, het Westen.

IS vormt een bedreiging van binnenuit. In Saoedi-Arabië heeft IS onder jongeren redelijk wat aanhang. Dat is niet zo vreemd: de wahabitische islam is de in principe geweldloze variant van de gewelddadige ideologie waarop IS is gebaseerd. Bovendien hebben de autoriteiten jarenlang toegestaan dat jongeren naar de jihad vertrokken; eerst naar Afghanistan in de jaren tachtig, en later, na de Amerikaanse invasie van 2003, naar Irak. Lange tijd hebben particuliere Saoedische groepen en individuen ook extremistische groepen als IS in Syrië gesteund, tot de autoriteiten daar paal en perk aan stelden.

Het probleem van de IS-aanhang in eigen land kwam vorige maand naar buiten toen de Saoedische autoriteiten meer dan 400 extremisten oppakten. Maar koning Salman, kroonprins Mohammed bin Nayef en adjunct-kroonprins Mohammed bin Salman (zijn zoon) zien Iran als een veel grotere bedreiging dan IS. In dat kader lanceerden zij in maart een luchtoorlog tegen de shi’itische Houthi-rebellen in het zuidelijke buurland Jemen. Volgens Saoedi-Arabië zijn de Houthi’s Iraanse marionetten, net zoals de regimes van Syrië en Irak en Hezbollah in Libanon.

Eenheden uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten helpen intussen op de grond in Jemen anti-Houthi-strijdgroepen het land terug te veroveren op de rebellen. Van de oorlogschaos profiteert de regionale Al-Qaeda, de concurrerende grote jihadistische organisatie naast IS, die gisteren drie steden innam in de buurt van de havenstad Aden, waaruit de Houthi’s pas zijn verdreven.

Deze Al-Qaeda is een fusie van Jemenitische en Saoedische extremisten, die in 2009 nog een zelfmoordterrorist afstuurde op huidig kroonprins Mohammed bin Nayef. Deze werd licht gewond bij de aanslag. Al-Qaeda is in Jemen nu echter de facto een bondgenoot van de Saoediërs in hun oorlog tegen de Houthi’s.