De werkelijkheid licht haar rokken voor de kunst

Marino Marini. A’dam-E.V.A. De keten van St. Joris. Tino Sehgal.

Marino Marini: Cavallo (1952) Foto Museum Beelden aan zee

De beeldhouwer Marino Marini associeer ik met zijn lekkere beeld in het voorhof van Peggy Guggenheims Venetiaanse palazzo: een hengst in de aanval, zijn horizontaal gestrekte hals wordt geëchood door ’s ruiters fiere erectie – die overigens is voorzien van een schroefdraad, zodat Peggy hem naar believen wat hoger of wat lager kon schroeven. Die stijve is geen grap. Hij verheft een abstracte pose naar de bonzende werkelijkheid.

Vier jaar later, in 1952, maakte Marini een heel ander paard. Een paardje. Ik bekijk het in het Scheveningse museum Beelden aan Zee. Een anonieme weldoener schonk het, het staat er nog maar net.

Terwijl het paardje in een flits achterom kijkt, zakt het door zijn voorhoefjes. Zo ziet schrik eruit. Met het blote oog niet te vatten, nu toch zichtbaar. De werkelijkheid licht haar rokken en we kijken er even onder.

Ook in het Rijksmuseum zie ik een nieuw verworven stuk: een zeldzame middeleeuwse mannenketting, wisseltrofee van het schuttersgilde Sint Joris. In het uitzinnige edelsmeedwerk ontdek ik knielende vrouwen. Konijnen. Reigers met kuikens. En Sint Joris op zijn paard. Bij deze aanwinst is een kleine drakententoonstelling ingericht. Op een gravure kijkt een drakenkleuter geschrokken toe hoe zijn vader wordt gespiest – en voel ik een aai van de middeleeuwse realiteit.

Midden in Amsterdam filmt Norbert ter Hall voor de derde reeks van zijn bejubelde tv-serie A’dam – E.V.A. Pauze. Er wordt gegeten. Ik krijg ook een bord, we praten. Hij filmt graag op straat, met de acteurs tussen de Amsterdammers. En die doen wat ze willen. Lastig? Nee hoor. „Kijkt er iemand in de camera, dan denkt de kijker: hé, dus ze lopen écht in Amsterdam. Het doorbreekt de betovering. En toch heeft het een realistisch effect.”

Een meisje van een jaar of 12 beweegt zich als een Japans tekenfilmfiguurtje door een zaal in het Stedelijk Museum. Ze is deel van een kunstwerk van Tino Sehgal: Ann Lee. Sinds januari presenteert het museum telkens een ander werk van hem, altijd met een mens. Steeds weer zag ik hoe Sehgal de werkelijkheid lek steekt, want zo werkt het realisme van een menselijke handeling in een museumzaal. Zingen. Echt en niet echt vervloeien: kunst is werkelijkheid is kunst is werkelijkheid.

Maar dit is geen zanger of acteur, dit is een kind. Een kind dat instructies volgt, maar eerst: een kind. Realistischer bestaat niet. Niks kunst. Het pakt anders uit. Dit kind is weerloos. Je kunt haar maken en breken, maar dat is het laatste wat je wilt. En precies dat gevoel wekt een kunstwerk.

Er piept even een hoofdje om de hoek: nóg een meisje. Zometeen is zij aan de beurt om Ann Lee uit te voeren. Dit hoort er niet bij, maar het effect is grandioos. Hier wordt de kunst alsnog door de werkelijkheid gevloerd.