Alphen kende risico’s, wat deed het ermee?

Er zit een gapend gat tussen risicoanalyse en het managen van risico’s, schrijft Martin van Staveren na het ongeluk in Alphen aan den Rijn.

De gemeente Alphen aan den Rijn moet op de hoogte zijn geweest van het risico op ongelukken tijdens het takelen van een brugdeel. Dit volgt uit het zogenoemde Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan van het renovatieproject Julianabrug. Gek genoeg is dit goed nieuws. Immers, pas als je een risico kent, kun je er wat aan doen. De hoofdvraag die voorligt is dan ook helder, eenvoudig te stellen en lastig te beantwoorden: wie heeft wat en wanneer met deze kennis gedaan?

Zoals vaak na zulke gebeurtenissen staan de beste stuurlui aan wal, om achteraf te verklaren hoe het anders had gemoeten. Hoe krijg je die expertise tijdig aan boord, in dit geval op de pontons? Dit is niet zozeer een technische, als wel een organisatorische vraag. Hoe organiseer je dat de benodigde kennis en ervaring op het juiste moment in een project aanwezig is? En dat de betreffende experts tijdig kunnen en mogen ingrijpen? Wat is de helpende hand van risicoanalyse en risicomanagement?

De oplossing zit in het zodanig organiseren van projecten, dat risico’s eerder, explicieter en vollediger worden aangepakt dan in de praktijk vaak het geval is. Zonder de pretentie te hebben dat er dan nooit meer iets mis gaat. Dit heeft te maken met de het al dan niet kunnen voorzien van risico’s.

Eerder en explicieter omgaan met de (veiligheids)risico’s betekent ongewenste gebeurtenissen vroegtijdig in projecten herkennen en erkennen. Dit blijkt het geval te zijn voor de renovatie van de Julianabrug. Immers, in het Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan van dit project zijn risico’s als het omvallen van materieel of het raken van objecten expliciet vermeld. Ook al in een eerder stadium, tijdens het ontwerp en nog voor de aanbesteding, zijn dergelijke risico’s impliciet genoemd in het Risicodossier Renovatie Koningin Julianabrug.

De derde versie van dit risicodossier is via Tenderned op internet te vinden. Het bevat in totaal 39 risico’s, waarvan er twee rechtstreeks verwijzen naar het opgetreden veiligheidsrisico. Dit zijn risiconummer 13 (!) ‘Onveilige werksituaties en ongelukken bij de opdrachtnemer’ en risiconummer 18 ‘Onveilige situaties voor omgeving en verkeersdeelnemers’. Voor beide risico’s zijn dezelfde gevolgen vermeld: onveilige situaties, ongelukken, imagoschade en vertraging. Helaas is dit allemaal realiteit geworden, met als wonder dat er geen lichamelijk letsel of erger is opgetreden.

Voor het vollediger omgaan met de risico’s zijn vooral de beheersmaatregelen in het risicodossier interessant. Voor de beheersing van risiconummer 13 bestaan die maatregelen uit het opstellen van veiligheids- en gezondheidsplannen (wat dus ook gebeurd is) én uit het benutten van veiligheid als criterium tijdens de aanbesteding. In dit licht is het opvallend dat in de media wordt bericht over een aanneemsom van 5,6 miljoen euro, terwijl de gemeente 12,5 miljoen euro zou hebben gereserveerd. Wat is er voor dat aanzienlijke verschil van 6,9 miljoen euro niet gedaan? Is dit mogelijk ten koste gegaan van veiligheidsmaatregelen?

Voor risiconummer 18 is een van de genoemde maatregelen beperking van toe te passen typen materieel. Mogelijk heeft deze maatregel gefaald. Diverse kraanexperts hebben de nodige kritiek geuit op de benutte kranen, in combinatie met de pontons. Dit is het soort risicovragen waarop de lopende onderzoeken antwoord moeten geven.

Wat leert ons dit alles nu? Ten eerste dat veiligheidsrisico’s al vroeg in het project bekend en onderkend waren, namelijk in de ontwerpfase en voor de aanbesteding. Hierdoor valt het opgetreden hijsrisico in de categorie te voorziene en beheersbare risico’s. Ten tweede blijkt dat de beheersing ervan al tijdens de aanbesteding van het project kon starten, door het aspect veiligheid als zogeheten emvi-criterium te benutten. Emvi staat voor de economisch meest voordelige inschrijving, waarbij naast de prijs ook aspecten als veiligheid en kwaliteit bepalend zijn voor de gunning. Overigens biedt dit nooit een waterdichte garantie. Ook al is veiligheid een gunningscriterium, dan nog dient de opdrachtnemer de beloofde veiligheid waar te maken.

Samenvattend: voor de renovatie van de Julianabrug in Alphen zijn al in vroege projectfasen meerdere risicoanalyses uitgevoerd. Hierin zijn veiligheidsrisico’s in algemene zin benoemd en zijn tevens gangbare beheersmaatregelen aangegeven.

De praktijk leert echter steeds weer dat er een gapend gat zit tussen risicoanalyse, het inventariseren, classificeren en opschrijven van risico’s in een risicodossier, en risicomanagement. Dit laatste betreft gerichte, daadwerkelijk uitgevoerde en geëvalueerde activiteiten, om kansen en gevolgen van risico’s de kop in te drukken.

Zonder risicomanagement is risicoanalyse op z’n best een zeepbel, terwijl het met correct uitgevoerde maatregelen een airbag kan zijn.