Toneel rond Rubens’ ‘Lanssteek’

Rubensschilderij en museumzaal spelen hoofdrol in voorstelling van FC Bergman

Museumzaal als toneeldecor: spelers van FC Bergkamp als verhuizers van Rubens schilderij, tijdens de voorstelling Het land van nod. Foto Kurt van der Elst Foto Kurt van der Elst

Het vier meter hoge en drie meter brede schilderij De lanssteek van Peter Paul Rubens zwiept vervaarlijk heen en weer. Twee onhandige verhuizers op wankele laddertjes proberen het doek van de museummuur te halen. Voor het schilderij staat acteur Stef Aerts met de handen in het haar. Zelfs als ze Rubens’ meesterwerk heelhuids van de muur kunnen halen, hoe krijgen ze het dan in godsnaam de museumzaal uit, lijkt hij te denken.

Na deze openingsscène van Het land nod, de nieuwste theatervoorstelling van FC Bergman, krijgt De lanssteek nog meer te verduren; epileptische bezoekers, vluchtelingen die hun toevlucht zoeken in de museumzalen, een bombardement.

De zes jonge acteurs/theatermakers van het Antwerpse theatergezelschap FC Bergman maakten de voorbije jaren naam met voorstellingen vol technische hoogstandjes op ongewone locaties. Voor hun Terminator Trilogie lieten ze het publiek met bussen de Antwerpse haven inrijden om daar, met reusachtige verbrandingsovens op de achtergrond, zonder woorden de ondergang van een man te verbeelden. Voor hun versie van Van den vos Reynaerde lieten ze in een schouwburg een bos en zwembad aanleggen. Het land nod wilde het gezelschap eigenlijk opvoeren in het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) dat momenteel wordt gerenoveerd. Op het laatste moment werd de toestemming uit veiligheidsoverwegingen ingetrokken. De oplossing: zelf een zaal nabouwen. FC Bergman kopieerde hun favoriete neoclassicistische zaal uit het KMSKA tot in de kleinste details: bekleedde metershoge muren met stof, bracht lambrisering en decoraties aan. Voordeel van het nabouwen is dat je ermee op tournee kunt: vanaf 11 augustus reizen ze door Nederland.

Waar komt die liefde voor spectaculaire decors vandaan? Stef Aerts: „Onze decors zijn altijd monumentaal, niet omdat we ze zien als een soort attractie, maar omdat we willen dat de toeschouwer er helemaal in kan opgaan.” De groep vindt dat het publiek moet kunnen geloven dat het decor echt is.

Bij FC Bergman zijn de acteurs ondergeschikt aan het beeld, hun persoonlijke ideeën en spelvrijheid schuiven ze geregeld aan de kant ten gunste van een overweldigend tableaux vivant. Dat is zeker het geval in Het land nod, de zes acteurs zijn anonieme figuren die een bijrolletje spelen in de beproevingen van een museumzaal. Aerts: „In de jaren tachtig zijn er gezelschappen opgestaan die de voorstellingen vooral vanuit de acteurs maakten. De strijd van acteurs om meer soevereiniteit, om los te mogen komen van de regisseur, was toen relevant en heeft geweldige dingen opgeleverd. Maar volgens ons zit in zulke voorstellingen ‘de vertolker’ soms directe communicatie met het publiek in de weg.” Ook teksten kunnen die communicatie storen, vult FC Bergman-lid Marie Vinck aan: „Wij hopen dat onze beelden het publiek een wereld intrekken, sneller dan een tekst of acteur dat kan. Tekst moet altijd verwerkt worden via de hersenen. Met beelden kun je die horde overslaan. Zoals bij dans en muziek.”

Maar waarom willen ze hun publiek de wereld van een museumzaal vol Rubensschilderijen intrekken? Aerts: „Het KMSKA was een van de eerste musea waar mijn ouders mij mee naartoe namen. Toen ik later ging studeren in Antwerpen, liep ik geregeld zelf naar de Rubenszaal om tegenover De lanssteek te gaan zitten. De term mediteren klinkt wat stom, maar in die zaal kon ik even weg zijn van de buitenwereld.” Volgens Aerts behoren musea tot de weinige plekken waar je nog het gevoel kunt krijgen dat de tijd stilstaat. „Je kunt er gewoon zonder afleiding genieten van schoonheid.” Hij noemt het de kerken van vandaag de dag. „Maar dan zonder dat ze verbonden zijn aan een geloof of bepaalde verplichtingen.”