Schokkend zijn pas die voorbarige conclusies

Verdachte bloedwaarden zijn nog geen bewijs voor dopinggebruik. Het lekken van die waarden beschadigt de schone sporter, schrijft Tom Wiggers.

Onderzoek van de Duitse televisiezender ARD suggereert grootscheeps dopinggebruik in de atletiek op basis van uitgelekte data met ‘verdachte bloedwaarden’. De bevindingen zijn in een reportage op de ARD en in meerdere krantenartikelen gepresenteerd en hebben een schok teweeg gebracht in de atletiekwereld.

Ik ben ook geschokt en wel om deze reden: het is onacceptabel dat persoonlijke, medische gegevens van sporters in handen komen van journalisten en zij hiermee de suggestie van grootschalig dopinggebruik (kunnen) wekken. Zo veronachtzamen de dopingautoriteiten hun primaire taak: het beschermen van de schone sporter. Een verdachte bloedwaarde is namelijk niet hetzelfde als een positieve dopingtest en is dus geen bewijs voor dopinggebruik.

In de reportage is te zien dat de ARD in het bezit is van uitgelekte gegevens van dopingtests bij circa 5.000 atleten. Deze data zijn geanalyseerd door twee prominente dopingexperts en zij concluderen dat eenderde van alle medailles op de (middel)langeafstandsnummers bij de Olympische Spelen en WK’s vanaf 2001 zijn gewonnen door atleten met verdachte bloedwaarden.

De Nederlandse dopingexpert Douwe de Boer heeft inzage gekregen in de uitgelekte data en heeft de bloedprofielen van tien Nederlandse atleten geanalyseerd. In een krantenartikel bestempelt De Boer een aantal profielen als bovengemiddeld afwijkend, „die om nadere uitleg vragen”. Hoewel wordt aangegeven dat verdachte bloedwaarden ook door andere factoren dan dopinggebruik veroorzaakt kunnen worden, is de conclusie van het artikel, waarin termen als ‘dopinggeur’, ‘zeer dubieus’ en ‘dopinggetint’ worden gebruikt, zeer stellig: ‘wijdverspreid dopinggebruik door honderden wereldtoppers’. Dit is een voorbarige conclusie op basis van de gepresenteerde feiten, waarover zo meer.

Wat wel duidelijk is, is dat de dopingautoriteiten en wereldatletiekfederatie (IAAF) ernstig tekort zijn geschoten. Een atleet die op doping gecontroleerd wordt, moet ervan uit kunnen gaan dat er zorgvuldig met zijn of haar persoonlijke, medische gegevens wordt omgesprongen. Het uitlekken hiervan is volstrekt onacceptabel en is een veronachtzaming van het primaire doel van antidopingbeleid: het beschermen van de schone sporter.

Het regelmatig uitvoeren van bloedtesten om zo een ‘bloedprofiel’ (bloedpaspoort) op te stellen, is niet hetzelfde als een directe dopingtest. Met het opstellen van een bloedprofiel kunnen veranderingen in de loop van de tijd worden gedetecteerd en zo kan een profiel als ‘verdacht’ worden bestempeld. Om betrouwbare conclusies op basis van een bloedprofiel te kunnen trekken, zijn twee voorwaarden noodzakelijk:

1

Het is bekend wat normale veranderingen in een bloedprofiel zijn. Besef dat het hier gaat om mensen met extreme eigenschappen (talent) die extreme dingen doen (vele trainingsuren en -jaren). Daarnaast moet bekend zijn wat de invloed is van het verblijf op hoogte, van ziekte, van menstruatie en van extreme inspanning op een bloedprofiel. Dit is in mijn ogen nog onvoldoende onderzocht.

2

Er worden voldoende metingen gedaan om een betrouwbaar profiel op te stellen. Eén bloedwaarde kan dus niet als verdacht wordt aangemerkt; een bloedprofiel wel. De uitgelekte data bevatten gemiddeld 2,5 test per atleet en dat is absoluut onvoldoende om een betrouwbaar bloedprofiel op te stellen.

Vooralsnog moet het bloedpaspoort dus als een screeningsinstrument worden gezien om verdachte atleten te identificeren. Deze verdachte atleten moeten vervolgens gericht en intensief gecontroleerd worden met directe dopingtests (en dit gebeurt nu waarschijnlijk onvoldoende). Verdachte bloedwaarden zullen voorkomen bij schone atleten en bij atleten die doping gebruiken en dus is het bloedpaspoort nog onvoldoende ontwikkeld om een definitief oordeel te vellen (hoewel er al een aantal sporters geschorst is op basis van enkel hun bloedpaspoort). In mijn ogen vullen het bloedpaspoort en de directe dopingtests elkaar aan: de eerste is screenend (met kans op valspositieve resultaten) en de ander zeer specifiek (om valspositieve resultaten juist te voorkomen).

Concluderend is het te prijzen dat journalisten dit mogelijk grootschalige dopinggebruik in de atletiek aan de kaak stellen, maar bij voorbarige conclusies is niemand gebaat.

Daarnaast hoop ik dat zij, in tegenstelling tot de dopingautoriteiten en de IAAF, zorgvuldig omspringen met de uitgelekte data en de namen van atleten met verdachte/extreme bloedwaarden. Want een topatleet is nou eenmaal per definitie een extreem geval.