Letse sterrennacht, in klanken

In de compositie ‘Plainscapes’ die op het Delft Chamber Music Festival klonk, roept Vasks meer de Letse natuur op dan de verscheurde Letse historie.

Foto Kurt van der Elst

Wanneer je muziek wereldwijd zo veel gespeeld wordt als die van Peteris Vasks zie je wel eens een uitvoering over het hoofd. De Letse componist was blij verheugd om te horen dat zijn Plainscapes (2002) op deze week op het programma stond van het Delft Chamber Music Festival.

Vasks (1946) brengt zoveel mogelijk tijd door in de afzondering van zijn zomerhuis, op zo’n 100 kilometer van Riga. Het simpele leven spreekt hem aan, vertelt hij aan de telefoon, en hier vindt hij de twee dingen die hij nodig heeft om te componeren: eenzaamheid en ongerepte natuur. Zijn internationale succes is uiteraard geweldig, haast hij zich te zeggen, en zeker voor iemand die zijn eerste halve eeuw doorbracht in de gigantische gevangenis van het sovjetimperium behoort vrij reizen tot de wonderen van de wereld. Maar om zijn muziek te kunnen schrijven is het nodig dat hij zich terugtrekt. „Een ochtendwandeling, dan werken, ’s avonds nog een wandeling. Alle dagen zien er hetzelfde uit”, zegt Vasks tevreden.

In het voorgaande zitten de beide elementen besloten die Vasks’ muziek steeds hebben gekenmerkt: enerzijds de grootse natuur, anderzijds de wrede menselijke geschiedenis, die hij aan den lijve heeft ondervonden. Al benadrukt Vasks dat dat laatste thema met de jaren naar de achtergrond verdwijnt. „Ik zoek in mijn muziek naar harmonie, zoals ik die aantref in de natuur. De tragische en dramatische thema’s spelen veel minder een rol. Ik wil in klank een wereld oproepen die harmonischer is dan de wereld die ons omringt.”

Vaks bewaart goede herinneringen aan de Nederlandse musici, zoals Amsterdam Sinfonietta, dat in 2012 samen met Sol Gabetta zijn Celloconcert in première bracht. Bovendien blijkt een van Vasks’ lievelingscomponisten een Nederlander: „Joep Franssens vind ik een geniaal”, zegt hij. „De cd van zijn koorwerk Harmony of the Spheres draai ik regelmatig. Vreemd dat iemand als Arvo Pärt wél wereldberoemd is en Joep Franssens niet.”

Vasks’ eigen roem kwam relatief laat. Zoals zovele sovjetkunstenaars had hij een ongemakkelijke relatie met het regime en werden zijn mogelijkheden ingeperkt door het IJzeren Gordijn. Vasks vertelt over de gewelddadige geschiedenis van zijn land in de twintigste eeuw: in twee wereldoorlogen lag Letland in de frontlinie, na de Duitse bezetting volgde de inlijving bij het sovjetrijk en nieuwe Russische dreiging van Poetin.

De historische dimensie mag nu in zijn werk minder prominent aanwezig zijn, de natuurevocatie is er alleen maar sterker om geworden. Vasks wordt wel vergeleken met Arvo Pärt, maar diens minimal music is slechts één facet van Vasks’ muzikale taal. Belangrijk voor hem is Sibelius, de Fin die de overweldigende noordse natuur in romantische klanken vatte.

Iets vergelijkbaars heeft Vasks in Plainscapes gedaan met de natuur van Letland. „Net als Nederland is Letland vlak”, vertelt Vasks. „Maar hier heb je nauwelijks lichtvervuiling. Plainscapes gaat over zo’n geweldige sterrennacht die je in de omgeving van mijn zomerhuis kunt zien.” Wegstaren in die grootsheid is een meditatieve ervaring die Vasks verklankt heeft in sprankelende muziek, een speldenkussen van welluidende tonen. Dan volgt de zonsopgang en het ontwaken van de natuur, met fascinerende vogelimitaties door de zangers.