Column

De mentale kracht van Dumoulin en Diederen

De foto die Tom Dumoulin op zijn Twitterpagina plaatste zou zo op een ansichtkaart kunnen. Op de achtergrond blauwe bergen met witte toppen, op de voorgrond een hutje boven de boomgrens. Vale koeien grazen achten een houten afrastering. ‘Good Morning’ staat erboven, meer niet. Is de Maastrichtenaar met vakantie, of is hij op hoogtestage om het WK tijdrijden voor te bereiden? Ik vermoed het laatste. Eerder meldde hij dat de schouderbreuk sneller geneest dan verwacht; hij kon weer op een fiets zitten. Tom lijkt zijn Tour die maar drie dagen duurde haast vergeten.

Vier dagen geleden twitterde Tom: „Bas Diederen, 130 kilometer op de 55/13 en dan nog winnen. #held”. Toms provinciegenoot won zondag de Ironman in Maastricht. Het ging niet zonder slag of stoot. Na 50 van de 180 kilometer fietsen begaf de batterij van zijn elektronische versnellingsapparaat het. Hij ploegde voort op een verzet dat meestal in afdalingen geschakeld wordt. De komende drie maanden zal Diederen de benen nog wel voelen.

Een Ironman is meer dan 180 kilometer fietsen. Vooraf wordt 3,8 kilometer gezwommen, nadien wacht een hele marathon te voet. Een moordende sportdiscipline. Je moet er zin in hebben, maar dat heeft Bas Diederen altijd. Hij deed er trouwens 8,5 uur over in Maastricht. In mijn ochtendkrant De Limburger las ik een gloedvol verslag van de dag. Veel tranen en emoties van uiteenlopende aard. Na de podiumceremonie moest de pers even geduld hebben om met het goud, zilver en brons te spreken. „Ze staan nu allemaal over te geven”, wist een functionaris van de organisatie.

Ook in De Limburger, de dag vóór het evenement, een lang interview met de topfavoriet. Per regel nam mijn ontzag voor Bas Diederen toe. Hoe had hij zich voorbereid? Niet. Hij was nog herstellende van de Ironman van Frankfurt van vier weken eerder. Hoe vult hij zijn tank morgenochtend? Met PowerBar-repen en cola. En tijdens de wedstrijd? Een stuk of dertig gelletjes, „dat zijn echte glucosebommetjes”. Diederen moet een maag van leer hebben om die troep te verdragen. En als de tank echt leeg is kun je de energie ergens anders vandaan halen, stelt hij. Maar „dat is een geestelijke kwestie”.

Diederen bezit het mentale vermogen fysieke pijn een zijweg in te sturen. Dat gaat heel simpel: „Hoe harder ik ga, hoe eerder ik thuis ben.” Van lieverlee treedt een bevrijdende onverschilligheid in. Eerst vecht hij om seconden, later maakt het hem niet meer uit of hij minuten verliest.

Het on-Limburgse vermogen tot zelfanalyse heeft Bas Diederen gemeen met Tom Dumoulin, al was ik er even bang voor dat die het kwijt raakte toen hij in Utrecht het gedroomde geel niet veroverde in de proloogtijdrit. Alsof hij door lava werd ingekapseld.