Column

Een paardenbeul herken je niet

Je zou er maar op kicken: het verwonden van een paard. In hoeverre zo’n delict verschilt van het molesteren van andere dieren kan ik niet beoordelen. Maar als paardenliefhebber gruw ik van de gedachte.

Afgelopen weekend was het weer zo ver. Naast de vulva van twee merries op een manege in Dronten werd een 15 centimeter lange snede ontdekt. Het is volgens de politie de 27ste zaak dit jaar. Of het om één of meerdere daders gaat, is onduidelijk. Wel zeker is dat de delicten al twee jaar aanhouden, in zes provincies van noord tot zuid.

Hoe diep zo’n delict ingrijpt, blijkt als ik rondbel met de manegehouders en fokkers bij wie ‘de paardenbeul’ toesloeg. Bijna allemaal zijn ze bang voor imitatiegedrag. In Paterswolde, waar paarden van meerdere eigenaren werden aangevallen, hebben gedupeerden zich verenigd. Van journalisten moeten ze niets hebben. „Kom vooral niet onaangekondigd langs”, is het advies.

Een van de weinigen die willen praten is orthopedagoge Maritza uit het Groningse Glimmen. Ze wil niet met haar hele naam in de krant, bang dat mensen hulp gaan aanbieden. „Ze bedoelen het goed, hoor”, zegt ze. „Maar het heeft geen zin. Die malloot gaat al anderhalf jaar ongestoord zijn gang hier in het noorden.” Ze was naar eigen zeggen een van de eersten in Groningen die aangifte deden.

Precies een jaar geleden gebeurde het. Dat weet Maritza omdat ze iedere zomer een ponykamp voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen organiseert op haar feeërieke hoeve. Ze bezit ruim zeven hectare weiland, omsloten door houtwallen. „Vanaf de straatweg kom je alleen op het weiland via een zandpad. Overdag zie je alles, maar ’s nachts is het aardedonker.”

Kort nadat zij vorig jaar de kinderen had uitgezwaaid, haalde zij haar merrie op. Er hing een slijmerig weefsel aan het paard, ze begreep niet wat ze zag. Bij nadere bestudering bleek dat iemand de schaamlippen van het dier had afgesneden. De resterende huid was opgezwollen en zat onder de vliegen. Alleen de plasbuis was nog intact. „Het stroomde eruit als zij plaste.”

In de maanden ervoor waren de paarden onrustig. De ruin, die de merries normaal beschermt, liep buiten de wei. Maritza vond rondslingerende vliegenkappen en een doorgesneden halster. En wat te denken – terugkijkend – van die snee door de anus van de merrie? „Omdat ik er niet op bedacht was, haalde ik mijn schouders op. Nu denk ik: de dader heeft de ruin buiten de wei gezet, omdat-ie opdringerig is. Waarschijnlijk heeft hij het lang op de merrie gemunt; ze liet zich moeilijk pakken.”

Juist dat verzet kan voor opwinding zorgen, zegt psycholoog Nienke Endenburg, gespecialiseerd in de relatie tussen mens en dier. „In die zin is het niet anders dan bij mensen.” Ze typeert paardenbeulen als „mensen met een anti-sociale persoonlijkheid”. „Probleem is dat ze niet van u of mij te onderscheiden zijn. Ze bereiden hun zaken goed voor. Ze weten precies waar en wanneer ze een paard te grazen kunnen nemen met flessen, stokken of scherpe voorwerpen.”

Ik werd er moedeloos van. Vooral toen ik van een ingewijde hoorde dat de gedragsanalisten bij de politie nog geen daderprofiel hebben weten op te stellen.

Het verbaast niet.