Met pizza’s, tweets en 133 miljoen krijgt minister de politie niet mee

Minister Ard van der Steur loopt vast met zijn eerste belangrijke klus: politieacties worden steeds harder.

Kort nadat VVD’er Ard van der Steur het ministerschap had overgenomen van Ivo Opstelten, nodigde hij de voorzitters van de vier politiebonden in het weekend uit bij hem thuis in Warmond: pizza eten en nader kennismaken.

De politievakbonden voeren al langer actie voor een nieuwe cao dan VVD’er Ard van der Steur minister van Veiligheid en Justitie is. Hun eerste – publieksvriendelijke – acties begonnen ze op 9 maart dit jaar, toevallig precies de dag dat Ivo Opstelten aftrad. De acties werden tot nu toe door drie van de vier bonden gevoerd. Maar gisteravond besloot ook de Vereniging voor Middelbaar en Hoger Politiepersoneel (VMHP), na raadpleging van haar leden, zich erbij aan te sluiten.

Bij de kennismaking praatten Van der Steur en de voorzitters over de cao en over de reorganisatie bij de politie. En werden het eens: het snel tot stand komen van een collectieve arbeidsovereenkomst zou goed voor de organisatie zijn en zou een deel van de onrust bij de politie wegnemen.

Het is nu bijna een half jaar later en de nieuwe minister loopt vast met zijn eerste grote klus: de politieacties worden harder en raken meer mensen. Dit weekend gaan vijf voetbalduels niet door. Het was wat naïef van de minister om te denken dat het vlot goed zou komen, zeggen ze bij de politie. De mannen van de bonden zijn gewend hun onderhandelingsspel hard te spelen. Ze hebben van oudsher veel invloed vanwege hun hoge organisatiegraad. Naar schatting 80 procent van het politiepersoneel is lid.

Van der Steur is tijdens die gesprekken verbaal sterk en wil tonen dat hij doortastend optreedt. Maar dat hij de bestuurlijke ervaring mist die bij zijn voorganger zowat uit zijn poriën kwam, is ook te horen.

Half juli hadden de bonden en de minister weer overleg, een paar dagen nadat het kabinet een onderhandelaarsakkoord had gesloten voor alle rijksambtenaren. Dus ook voor de politie. In dat gesprek begon Van der Steur bij de uitkomst. Ik heb jullie jaarlijks 133 miljoen euro extra te bieden, meer wordt het niet, zei hij volgens een onderhandelaar tijdens het gesprek. Niet handig als je de indruk wilt wekken dat sprake is van een open gesprek.

Tegelijk snappen ze bij de politie en de bonden ook, al zullen ze dat nooit hardop toegeven: Van der Steur hééft nu eenmaal weinig meer te bieden. Hij zat niet persoonlijk aan tafel bij de onderhandelingen die rijksbreed gevoerd werden. Die 133 miljoen is over zijn hoofd heen afgesproken. En op het departement van Justitie vinden ze dat bedrag bovendien een prima resultaat. Niet voor niks wijst Van der Steur gisteren in zijn brief aan de vakorganisaties erop dat meer dan 85 procent van het politiepersoneel een modaal inkomen of hoger heeft.

De persoonlijke relaties vormen, ondanks alle harde woorden, geen probleem, zeggen zowel de bonden als het ministerie. Als Kamerlid had Van der Steur weinig met de bonden van doen, dus hun relatie begon blanco. En van het onderhandelen weet iedere partij dat het uiteindelijk neerkomt op een gezelschapspel voor gevorderden.

Toch is Van der Steurs verbazing oprecht over het feit dat enkele bonden hun acties nu doorzetten, terwijl hun ‘moederorganisaties’ akkoord gingen met de rijksbrede afspraken. Hun leden worden nu geraadpleegd. Dus waarom die bonden de uitkomsten daarvan niet afwachten, noemt de minister „onbegrijpelijk”.

Waarschijnlijk breekt de volgende fase in de onderhandelingen aan als de uitkomst van die ledenraadplegingen bekend is, over een paar weken. Als de leden dat akkoord verwerpen, ontstaat er pas een nieuwe werkelijkheid. Maar dat maakt Van der Steur weinig uit. Hij nodigde de vakbonden gisteren uit om terug bij hem aan tafel te komen, minstens zo hartelijk en opgewekt als Ivo Opstelten – „mijn deur staat altijd voor de heren open” – dat vaak deed. Van der Steur deed het via Twitter, dat dan weer wel.