In Plato’s draadstalen grot

Centre Pompidou in Parijs toont een intrigerend overzicht van de Palestijns-Britse Hatoum.

No Way III, roesvrij staal, 1996 Foto Andri Pol

Ooit, zo’n dertig jaar geleden, was Mona Hatoum een oerkracht. Maar dat wordt een beetje weggestopt, op haar grote overzicht in het Centre Pompidou in Parijs: om die kracht te ontdekken moet je je verdiepen in de documentatie van performances en lange, weinig toegankelijke video’s. Maar kijk eens naar de video Variation on Discord and Division (1984). We zien Hatoum zitten in een hok waarvan de muren en de vloer met kranten zijn bedekt. Hatoum draagt een overall, heeft een zwarte panty over haar hoofd getrokken en aanvankelijk schrobt ze de vloer met een dieprode vloeistof. Dan steekt ze met een mes door de panty, schijnbaar om het masker te verwijderen, en begint vervolgens stukken rauwe nier onder haar kleren vandaan te halen. Die snijdt ze in stukken en presenteert ze aan het publiek.

Ahum.

Of neem de performance Them and Us... and Other Divisions uit datzelfde jaar (alleen te zien in de vorm van documentatie). Terwijl een groep mensen gemoedelijk op een terras zit (de performance vindt plaats in Bracknell, Berkshire) kruipt Hatoum languit over de vloer, tussen de stoelen en de tafels door. Opnieuw is ze gekleed in een donkere overall en zit er een zwarte panty over haar hoofd. Aangekomen aan de rand van het terras pakt ze een emmer en een borstel en begint ze de stoep te schrobben met rode verf. Daarna zet ze een scherm van kranten in brand zodat een muur vol racistische graffiti zichtbaar wordt. Nee, voor minder deed Hatoum het niet in die dagen: geweld, ongelijkheid, bloed, racisme en dat allemaal liefst zo confronterend mogelijk.

Gelukkig veranderde ze van koers, net toen ze een tweede Marina Abramovic dreigde te worden – en precies die verandering maakt vermoedelijk dat de tentoonstelling in het Pompidou überhaupt bestaat. Want als Hatoums vroege performances (en Abramovic’ oeuvre als geheel) één ding laten zien, dan is het wel dat je met kunst harde klappen kunt uitdelen, keihard soms, maar dat als die klappen allemaal uit dezelfde hoek komen de toeschouwer óf murw en gedesinteresseerd voor zich uit gaat zitten staren óf gruwelend wegrent (zoals bij die nieren). Interessante kunst, zoals Hatoum die vanaf dat moment veelvuldig maakt, bestaat juist bij de gratie van het samenbrengen van schijnbare tegenstellingen.

En juist die tegenstellingen had Hatoum al van oorsprong in huis. Mona Hatoum (1952) werd geboren in Beiroet, uit Palestijnse ouders. Toen begin jaren tachtig in Libanon de oorlog uitbrak, vertrok ze naar Londen en volgde daar het grootste deel van haar artistieke opleiding, Zo raakte ze al vanaf het begin van haar leven en van haar carrière diep doordrongen van het verschil tussen culturen, van alle botsingen en problemen, maar ook van de artistieke mogelijkheden die dat oplevert. En het mooie is: na die eerste shock-performances vindt ze langzaam een vorm waarbij juist het confronteren van tegenstellingen de leidraad vormt – wat voor een. Sterker nog: dat werken met tegenstellingen wordt zo belangrijk dat op het moment dat je er in Parijs op gaat letten je er bijna giechelig van wordt, zozeer is Hatoums oeuvre ervan doortrokken. Ga maar na: man-vrouw, westers-niet westers, veiligheid-gevaar, lokaal-mondiaal, hard-zacht, geometrisch-grillig, beheersing-vrijheid, licht-donker, zichtbaar-onzichtbaar – het zit er allemaal in. Je zou het een truc kunnen noemen, een maniertje, maar voor de toeschouwer leidt het tot een interessante constatering die je zelden zo helder in de praktijk ziet gebracht: hoe meer tegenstellingen een kunstenaar in een werk weet te vangen en met elkaar weet te verbinden, hoe beter dat werk wordt.

Neem Light Sentence (1992), een van Hatoums beste installaties. Die bestaat uit 36 transparante ‘lockers’ van draadstaal, opgestapeld in drie rijen en opgesteld in een U-vorm. In het midden van die U hangt een lamp, een kaal peertje, dat van boven naar beneden heen en weer beweegt. Door die beweging ontstaat op de wanden erachter een grillig, unheimisch spel van schaduwen dat je het gevoel geeft dat je in Plato’s draadstalen grot zit– en dat je trillend tussen de twee werelden gevangen zit. Het is Hatoum op haar best: opgesloten versus vrij, licht versus donker, boven- versus onderwereld en belangrijker nog: de tegenstellingen versterken elkaar tot iets wat ongrijpbaar is, maar daardoor alleen maar spannender wordt. Of neem haar klassieker Measures of Distance (1998): een video waarin we (onder anderen) haar moeder zien, staand onder de douche. We horen Arabische tekstfragmenten die in het Engels worden voorgelezen en gesprekken over intimiteit, zowel tussen moeder en dochter als over de Arabische wereld als geheel. Opnieuw die botsingen: moeder-dochter, oud-jong, westerse-versus Arabische wereld, openbaar-privé. Maar nu merk je ook dat de tentoonstelling als geheel erdoor wordt versterkt: door Hatoums oeuvre heen is een keten van tegenstelling en (vaak beladen) thema’s ontstaan die door Hatoum in allerlei verschillende configuraties aan elkaar worden geschakeld. Zo laat ze bijna terloops de rijkdom en veelkantigheid van allerlei complexe (maatschappelijke) onderwerpen zien: van de mondiale politiek (Hatoums oeuvre zit vol plattegronden) tot vrouwelijkheid. En dat is indrukwekkend.

Helaas zit er wel een nadeel aan die werkwijze: Hatoum maakt soms net te veel flauwe, theatrale werken, die vaak op één enkele tegenstelling zijn gebaseerd. Neem Natura morta (medical cabinet) (2012): een kastje waarin twaalf handgranaten liggen die uit Murano-glas zijn geblazen – enkelvoudig en kinderachtig. Maar daar staat dan weer de prachtige ’haarinstallatie’ Recollection (1995) tegenover. Over de vloer van een kleine ruimte liggen haarballetjes verspreid, op een tafel staat een weefgetouwtje waarin haarmatjes kunnen worden gevlochten en vanuit het plafond hangt een reeks lange haren naar beneden – die zijn zo dun dat je ze nauwelijks ziet, maar je voelt ze wel als geesten langs je huid strijken als je door de ruimte loopt. Juist die onzichtbaarheid brengt alles weer bij elkaar: alsof Hatoum laat zien dat alles met alles samenhangt, dat wie aan het ene trekt, het ander beïnvloedt, zelfs of misschien juist als je dat niet in de gaten hebt. Hatoums oerkracht is verstild geraakt.