De waterpolosters doen het fantastisch. Wat is hun geheim?

De Nederlandse waterpolovrouwen spelen vanavond de WK-finale. Dat is bijzonder, want na winst op de Olympische spelen in 2008 raakte de ploeg in een flinke dip. Er zit geen absolute ster tussen, de eenheid maakt de ploeg sterk.

Van de hemel naar de hel – en weer terug. Na zeven magere jaren zijn de Nederlandse waterpolovrouwen terug aan de wereldtop. Vanavond spelen zij in het Russische Kazan de finale van het WK tegen de Verenigde Staten, zeven jaar nadat beide landen elkaar troffen in de Olympische finale van Beijing (2008). Destijds won de ploeg met 9-8 van de Amerikanen, mede dankzij zeven treffers van Danielle de Bruijn.

De winst op Italië, afgelopen woensdagavond in de halve finale – toen een 5-1 voorsprong werd weggegeven maar Oranje toch won na een spannende penaltyreeks – is een voorlopig hoogtepunt na een moeizame periode.

Het vorige hoogtepunt was in 2008, op de Spelen van Beijing met sensationeel olympisch goud voor de ploeg. Daarna dook de vrouwenploeg in een langdurige dip, met een zevende plaats op de laatste twee WK’s. Maar nu staat Nederland voor het eerst sinds 1998, 17 jaar geleden, weer in de WK-finale. Met een jonge ploeg: de gemiddelde leeftijd van de speelsters is 23 jaar.

„We komen van ver”, zegt bondscoach Arno Havenga. Hij is al bijna tien jaar betrokken bij de begeleidingsstaf van de nationale vrouwenploeg, en heeft de route naar het goud van Beijing, en de matige prestaties van daarna, van dichtbij meegemaakt. De ploeg daalde steeds verder af in de internationale rangen, met als dieptepunt het missen van de Spelen van Londen (2012). „Het was niet leuk, na het succes van Beijing. Het heeft best pijn gedaan.”

Er zit geen echte ster bij

De belangrijkste eigenschap van de groep van Havenga is misschien wel het ontbreken van een echte ster, zoals Iefke van Belkum in het verleden. Zij nam na het debacle van Barcelona even plotseling als emotioneel afscheid van de Nederlandse ploeg, uit onvrede met het gebrek aan professionaliteit bij bond en medespeelsters.

Zo’n wereldtopper als Van Belkum heeft de huidige ploeg niet. Maar volgens speelster Maud Megens wordt dat gecompenseerd door de eenheid die de ploeg nu vormt. „Wij doen alles met elkaar en voor elkaar”, zegt ze. „Iedereen hoort erbij, ook de teamdokter en de fysio. We hebben goede spelers in het water, een volle bank van topniveau en steeds andere uitblinkers.”

Onder het bewind van Havenga’s voorganger, de Italiaan Mauro Maugeri, verloren veel speelsters hun plezier in het waterpolo. Een kwestie van botsende culturen. Maugeri communiceerde moeizaam. Veel speelsters gingen opzien tegen de dagelijkse trainingen in het nationale trainingscentrum in Zeist. In november 2013 werd Maugeri ontslagen door de zwembond.

Nadat Havenga de coaching had overgenomen, zag hij de sfeer langzaam omslaan. Hij pakte het radicaal anders aan en gaf de speelsters veel meer eigen verantwoordelijkheid. „We praten veel met elkaar, ook over onze verschillende karakters. We doen alles in gezamenlijkheid, waardoor je veel meer draagvlak hebt. Mauro vond dat wij te veel lulden. ‘Je moet poloën’, zei hij dan.”

Maar in Nederland werkt dat meestal niet. De jongeren kregen de ruimte om zich te ontwikkelen. „Deze groep vormt zich op een heel natuurlijke manier. Iedereen vindt zijn plekje wel. Dat is de basis van onze opmars. Ze komen weer met plezier naar Zeist. Ze gaan met z’n allen eten, met z’n allen naar de film. Dat vind ik wel bijzonder als je de hele week op elkaars lip zit. Dat vertaalt zich in het water, hier op het WK. Ze hebben alles voor elkaar over.”

Iedereen kan uitblinken

Havenga geniet van de groep die hij nu om zich heen heeft. Heel anders dan de groep in Beijing. „Er is een heel andere chemie, waardoor we als team beter presteren. De ene keer excelleert Maud Megens, dan weer Sabrina van der Sloot of een ander. Dat is echt anders ten opzichte van Beijing. Toen hadden we een paar sterren en voor de rest meiden die dienend speelden.”

In China waren er „hiërarchische vragen” in de ploeg: wie is nou eigenlijk de leider? In dit team gaat dat heel natuurlijk. Yasemin Smit, de enige die Beijing nog meemaakte als speelster, is op basis van statuur en charisma de onbetwiste leider, binnen en buiten het water.

Of de ploeg vanavond wint van de Verenigde Staten of niet, de status van de Nederlandse waterpoloploeg is veranderd, weet Havenga. „Het wordt vanaf nu anders, het verwachtingspatroon is nu groot. We waren altijd de underdog, wat ik een prettige rol vond, maar dat is nu wel weg. We gaan echt een andere fase in na dit WK. Andere landen zullen anders tegen ons gaan spelen.”

Ook in eigen land is het succes van de ploeg de afgelopen dagen niet onopgemerkt gebleven. De halve finale tegen Italië, woensdagavond, trok bijna 400.000 tv-kijkers. Dat is heel veel voor een sport waarbij normaal gesproken vooral ouders en vrienden op de tribune zitten.

Die tv-kijkers verwachten na winst vanavond vanzelfsprekend ook waterpolosucces op de Spelen in Rio, volgend jaar. Maar dat is nog geen uitgemaakte zaak. De wereldkampioen is niet automatisch geplaatst voor Rio. Griekenland weet daar alles van: dat land werd in 2011 wereldkampioen, maar plaatste zich een jaar later niet voor de Spelen van Londen. „Ook als we goed spelen, staan we morgen weer op nul”, zegt Havenga. „In januari willen we in Belgrado Europees kampioen worden – dan zijn we zeker van Rio. Maar onze prestatie in Kazan geeft de bevestiging dat we op de goede weg zijn.”