Israël heeft met de kolonisten ‘zijn eigen anti-democratische monsters gecreëerd’

Aanslag op een Palestijnse peuter staat niet op zichzelf. Kolonistengeweld blijft onbestraft.

Israëlische soldaten kijken toe hoe gemaskerde Joodse kolonisten Palestijnse boeren uitschelden bij een confrontatie vlak bij Nablus in 2008. Foto Nasser Ishtayeh/AP

Hij zet zijn leesbril op en pakt zijn grote boek erbij. Sinds 1998 heeft de 75-jarige boer Mahmoud Hassan uit Turmus Aya, een dorp op de Westelijke Jordaanoever, bijgehouden wat Joodse kolonisten uit de omgeving hebben misdaan. Honderden van zijn olijfbomen zijn gekapt of vergiftigd, twee waterbronnen zijn ingenomen en gewassen verbrand, en zijn land wordt gebruikt om buitenposten te stichten bij illegale nederzettingen.

De meeste Palestijnen laten het erbij zitten. De Israëlische politie, vinden zij, beschermt de kolonisten. Zo niet Hassan. Meer dan tachtig klachten heeft hij ingediend bij de politiedivisie van Judea en Samaria, de Israëlische naam voor de bezette Westelijke Jordaanoever. Hassan: „In meer dan 90 procent van de gevallen gebeurt er niets. Ze beschermen ons niet.”

Een week geleden kwam een Palestijnse peuter van anderhalf om het leven nadat kolonisten een brandbom in een huis hadden gegooid. Deze aanslag, die een schok teweegbracht in Israël, staat niet op zichzelf. Sinds 2010 hebben de VN jaarlijks tussen de drie- en vierhonderd gevallen van kolonistengeweld gedocumenteerd. Meestal gaan de daders vrijuit.

Er zijn twee rechtssystemen op de Westelijke Jordaanoever: civiel recht voor kolonisten en militair recht voor Palestijnen. Palestijnse verdachten worden in 99,74 procent van de gevallen schuldig bevonden. Een kolonist loopt daarentegen 1,9 procent kans dat een klacht tegen hem leidt tot een veroordeling, blijkt uit gegevens van mensenrechtenorganisatie Yesh Din (‘Er is recht’).

Politiebureau

Er is „geen oprechte motivatie om aanvallen van Israëliërs te onderzoeken en daders te vervolgen”, zegt Ziv Stahl, onderzoeker bij Yesh Din. „De staat zegt eigenlijk tegen kolonisten: je gaat je gang maar.”

Boer Hassan kan niet zomaar naar een politiebureau. Daarvoor heeft hij toestemming nodig van de Israëlische autoriteiten. Als hij mag gaan, wordt hij behandeld „als verdachte in plaats van als slachtoffer”. Soms wordt er weleens een kolonist gearresteerd als hij een klacht indient, zegt Hassan, bijvoorbeeld toen zijn neef was beschoten. „Maar de kolonisten weten wat ze doen. Ze nemen geen mobieltje mee, zodat ze niet kunnen worden getraceerd. Ze bedekken hun gezicht. En weigeren aan het onderzoek mee te werken.”

Deze week besloot de regering dat behalve Palestijnen ook Joden in administratieve hechtenis mogen worden genomen. Dat houdt in dat ze kunnen worden vastgezet zonder aanklacht of proces. Drie extremistische kolonisten, onder wie de kleinzoon van de extreem-rechtse rabbijn Meir Kahane, zitten op die manier vast.

„Te weinig en te laat”, zegt Tomer Persico, een Israëlische godsdienstwetenschapper die onderzoek heeft gedaan naar de religieuze achtergrond van kolonisten. „Het is te zacht uitgedrukt dat de regering er voor de kolonisten is. Sommige ministers zijn zelf kolonist. Het probleem van extremistische kolonisten begint met de aanmoediging vanuit de regering.”

Diverse leden van de regering hebben zich negatief uitgelaten over Palestijnen. Zo waarschuwde premier Netanyahu op verkiezingsdag voor de Arabieren, die „in drommen” naar de stembus zouden gaan. Anderen, zoals staatssecretaris Hotovely (Buitenlandse Zaken, Likud), zeggen openlijk dat Joden de soevereiniteit genieten over het hele Bijbelse land Israël, inclusief de Westelijke Jordaanoever.

Romantisch wereldbeeld

De meeste kolonisten, zegt Persico, zijn religieuze zionisten met een grote liefde voor de staat Israël. „Maar de extremisten, die geweld gebruiken tegen Palestijnen, keren zich juist tegen de staat. Je zou kunnen zeggen dat de regering haar eigen monsters heeft gecreëerd.”

Volgens Persico zijn de extremisten afkomstig uit de „randen van de kolonistensamenleving”. Ze staan onder invloed van onder anderen rabbijn Yitzchak Ginsburgh, een in de VS geboren fundamentalist die de staat Israël wil vervangen door een Joods koninkrijk en die het bloed van Joden hoger aanslaat dan dat van niet-Joden. Persico: „Ze hebben een romantisch wereldbeeld, waarin de grond, de natuur en landbouw belangrijke waarden zijn. Ze zien het als hun Bijbelse opdracht om te vechten voor hun land en niet-Joden te verdrijven.”

Het geweld tegen Palestijnen dient nog een ander doel, zegt Persico: de staat Israël destabiliseren. „Te oordelen naar de maatschappelijke ontwrichting die ze veroorzaken, slagen ze daar aardig in.”

Een andere invloedrijke figuur binnen deze beweging is Benzi Gopstein, leider van de extreem-rechtse groep Lehava. Deze organisatie keert zich tegen elke vorm van assimilatie van Joden, wat zich onder meer uit in protesten tegen huwelijken tussen Joden en niet-Joden. Gisteren kwam Gopstein in het nieuws met de uitspraak dat het toegestaan is om kerken in brand te steken, omdat het voorbeelden zijn van afgoderij.

Dit is een beslissend moment voor het democratische gehalte van Israël, zegt Persico. „Ik ga ervan uit dat ze Gopstein binnen een paar dagen arresteren wegens aanzetten tot haat. Gebeurt dat niet, dan is er pas echt sprake van een crisis.”