En hierom hebben we steeds meer last van politie-acties

De nieuwe minister van Justitie is naïef, vinden ze bij de politie. Hoe kon hij denken dat het bij de politie snel goed zou komen met de reorganisatie en het cao-overleg? Ard van der Steur mist bestuurlijke ervaring, klinkt het.

Politiebonden voeren sinds maart actie voor een betere cao. Foto ANP

De politievakbonden voeren al langer actie voor een nieuwe cao dan VVD’er Ard van der Steur minister is. Hun eerste – toen nog publieksvriendelijke – acties begonnen ze op 9 maart dit jaar, toevallig precies de dag dat Ivo Opstelten aftrad.

Kort nadat Van der Steur het ministerschap had overgenomen, nodigde hij de voorzitters van de vier politiebonden uit bij hem thuis in Warmond. Om pizza te eten en kennis te maken.

Ze praatten over de cao en de reorganisatie bij de politie. En werden het eens: het snel tot stand komen van een cao zou goed zijn voor de organisatie en een deel van de onrust bij de politie wegnemen.

Het is nu bijna een half jaar later en de acties worden harder en raken meer mensen. Het was wat naïef van de nieuwe minister om te denken dat het vlot goed zou komen, zeggen ze bij de politie. De mannen van de bonden zijn gewend hun onderhandelingsspel hard te spelen en zijn niet te paaien met een onthaal. De politievakbonden hebben van oudsher veel invloed, vanwege hun hoge organisatiegraad. Naar schatting 80 procent van de politiemensen is lid.

Van der Steur is tijdens die gesprekken verbaal sterk en wil laten zien dat hij doortastend optreedt. Maar de minister mist de bestuurlijke ervaring die bij zijn voorganger zowat uit zijn poriën kwam, valt ook te horen.

Onderhandelen voor gevorderden

Half juli hadden de bonden en de minister weer overleg, een paar dagen nadat het kabinet bekend had gemaakt dat het een onderhandelaarsakkoord had gesloten voor alle rijksambtenaren. Dus ook voor de politie.

In dat gesprek begon Van der Steur bij de uitkomst. Ik heb jullie structureel jaarlijks 133 miljoen euro extra te bieden, meer wordt het niet, zei hij volgens een onderhandelaar die bij het gesprek was. Niet handig als je tenminste de indruk wilt wekken van een open gesprek waarin je onderhandelingspartners ook nog wat te zeggen hebben.

Tegelijk snappen ze bij de politie en de bonden ook, al zullen ze dat nooit hardop toegeven: Van der Steur hééft nu eenmaal weinig meer te bieden. Hij zat niet persoonlijk aan tafel bij de onderhandelingen die rijksbreed gevoerd werden. Die 133 miljoen euro is in wezen over zijn hoofd heen afgesproken. En op het departement van Justitie vinden ze dat bedrag bovendien een prima resultaat. Niet voor niks wijst Van der Steur gisteren in zijn brief aan de vakorganisaties erop dat meer dan 85 procent van het politiepersoneel een modaal inkomen of hoger heeft.

De onderlinge persoonlijke relaties vormen, ondanks alle harde woorden over en weer, geen probleem, zeggen zowel de bonden als het ministerie. Als VVD-Kamerlid had Van der Steur weinig met de bonden van doen, dus hun relatie begon min of meer blanco. En van het onderhandelen weet iedere partij dat het uiteindelijk neerkomt op een gezelschapspel voor gevorderden.

Toch is Van der Steurs verbazing oprecht over het feit dat twee bonden, de ACP en de ANPV, hun acties nu doorzetten. Hun ‘moederorganisaties’ gingen gewoon akkoord met de rijksbrede afspraken. Hun leden worden nu geraadpleegd. Dus waarom die bonden de uitkomsten daarvan niet afwachten, noemt de minister „onbegrijpelijk”.

Waarschijnlijk breekt de volgende fase in de onderhandelingen pas aan als de uitkomst van die ledenraadplegingen bekend is, over een paar weken. Als de leden dat rijksbrede akkoord verwerpen, ontstaat er een nieuwe werkelijkheid. Maar dat maakt Van der Steur weinig uit. Hij nodigde de vakbonden gisteren uit om terug bij hem aan tafel te komen, minstens zo hartelijk en opgewekt als Ivo Opstelten – „mijn deur staat altijd voor de heren open” – dat vaak deed. Van der Steur deed het via Twitter, dat dan weer wel.