Spaanse en Ierse lessen voor Griekenland en de eurozone

Denk niet dat zij voorbij is, de Griekse crisis. De waarde van de bankaandelen is sinds de heropening van de beurs in Athene deze week voortdurend gekelderd. Op 20 augustus staat Griekenland voor een nieuwe aflossing van staatsleningen die in het bezit zijn van de Europese Centrale Bank. Een groter overbruggingskrediet is nodig mochten de onderhandelingen over het nieuwe reddingsplan voor het land wederom te moeizaam verlopen. Het Internationaal Monetair Fonds twijfelt intussen of het wel kan blijven meedoen wanneer de Griekse schuld niet formeel wordt afgewaardeerd. En politiek zijn binnenlands alle scenario’s mogelijk. Als het verleden een leidraad is, dan gaat het Griekse treurspel nog jaren door.

Dat is spijtig. Onlangs bleek dat de Ierse economie dit jaar in het eerste kwartaal met 1,4 procent op kwartaalbasis is gegroeid. De verwachting is dat heel 2015 een groei van meer dan 4 procent laat zien. Spanje groeide 1 procent op kwartaalbasis in het tweede kwartaal. Verwachting voor 2015: ruim 3 procent. Nu is daarmee zeker niet alles opgelost, maar de Ierse economie is wel terug op het niveau van vóór de crisis. En de werkloosheid in Spanje is gedaald van 27 naar iets meer dan 22 procent, in een half jaar tijd.

De lage euro zit mee, de lage olieprijs ook. Griekenland, dat eind vorig jaar terugkeerde naar economische groei, had er vol gebruik van kunnen maken. In plaats daarvan kostten de vijf maanden waarin de regering-Tsipras sinds de verkiezingen in januari de kont tegen de krib gooide, het land vermoedelijk zo’n 30 miljard euro aan gemiste kansen en economische schade. Dit jaar is een economische krimp van meerdere procenten de verwachting, terwijl het gezonde groei had kunnen zijn. Het is triest makend.

Tegelijkertijd blijkt in Spanje en Ierland dat het recept van bezuinigen en hervormen zijn vruchten begint af te werpen. Dat zou een aansporing moeten zijn voor andere eurolanden. Italië begon vorig jaar veelbelovend, maar de hervormingen dreigen vast te lopen. Frankrijk is mogelijk nog trager. Met een staatsschuld van 133 procent van het bruto binnenlands product moet Italië de overheidsfinanciën fors saneren. Het verwachte begrotingstekort van 2,6 procent over 2015 wijst daar nauwelijks op. Frankrijk weet ook dit jaar zijn tekort lang niet onder de 3 procent te krijgen.

Zowel de Italiaanse premier Renzi als de Franse president Hollande heeft zich gemengd in de discussie over de toekomstige inrichting van de eurozone. Dat levert mooie vergezichten op, maar het is ook een afleidingsmanoeuvre van het acute probleem: moderniseren is nodig om in de huidige wereldeconomie te overleven, euro of geen euro. Een gezonde basis voor de overheidsfinanciën eveneens.