Janneke Vreugdenhil Focaccia met aardappel

Illustratie Jet Peters

Focacciadeeg is nat en plakkerig, heel anders dan een gewoon brooddeeg. Juist dat natte deeg zorgt voor een knapperig brood met mooie gaten. Bedwing de neiging om extra bloem toe te voegen; alles komt goed wanneer het brood in de oven staat. Wie het basisrecept in de vingers heeft, kan gaan variëren met toppings, zoals knoflook, olijven, uienringen of kaas.

Schil de aardappels en kook ze in ongeveer 20 minuten gaar. Giet af en prak met een vork tot een grove puree. Los de gist op in 350 ml lauwwarm water en laat even staan. Vul een grote kom met aardappelpuree en bloem. Maak een kuiltje en giet daar de opgeloste gist en olijfolie in. Zet alvast wat extra bloem klaar. Kneed het aardappel-bloemmengsel met de handen tot een elastisch deeg. In het begin is het deeg erg plakkerig. Gebruik eventueel extra bloem. Niet te veel, want het moet wel plakkerig blijven. Vet een schone kom in met olijfolie en leg het deeg daarin. Laat, afgedek met plasticfolie ongeveer 1½ uur op een warme plek rijzen. Het deeg moet in omvang verdubbeld zijn. Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet 2 bakblikken in met olie. Verdeel het deeg in 2 ballen. Vorm van elk een dikke rechthoek op de bakplaten. Laat het deeg nog 30 minuten rijzen. Besprenkel het daarna met olijfolie en druk met de vingers gaatjes in het deeg. Strooi er zeezout en rozemarijnnaaldjes over. Bak de focaccia’s in ongeveer 30 minuten gaar.