Een beetje vies, maar wel lekker

Er wordt steeds meer gezwommen in stadswater. „Je raakt er hooguit van aan de dunne.”

Springen van de brug in Zeeburg, Amsterdam. Het mag eigenlijk niet. „Maar er is nog nooit iets van gezegd.” Foto Bram Budel

„Politie!”, schreeuwt een jongen in zwembroek op de Borneobrug in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Zijn vrienden, ook in zwembroek, turen over het water, naar de witte boot met blauwrode strepen. Ze stellen hun sprong nog maar even uit.

Ooit was zwemmen in open water iets voor de minderbedeelden, die zich geen kaartje voor een zwembad konden veroorloven. Maar dat gaat niet meer op. Talloze hoofden waren de afgelopen broeierige dagen zichtbaar boven de wateren van Amsterdam. Niet alleen van sportievelingen, waaghalzen of schooljongens. Jongeren, gezinnen en stelletjes spreken af rond ‘onofficiële zwemplekken’. Plons, plons, plons, klinkt het, vanaf bruggen, boten en aanlegplekken.

„Het wordt hier steeds drukker”, zegt Kathleen Cools (45) op een kade bij de IJhaven op het Java-eiland. Als het middag wordt, na school en werk, zit het hele grasveld vol, tot een uur of elf ’s avonds. Nu de pont in de buurt stopt, is de plek nog populairder geworden. Net het Vondelpark, klagen sommige bewoners. Maar ze doen er ook hun voordeel mee, zegt Cools: huis met zwemplek voor de deur, schrijven ze in hun advertenties op Airbnb, met foto’s erbij van het grasveld op extra drukke dagen.

Dochter Kaëlle Zuurbier (13) zwemt elke dag in de IJhaven, ook als het niet zo warm is als vandaag. Na schooltijd spreekt ze bij het water af met klasgenoten. Ze mogen zwemmen tot het ‘vogelpoepeilandje’ – een aanlegplek halverwege de overkant. Ze springt nooit, zegt ze hangend in haar opblaasband, ze kiest het trappetje. Maar ze gaat pas na haar vriendin. „Want dan zijn alle vissen weg.”

Is zwemmen in open water niet vies? Dat valt mee, zegt Maarten Ouboter, die voor Waternet de kwaliteit van het Amsterdamse grachtenwater controleert. Het water, vroeger gebruikt als vuilstortplaats, is zelfs nog nooit zo schoon geweest. Dat komt vooral door de aanleg van de riolering, die in de grachtengordel pas in 1987 klaar was. En het helpt dat de rioolzuiveringsinstallatie in 2006 is verplaatst en het gezuiverde water niet meer in de Amstel, maar in de Amerikahaven in West wordt gestort, waar het van de stad af het Noordzeekanaal instroomt.

Het helpt ook dat de meeste woonboten in Amsterdam inmiddels op de riolering zijn aangesloten. Bij zo’n 800 van de 2.800 boten moet dat nog gebeuren, schat Ouboter. „Zwem je langs een van die boten, dan kun je dus een toevallige ontmoeting hebben met wat afval.”

Alleen als het echt hard geregend heeft, in Amsterdam gemiddeld vijf keer per jaar, is de kwaliteit van het water slecht: dan storten de riolen over, zo, de grachten in. Na drie dagen is die vervuiling alweer weg.

Jesse Hupkens en Gerben Vermeulen (beiden 20) namen zojuist een duik in de Amstel. Een beetje modderig was dat, maar niet vies, vinden ze. Wat ze niet weten: een klein stuk verderop staat de Amstelveense rioolzuiveringsinstallatie. Dat water wordt wél in de Amstel geloosd.

En gevaarlijk, dan? De gemeente vindt van wel: zwemmen in open water is verboden, van bruggen springen al helemaal. Vanwege het slechte zicht dat schepen hebben op zwemmers. En omdat het water vies kan zijn, of er kunnen fietsen in liggen. Ouboter relativeert. „Je zou een paar dagen aan de dunne kunnen raken van vies water. Het is maar de vraag of je dan het verband met het zwemmen legt.”

Cools kreeg onlangs een brief waarin de politie schreef dat zwemmen voor de deur verboden is, maar er is nog nooit wat van gezegd. Ze letten alleen op brugspringers, denkt ze. Is ze niet bang voor een bacterie als blauwalg? „Ach. Een kwestie van goed douchen als je thuis komt.”