Column

Hijsneuzen, waar waren jullie eerder?

Al die kraankenners en takelexperts: waarom hoorden we ze niet bij al die eerdere ongevallen met hijskranen, vraagt Christiaan Weijts zich af.

Pal tegenover mijn ouderlijk huis is ook eens een hijskraan omgevallen. Het was halverwege de jaren tachtig, in de Leidse Merenwijk. Een bouwvakker kreeg het ding op z’n hoofd en overleed. Niemand van ons was getuige, al leek onze papegaai wel wat van slag.

„Die heeft het natuurlijk zien gebeuren!” riep mijn moeder panisch uit. „Die heeft het allemaal meegekregen!”

Toch kwamen er geen cameraploegen om onze papegaai te interviewen. Het hele ongeval kwam niet eens op het journaal. Er waren geen amateurfilmpjes van. Er waren geen experts die uitleg gaven. Het was een regionaal nieuwtje, zoals het een regionaal nieuwtje was toen in april een heistelling in Maasdijk omviel, of toen een hijskraan in januari op een huis in Spijkenisse viel. Een maand eerder verwoeste een gevallen kraan in IJsselstein een huis – die val werd wel wereldnieuws, maar dat was omdat hij er geplaatst was voor een bizar huwelijksaanzoek.

Waar waren de experts toen er diezelfde maand een kraan omviel in Nieuwegein? Of toen er in oktober 2013 eentje op het spoor viel in Eindhoven, of in 2010 in Rosmalen…

Wie even googlet, ontdekt dat hijskranen en heistellingen bij bosjes omkukelen, omwaaien, inzakken en afbreken. Onze kranen lijden collectief aan de vallende ziekte.

Waar waren ze? Waar waren al die mannen die nu gebaren zitten te maken bij die telefoonfilmpjes in slowmotion, en die me doen denken aan die buurmannen op de camping, die je, met hun handen in de zij, vertellen hoe je je scheerlijnen moet aanspannen, je ondergrond moet egaliseren, en je barbecue met je luchtbedpomp moet aanblazen.

Nu Nederland, zelfs in vakantietijd, zo’n omvangrijk leger aan kraankenners en takelexperts blijkt te tellen, vraag je je af waarom die zolang hebben gezwegen. Er kunnen twee dingen aan de hand zijn. Of er is iets structureel mis in ons takel- en kraanwezen – en dan hadden al die experts de morele plicht de noodklok te luiden en het incident in Alphen te voorkomen. Of al die hijsneuzen zijn toch niet zulke grote denkers, maar omdat we nu eenmaal in een wereld leven die elk risico heeft uitgebannen, mogen ongelukken niet langer ongelukken zijn. Iemand moet schuld hebben, en dat werd het bouwbedrijf, dat het aureool van amateurisme nog eens versterkte door de klungelige communicatie: eerst dat krampachtige zwijgen, daarna die ongeorganiseerde persverklaring op de stoep van het gemeentehuis.

In de lobby van het hotel in Overijssel waar ik dit tik, hoor ik nu ook weer twee mannen driftig discussiëren over pontons en zwaartepunten, allemaal op zo’n toontje van had het nu maar aan mij overgelaten. Dat is het geluk bij dit ongeluk: dat we er lustig op los kunnen papegaaien.