Column

Deze dokter draagt een zomerjurk

Sinds een poosje bijt mijn moeder regelmatig ’s nachts op haar tong. Is het epilepsie? Een bange droom? Moet ze naar de wc en valt ze dan? Niemand die het weet. Haar verzorgsters hebben een sensor bij haar bed gezet, zodat er bij hen een alarm afgaat als mijn moeder vreemde bewegingen maakt. Maar het alarm gaat nooit af en toch bijt ze nog steeds op haar tong. En niet zo zachtjes ook. De eerste keer, met Kerst, raakte de tong ontstoken. Vervolgens raakten haar longen ontstoken. Dus nu halen de verzorgsters meteen de dokter erbij als het weer eens gebeurd is. En omdat ik mijn moeders mentor ben, kom ik dan als het even kan ook.

„Moeder.”

„Ja?”

„De dokter komt zo, hè.”

„Waarom dan?”

„U heeft op uw tong gebeten.”

„O, daar weet ik niks van. Is het ernstig?”

Komt de dokter binnen, meestal een vrolijke jonge vrouw die haar hand geruststellend op mijn moeders arm legt. „Mevrouw Brak, ik ben dokter […], kunt u vertellen wat er met u is?”

„De dokter? Bent u de dokter?” Verwarring. Dokters hebben witte jassen aan en deze dokter draagt een zomerjurk.

„Mevrouw Brak, mag ik even in uw mond kijken?”

„Ja hoor, maar waarom dan?”

„U heeft op uw tong gebeten.”

„O, daar weet ik niks van. Is het ernstig? Wie bent u?”

Zit ik in een mdo (multidisciplinair overleg) met de vaste arts, een verzorgster en de psycholoog. „Is het een idee”, vraag ik, „als de dokter van dienst een witte jas aantrekt als ze bij mijn moeder komt?”

„Zou ik best willen”, zegt de arts. Rode krullen, vier kinderen. „Zeker als mensen achterdochtig of obstinaat zijn. Maar het mag niet meer.” Voorschrift. Kinderartsen, psychiaters, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde (zo heten verpleeghuisartsen tegenwoordig) dragen zelden meer een witte jas, om de afstand met de patiënt te verkleinen. Anders kan de patiënt wittejassenhypertensie krijgen, dat is onderzocht. En voor de hygiëne maakt het niets uit, dat is ook onderzocht.

Ik geloof het graag, maar toch, soms, als het zo uitkomt... „Ja” zegt de arts, „vooral omdat ze hier” – ze wijst om zich heen – „proberen voor de bewoners alles zo herkenbaar mogelijk te maken.” Soms doet ze een stethoscoop om, dat wil nog wel eens helpen.

Ik bel de directrice van het verpleeghuis. Ze vertelt me over de visie waarmee in dit huis gewerkt wordt, ken ik die niet? Alles wordt hier aangepast aan hoe de bewoners de wereld zien en beleven.

Aha. En is in die wereld de dokter niet iemand in een witte jas?

„Misschien. Maar die kan angst en stress oproepen.”

Of geeft rust en zekerheid.

Maar nee, dat zie ik verkeerd. Witte jassen imponeren, witte jassen staan voor drang en dwang. En als dokters het daarvan moeten hebben, zijn ze niet goed bezig.

Ik geef het op en denk: over een paar jaar is het allemaal vast weer anders.