Seksuele jaloezie leidt tot ongelijkheid

Vriendschap tussen mannen en vrouwen wordt minder geaccepteerd. Waarom, vraagt Simon Nak zich af. Als geslacht in een samenleving geen rol speelt, verdwijnt de ongelijkheid vanzelf.

Illustratie Wijtze Valkema Illustratie Wijtze Valkema

‘Dat zou hij van mij écht niet mogen!” De dertigjarige brunette naast wie ik zat op een verjaardagsfeestje, schreeuwde het haast uit. Ze reageerde op mijn mededeling dat ik twee goede vriendinnen heb die beiden niet ‘mijn vriendin’ zijn. De meeluisterende vrouw daarnaast knikte instemmend. Een derde maakte de kanttekening dat er wel verschil was tussen vriendschappen die al vóór het begin van de relatie bestonden en nieuwe vriendschappen met het andere geslacht. Dat laatste was ondenkbaar, het eerste werd gedoogd. Vriendschappen tussen mannen en vrouwen komen minder vaak voor dan tussen mensen van hetzelfde geslacht. En worden blijkbaar ook minder geaccepteerd. Hoe komt dat?

Het heeft natuurlijk met jaloezie te maken. Zoals Maarten ’t Hart in zijn nieuwste boek (Magdalena) schrijft, is seksuele jaloezie de heftigste emotie. Hij beschrijft zijn moeder, die haar hele huwelijk lang elke dag koffie bij haar man langsbracht om te controleren of hij niet met ‘een ander mokkel’ in de weer was. Maar als vriendschap met het andere geslacht wordt afgekeurd omdat het jaloezie oproept, is er dan tussen bevriende mannen en vrouwen per definitie sprake van seksuele aantrekkingskracht?

Misschien is haar vriend wel bi

Dat lijkt me niet. Ten eerste is het een nogal heteroseksuele benadering: misschien is de vriend van de geschokte brunette wel bi en moet ze zich vooral zorgen maken om zijn voetbalvrienden. Bovendien, partners zijn doorgaans niet jaloers bij vriendschappen met hetzelfde geslacht. Het is dus niet de vriendschap die jaloezie oproept, maar puur het verschil in geslacht. Loop nu eens naar de dichtstbijzijnde winkelstraat en kijk om u heen: de meerderheid van de mensen is, hoe onaardig ook, niet aantrekkelijk. En wees gerust, andersom vindt de meerderheid van de mensen u óók niet aantrekkelijk.

Zou dan de angst zijn dat de vriendschap maar schijn is? Dat er onder het mom van die vriendschap eigenlijk een aantrekkelijke concurrent(e) is uitgekozen? Dat zou betekenen dat vriendschap met – in mijn geval – vrouwen wel kan, maar alleen zolang ze niet mooi zijn. (Hier merk ik graag even op dat mijn vriendschappelijke vriendinnen elk op hun eigen manier mooi zijn, maar dat er toch echt geen sprake is van seksuele aantrekkingskracht). Hiermee wordt het probleem alleen maar groter: bij het kiezen van je vrienden opletten dat er geen al te knappe exemplaren tussen zitten, lijkt me onpraktisch. En ook tamelijk onaardig tegenover de mensen die dan wél je vriend mogen zijn.

Tijdens het verjaardagsfeestje werd nog beargumenteerd dat mannen en vrouwen ‘gewoon te verschillend’ zijn. Die uitspraak is zo algemeen dat hij haast niet te ontkrachten is, maar daarmee ook alle waarde verliest. Daarbij is het een houding die uiteindelijk betekent dat je de persoon van wie je het meeste houdt, verbiedt om met de helft van de wereldbevolking om te gaan.

Er is nog een factor die hier een rol speelt. De manier waarop wij met vriendschap omgaan, is een cultureel fenomeen. Het is binnen onze cultuur – en binnen veel andere culturen – kennelijk minder gebruikelijk om met iemand van het andere geslacht bevriend te zijn. Zoiets houdt zichzelf in stand: het wordt als afwijkend van de norm gezien, dus gebeurt het minder, waardoor het afwijkend blijft. Tegelijk is er binnen nagenoeg elke cultuur sprake van ongelijkheid tussen de seksen. Denk aan salarisverschillen, het glazen plafond, politieke vertegenwoordiging, ouderschapsverlof. Als mannen vooral met mannen omgaan en vrouwen vooral met vrouwen, overlappen zowel hun professionele als hun persoonlijke netwerken maar weinig. Dat betekent minder uitwisseling van zienswijzen en ideeën tussen de geslachten, en minder geslachtelijke variatie binnen groepen. Logisch dat de ongelijkheid blijft bestaan.

In een samenleving waar vriendschap tussen mannen en vrouwen normaal is, worden de verschillen die er wel zijn vanzelf kleiner. Vrienden wisselen kennis uit, maar ook overtuigingen. Ik verheug me op een buurman die samen met de vrouw van de overkant een autoband vervangt, ondertussen pratend over zijn omgang met de zwangerschap van zijn vrouw.

Kinderen die zien dat hun ouders beide met mannen en vrouwen bevriend zijn, accepteren dat ongetwijfeld als normaal. Als geslacht in een samenleving geen (of een kleinere) rol speelt, verdwijnt de ongelijkheid vanzelf. Daarvoor kunt u zich toch wel over een beetje jaloezie heen zetten?