Het hart was in Renaissance ook orgaan waarmee je dacht

Op het artikel over de vraag of Michelangelo in de Sixtijnse Kapel God in een hartvorm schilderde, in het CS van vorige week, reageerden veel lezers. Een selectie uit hun brieven.

CS vorige week met artikel theorie Pieter Both over Michelangelo

Hart was orgaan met kennis

In het interessante artikel Het hart van Michelangelo wordt ingegaan op de betekenis van het hart in kunst en theologie in de tijd van de Renaissance. Daarbij wordt regelmatig gewag gemaakt van de symbolische en theologische betekenis van het hart, bijvoorbeeld als de plaats waar God in ons huist.

Ik wil erop wijzen dat het hart in de Renaissance ook werkelijk als orgaan gezien werd met eigen kennis, gevoelens en volgens sommigen zelfs denkvermogen. Als we in de menskunde van toen duiken dan zien we dat de rol van het hart heel concreet was. Veel artsen en wetenschappers gingen ervan uit dat het hart de kern van ons mensen was en dat onze eigenschappen nog het meest door het hart bepaald werden. Uitspraken als ‘het hart op de goede plek hebben’ stammen waarschijnlijk van deze vroeger algemeen geaccepteerde intuïties af. Het hart vervulde taken die we tegenwoordig aan de hersenen toeschrijven: het kon weten, voelen, verlangen en betekenis geven. Marsilio Ficino, geestelijke, arts en Plato-vertaler, beschreef hoe de ziel vanuit het hart door het hele lichaam straalde (Liber de vita, 1489). In zijn mensbeeld speelde ons innerlijk leven zich net zo goed in het hoofd als in het hart af, in voortdurende wisselwerking. Vanuit die wisselwerking was een hele psychologie op te bouwen. Waanzin bijvoorbeeld, kon door het hoofd veroorzaakt zijn – dan was het herkenbaar aan verstoringen van de denkwegen en de verbeelding. En het kon door het hart veroorzaakt zijn – verscheurende gevoelens, angsten, somberheid.

Terwijl we er tegenwoordig van uitgaan dat verstand én gevoel vanuit de hersenen aangestuurd worden (‘wij zijn ons brein’), veronderstelde men tot ver in de zeventiende eeuw wisselwerkingen tussen hoofd, hart en andere organen. Ons brein had daarbij de taak te verbeelden en fantaseren, ons hart gaf daaraan betekenis. ‘So reciprocal are the relations between hart and brain’, schreef filosoof Thomas Hobbes (Leviathan, 1651). Dat hersenen konden denken was toen nog zo goed als ondenkbaar.

Of Michelangelo nu wel of niet een hart schilderde van waaruit God Adam de wereld in stuurde, durf ik niet te zeggen. Wat ik wel wil laten zien is dat de menskunde van toen, of psychologie zoals we het tegenwoordig noemen, een extra dimensie toevoegt. Dan vinden we het hart niet alleen als symbool of religieus teken, maar ook als voelend en kennend orgaan, heel concreet van vlees en bloed maar tegelijkertijd heilig en de bron van leven en weten.

, Den Haag

Autopsie

Sectie plegen mocht in Rome

In het artikel Het hart van Michelangelo over een nieuwe iconologische betekenis van de rode mantel van de Godfiguur, afgebeeld op het gewelf van de Sixtijnse Kapel, las ik onder het kopje ‘Clandestiene laboratoria’ het volgende: ‘Anatomische lessen waren in het Rome van de vroege zestiende eeuw niet toegankelijk voor kunstenaars. De kerk had elke vorm van ontleding verboden, het menselijk lichaam was immers een heilig mysterie. [...] Kunstenaars als Leonardo da Vinci huurden professionele grafschenders in, die lijken van geëxecuteerde misdadigers opgroeven en naar clandestiene laboratoria smokkelden.’

Die uitspraak dient weerlegd te worden. Pauselijke regels hadden het vanaf 1368 officieel mogelijk gemaakt om autopsie uit te voeren op een menselijk lichaam, maar in de pauselijke wet was vastgelegd dat alleen de lijken van onbekende en oneerbare personen daarvoor in aanmerking kwamen. [...] Toen in 1495 een onbekende ziekte (later syfilis genoemd) uitbrak, maande paus Alexander VI twee van zijn meest kundige lijfartsen, Pietro Pintor (ca. 1423-1503) en Gaspare Torrella (ca. 1452-1520) om sectie te plegen op mensen die daaraan waren overleden. Autopsie moest de dokters helpen om de ziekte beter te doorgronden en zo snel mogelijk een adequate behandeling te ontwikkelen. Ook aan de universiteiten (niet alleen die van Bologna, maar ook die van Rome, Padua, Ferrara en Bologna) werd naarstig gezocht naar een manier om de ziekte te genezen. Deze ontwikkeling leidde rond 1500 tot de openbare anatomische les en tot publicaties met praktische instructies voor lijkschouwing.

Het klinkt bovendien wat al te romantisch om te stellen dat Michelangelo opgegraven lichamen bij kaarslicht ontleedde (hij kan ook olielampen hebben gebruikt). Die lichamen moeten in te ver gevorderde staat van ontbinding hebben verkeerd.

Dr. L.L. Raimond-Waarts, Den Haag

Anatomie

Rode voorhang uit de Bijbel

Sandra Smallenburg beschrijft in haar artikel over het beroemde fresco van Michelangelo in de Sixtijnse kapel een nieuwe interpretatie van de ‘rode draperie’ van God door Pieter Both. Hij zou daar een hart in zien. Argumenten om dit te bewijzen worden gevonden in de belangstelling die Michelangelo voor anatomie gehad zou hebben. De draperie doet mij juist denken aan de welbekende bijbelse ‘voorhang’ die het heilige der heiligen scheidde. De voorgestelde putti, of cherubijnen, duiden op de aanwezigheid van God en versterken daarmee zijn bijzondere positie.

„Maak een voorhangsel van [...] en karmozijnrode […]” (Ex.26:31). Het rood zou kunnen verwijzen naar die voorhang, maar ook naar de zonden (Jes.1:18).

De ‘voorhang’ zo vaak toegepast in de kunst maar veelal gezien als een decoratie, een gordijn, zou wel van een grotere symbolische betekenis kunnen zijn dan tot nu toe gedacht. Het veronderstelde lichaamsnimbus heeft wellicht een directe connotatie met de tabernakel. We moeten de betekenis mijns inziens niet in de anatomie maar in de Bijbel zoeken.

Marie-Sophie van Leeuwen

Etymologie

Credo: ‘Ik schenk mijn hart’

Volgens het boeiende artikel van Sandra Smallenburg zou Michelangelo bij zijn De Schepping uitgegaan zijn van het hart. Zij noemt heel wat verklaringen van dit kunstwerk, maar over de etymologie van het begrip ‘credo’ schrijft zij niets. Toch kan deze wellicht een aardige aanvulling zijn .

Credo wordt meestal vertaald als ik geloof, ook volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Ooit heb ik de volgende uitleg gelezen: credo is terug te voeren tot: ‘ik geef’: ‘cr’ is een samentrekking van het Latijnse woord ‘cor’ (hart) en ‘do’ staat voor de eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ‘donare’, (geven). Credo zou dan betekenen: ik schenk mijn hart, ik vertrouw; mijns inziens een diepzinniger vertaling dan het toch enigszins rationele ik geloof.

Jos Knipping, Apeldoorn

Neurochirurgie

Meer anatomische speculaties

Naar aanleiding van het interessante stuk Het hart van Michelangelo wil ik u wijzen op de publicatie van mijn collega Tamargo, neurochirurg in Boston, in het blad Neuro Surgery van mei 2010. Hij maakte een studie van De Schepping van Adam en andere fresco’s. Met de nodige fantasie zijn er meerdere structuren te onderscheiden die zouden refereren naar (onderdelen van) het menselijk zenuwstelsel; brein, ruggemerg, hersenstam, optische systeem (oogbollen met oogzenuwen).

Rob JM Groen, neurochirurg UMCG