Jonge keepster Aarts is nu al goud waard

Nederland wint halve finale van Italië na strafworpen en speelt morgenavond WK-finale tegen Verenigde Staten.

In het internationale waterpolo zijn het nog rookies, zonder noemenswaardige ervaring. Maar voor de Nederlandse ploeg zijn ze op het wereldkampioenschap in Kazan al goud waard, zo jong als ze zijn: Maud Megens (19) en keepster Laura Aarts (18) namen de ploeg van bondscoach Arno Havenga gisteravond in de halve finale op sleeptouw. Na een zinderende serie strafworpen, waarin Aarts met drie reddingen een hoofdrol speelde, versloeg Nederland in de koude avondlucht van Tatarstan de grote Europese rivaal Italië.

Nederland speelt morgenavond de eerste grote finale sinds die magische Spelen van Beijing (2008), toen Nederland te sterk was voor de Verenigde Staten. Net als destijds in Beijing is Amerika de tegenstander. „Heel gaaf”, jubelde Aarts, die de beslissende strafbal stopte na een serie van veertien. Het WK in Kazan is haar eerste seniorentoernooi, maar het lijkt haar niets te doen. „Ik was even gestresst toen de penalty’s begonnen, maar toen ik het water in dook was dat helemaal weg. Ik dacht: kom maar op.”

Niet tevreden met zilver

De ploeg van Havenga schreef geschiedenis met de opmerkelijke zege op Italië. Het is voor het eerst sinds 1998 (Perth) dat de Nederlandse ploeg weer eens om goud speelt op een WK. Destijds verloor Nederland in de finale van Italië. De laatste – en enige – wereldtitel dateert van 1991, toen Megens’ moeder Patricia deel uitmaakte van de kampioensploeg. Haar dochter Maud kan de stand in huize-Megens morgenavond gelijktrekken. „Tevreden met zilver zijn we nooit”, zei ze na afloop. „Dit is een opstap naar iets heel groots en moois.”

Maar makkelijk ging het allerminst, gisteravond in Kazan, voor een handjevol toeschouwers. Halverwege de wedstrijd leek er geen vuiltje aan de lucht, toen Nederland met 5-1 leidde tegen de hard spelende Italiaanse ploeg. Megens was aanvallend de motor met vier doelpunten, de een nog mooier dan de ander. Maar in de tweede helft stokte de Nederlandse productie plotseling, en Italië sloop terug in de wedstrijd, opzichtig geholpen door de Russisch-Kroatische arbitrage. Nederland kreeg nauwelijks nog kansen, en Italië maakte vlak voor tijd de gelijkmaker (5-5), genoeg om penalty’s af te dwingen.

„We hebben het onnodig spannend gemaakt”, zei Havenga na afloop. „Maar de climax is er niet minder om. We hebben volledig terecht gewonnen. De eerste twee parten waren fenomenaal, we hebben supergoed gespeeld. Wij verzuimden alleen de laatste twee parten zelf te scoren. Dan is Italië een heel lepe ploeg.”

Vertrouwen

Havenga en zijn team zijn dus al verzekerd van zilver, en dat is een prestatie op zichzelf na zeven magere jaren sinds Beijing. De oud-international mag zichzelf en zijn ploeg complimenteren voor de opmars van het afgelopen jaar. Zijn ploeg beschikt, ondanks het gebrek aan ervaring op verschillende plekken, over minstens zoveel kwaliteit als het team waarmee Robin van Galen in 2008 olympisch kampioen werd.

Hoewel Nederland dichtbij is, zal het voor Havenga en zijn ploeg heel lastig worden om die wereldtitel daadwerkelijk te pakken. De Amerikaanse ploeg van nu, die gisteren in de halve finale weinig moeite had met Australië (8-6), is de afgelopen jaren beter dan Nederland. Maar Havenga, in Beijing al teammanager onder Van Galen, ziet voldoende kansen. „We hebben de laatste jaren steeds verloren van de Verenigde Staten, maar wij zijn dit toernooi enorm gegroeid. We gaan er alles aan doen om goud te behalen. Ik heb er vertrouwen in.”