Mijn vriend de mensensmokkelaar – of niet?

In Izmir krioelt het van de vluchtelingen. Maar voor hen stond de boot naar Europa klaar, was Mazen beloofd. Het liep anders. Onze correspondent reist mee met vluchtelingen: deel 1 in zijn serie.

De groep Syrische vluchtelingen onder aanvoering van Mazen Ismail heeft zwemvesten meegenomen uit het vliegtuig naar Izmir. Foto Gert van Langendonck
 

De ontnuchtering kwam snel. Voordat de Syriërs in Gaziantep in het vliegtuig naar Izmir stapten, waren ze nog optimistisch geweest. Groepsleider Mazen had zijn vriend de mensensmokkelaar gebeld en die zei dat ze na aankomst nog dezelfde nacht konden oversteken naar Griekenland. De boot zou opeens wel naar Lesbos gaan, in plaats van naar Chios.

Daardoor was de sfeer goed. Al was het afscheid van familie en vrienden die in Turkije zouden achterblijven, hartverscheurend geweest.

Na de landing in Izmir bleek tot grote hilariteit dat ze allemaal hetzelfde idee hadden gehad tijdens de veiligheidsinstructies in het vliegtuig. Nu hebben ze allemaal een zwemvest. Niet zo netjes, maar de groep kan nu in ieder geval de verkopers negeren die rond het Basmane-station reddingsvesten en autobanden aan vluchtelingen verkopen.

Het is een booming business hier. In de stationsbuurt krioelt het van de vluchtelingen. Op straat haal je ze er zo uit: ze hebben allemaal dezelfde middelgrote rugzak. Ze slapen op straat of in de moskee. De Turken hebben doorgaans wel sympathie voor ze. Maar recent verschenen in de media berichten dat de toeristische sector klaagt: de vluchtelingen zouden toeristen afschrikken.

Een plein met terrasjes is het trefpunt waar vluchtelingen informatie uitwisselen en de smokkelaars ontmoeten. Het is er een geweldige drukte, de rugzakken zijn overal. Ikzelf moet mij hier in Izmir onzichtbaar maken. De smokkelaar mag niet weten dat een journalist deze reis gaat volgen.

De smokkelaars eisen meer geld

Mazen is op het terras druk in discussie. De smokkelaar is toch niet zo’n goede vriend, zo blijkt. Midden in de nacht komt het bericht dat ze toch niet vertrekken en dat ze moeten zoeken naar hotelkamers voor 45 mensen. Mazen is uitgeput.

Eerder op de avond was Hanada Al Refai, die reist met haar 68-jarige moeder in rolstoel, even aangeschoven op het terras waar ik zat te eten. Zij hadden niet genoeg geld voor het vliegtuig en waren al ’s ochtends vroeg met de bus gekomen. Ze vertelt dat het hotel waar de smokkelaar hen alvast had ondergebracht, driemaal zoveel kost als het keurige hotel om de hoek waar ik een kamer van 40 euro had genomen. En dat de smokkelaars meer geld willen voor de overtocht.

In Gaziantep vond Hanada nog dat ze moesten afdingen op de prijs van 1.000 euro, omdat ze met zo’n grote groep zijn. Dat was niet zo gek bedacht: in Egypte reist een vluchteling doorgaans gratis als hij tien anderen meebrengt.

Het pakt anders uit. „De deal was dat de kinderen gratis reisden”, zegt Hanada. „Nu willen ze dat één op de drie kinderen het volle pond betaalt. Anders gaat het niet door en zitten jullie hier vast, zeiden ze.”

We zijn nog niet weg uit Izmir.