De Kameleon schiet asielzoekers te hulp

Met de modernisering van de jeugdboekenserie de Kameleon leek het lang niet te vlotten. Nu lijkt het toch gelukt: de tweelingbroers Hielke en Sietse helpen tegenwoordig asielzoekers.

Wie denkt dat een zomervakantie op het water alleen maar uit zorgeloos vertier bestaat, kent de boeken van de Kameleon niet. Bijna zeventig jaar bestaat die jeugdboekenreeks nu al, bestaand uit bijna evenveel deeltjes, waarin de 12-jarige tweelingbroers Hielke en Sietse Klinkhamer avonturen beleven op de Friese meren, in hun snelle, steeds van kleur veranderende boot de Kameleon.

Tussen de jaren 60 en 90 groeide de reeks uit tot een van Nederlands populairste jeugdboekenseries, met een verkochte oplage van meer dan 15 miljoen exemplaren. Twee films zijn er inmiddels gemaakt over de tweeling en hun wonderboot, door Steven de Jong, waarin vooral de dorpse plattelandssfeer uit de eerste delen benadrukt werd.

Friese jeugdherinneringen

In die eerste delen van de Kameleon hielpen de zoontjes van de dorpssmid tussen al het spelevaren en kattekwaad uithalen nog veel arme sloebers in het dorp, zoals een man die met een hondekar langs de huizen ging. Of uit de stad verdreven werklozen. Of arme plattelandsgezinnen, zoals die van het meisje Joke. Dat ging zo.

Kees komt de molen op de dijk uitrennen, als hij zijn vrienden in de Kameleon op het meer hoort naderen. Hij rent een meisje op de fiets omver. Hoewel het warm weer is, draagt het meisje een jas. Die scheurt. En het meisje moet huilen. De jongens schieten te hulp. „Sietse vroeg: ‘Maar Joke, waarom draag jij zo’n lange jas nu het warm is?’”

Het meisje doet haar jas uit en dan begrijpen de jongens het: „Haar jurkje was met zoveel lappen versteld dat het geen gezicht was.” Verborgen armoede. Het meisje schaamt zich. Hielke en Sietse besluiten met hun vrienden Kees en Louw, als nobele helden, Joke te helpen: ze gaan met haar een nieuwe jurk kopen en varen naar de winkel. „Joke verscheen in een nieuwe jurk en [keek] de jongens stralend aan. ‘Ai wat mooi’, riep Louw. ‘Ik zag eerst niet dat jij het was, Joke,’ zei Hielke. ‘Het kan niet mooier,’ vond Sietse, ‘nu ben je een prinses, Joke.’”

Het is duidelijk, deze jongensboekenhelden zijn kenners van de vrouwenziel. Zo ging het in De Kameleon altijd paraat, deel 24, dat ergens in de jaren zestig verscheen, toen een jurk nog 12 gulden kostte.

Vanaf 1948 schreef de Friese timmerman Hotze de Roos, die in de Zaanstreek in Krommenie woonde, de eerste zestig delen van de Kameleon, in zijn vrije tijd. De Roos (1909-1991) baseerde de verhalen grotendeels op zijn jeugdherinneringen aan het waterrijke Friesland – deels uit de jaren na de Eerste Wereldoorlog.

Ouderwets en behoudend

Al in de jaren 70 groeide de kritiek van progressieve jeugdliteratuurbevorderaars op het ouderwetse, behoudende karakter van de boeken: moeder werkte niet, meisjes waren niet geëmancipeerd, de Kameleon ging niet met zijn tijd mee. Na De Roos’ dood worstelde uitgeverij Kluitman met de modernisering van de nog altijd populaire jeugdboekenreeks. Hoe nu verder? De wereld, de jeugd en zelfs het Friese platteland waren drastisch veranderd: in hoeverre moest de Kameleon aangepast?

Moeder Klinkhamer kreeg een baan, boerenknecht Gerben Zonderland, de grappenmaker uit de serie, werd boer en trouwde, en Hielke en Sietse beleefden doldwaze moderne avonturen in de paar Kameleondelen die Kluitmandirecteur Piero Stanco na De Roos’ dood schreef. Ook een andere schrijver probeerde het nog. Het deed allemaal wat geforceerd aan, en de Kameleon leek een zachte dood te sterven, gestrand op de klippen van de moderne tijd.

Knallen met de Kameleon

De uitgeverij heeft het over een andere boeg gegooid, en een modern schrijversduo Bies van Ede en Maarten Veldhuis gevraagd de Kameleon te redden. En dat is gelukt. Ze noemen zich samen B.M. de Roos, en vlak voor de zomer verscheen het tweede deel dat zij schreven: Knallen met de Kameleon.

In dit 68ste Kameleondeel dragen Hielke en Sietse sneakers in plaats van klompen. Ze bellen mobiel en internetten dat het een aard heeft. En, geheel in de geest van de oude De Roos, helpen ze moderne mensen in nood. Zo schiet de tweeling deze zomervakantie asielzoekers in Friesland te hulp. De arme Joke is in dit boek veranderd in Ayoka, een donker vluchtelingmeisje met een tijdelijke verblijfsvergunning. Haar vader wordt ten onrechte van diefstal beschuldigd en dreigt het land uitgezet te worden.

Hielke en Sietse beginnen een Facebook-actie, en schakelen via een bevriende student rechten een mensenrechtenadvocaat in, die met een beroep op de Europese vluchtelingenwet de toekomst van het asielzoekersgezin in Friesland veilig stelt. Tussen alle gebruikelijke grappen en grollen door komt het Zambrano-arrest ter sprake, op basis waarvan de vader van Ayoka en haar broertje in Nederland mag blijven. „De Europese wet is heel duidelijk: jullie vader moet voor jullie kunnen zorgen. Dus hij mag blijven, papieren of geen papieren”, leren we. De Kameleon is definitief de moderne tijd in gevaren.