Door stofje in darm kan regenworm planten eten

Regenwormen produceren een zeperig goedje in hun darmen dat plantengif onschadelijk maakt. Zonder deze stof zouden de wormen geen planten kunnen eten. Dat schreef een Europees team van biologen gisteren in Nature Communications.

Regenwormen maken de bodem vruchtbaar. Op hun tochten door de aarde en afgevallen blad eten ze dood organisch materiaal. Wat ze uitpoepen komt beschikbaar voor planten.

Afgevallen blad zit vol polyfenol. Planten maken polyfenolen om zich te verdedigen tegen planteneters. De polyfenolen leggen de verteringsenzymen van dieren stil.

Maar niet in de regenworm. De biologen vonden achterin de regenwormdarm een stof ze drilodefensine noemden. Het is een oppervlakte-actieve stof, zoals die in zepen zitten, die de polyfenolen waarschijnlijk omhult en afvoert.

De biologen kwamen de stof op het spoor toen ze regenwormen haver of eikenblad voerden. Alleen wormen die eikenblad kregen maakten drilodefensine. Verre verwanten van de regenworm, zoals bloedzuigers of slingerwormen, maken de stof niet.

Drilodefensine is onmisbaar voor het afbreken van dood plantenmateriaal, denken de biologen. Per hectare zit er ongeveer 500 kilo regenworm in de grond. Dat betekent dat drilodefensine geen zeldzame stof is: in de Europese bodem zit een miljoen ton, schatten de biologen.