De Lijstjeslawine: vijf boeken over de atoombommen op Japan

Hiroshima kort na de ontploffing van de atoombom (Foto EPA)

In een wekelijkse webserie over boeken die met de actualiteit in verband gebracht kunnen worden, deze week vijf boeken over de atoombommen op Japan, omdat het vandaag precies zeventig jaar geleden is dat een Amerikaans vliegtuig een atoombom op de Japanse stad Hiroshima liet vallen.

John Hersey: Hiroshima (1946)

Schermafbeelding 2015-08-06 om 15.06.31
Precies op het moment dat de inwoners van Hiroshima op 6 augustus 1945 hun schuilkelders verlaten omdat het gevaar van een bombardement lijkt geweken wordt vanuit de Amerikaanse bommenwerper Enola Gay een atoombom op de stad geworpen. De ontploffing even daarna doodt vrijwel onmiddellijk 78.000 mensen, er zullen door de straling daarna nog velen volgen. Een jaar later, op 31 augustus 1946, kan de wereld via een speciaal nummer van tijdschrift The New Yorker kennisnemen met wat er zich onder de paddestoel boven Hiroshima afspeelde. Journalist John Hersey (1914-1993), die later genoemd zal worden als een van de grondleggers van New Journalism, een vorm van journalistiek met fictiemethodes, reconstrueert het tafereel op de grond via zes overlevenden.

Het verhaal, dat daarna al snel in boekvorm zal verschijnen, wordt decennia later door de New York University uitgeroepen tot het beste journalistieke boek van de twintigste eeuw.

Sympathiek: The New Yorker zette het originele verhaal van Hersey online. Gratis.

Masuji Ibuse: Black Rain (1966)

Black_rain_book_cover
In het onbetwiste meesterwerk over de atoombom op Hiroshima, de roman Zwarte regen van de Japanse auteur Masuji Ibuse, staat niet één uitroepteken. Ibuse zoekt nergens schuld. De bom heeft bij hem soms meer weg van een nucleaire natuurramp dan van een oorlogsdaad. Wel is hij cynisch over de moeizame samenwerking tussen burgers en militairen. Hij is somber over de discriminatie die de slachtoffers moeten ondergaan, nog jaren na de bom, omdat zij in dubbele zin besmet zijn. Radioactiviteit sloopt hun lichaam en tegelijkertijd zijn zij een levende herinnering aan wat anderen juist willen vergeten. Hij is geobsedeerd door alle waanzinnige details waaruit we op de een of andere manier het totaal van de krankzinnige geworden stad moeten opmaken. Ibuse denkt door een ingetogen inventaris van verwoeste levens vat te kunnen krijgen op de vernietiging van Hiroshima.

Ibuse is vol mededogen, maar hij durft nauwelijks hoop te koesteren dat het ooit nog goed komt. Hoop is iets voor mensen die niet te ver vooruit kijken. De raamvertelling die de verschillende ooggetuigenverslagen in de roman bijeen houdt is Shigematsu’s bezorgdheid voor zijn nichtje Yasuko. Eerst kan hij haar niet uithuwelijken, omdat er geroddeld wordt dat zij radioactief besmet is geraakt door de bom. Vervolgens blijken de roddels waar en moet hij toezien hoe zij steeds zieker wordt. Ibuse sluit Zwarte regen af met een mistroostig wantrouwen in happy endings:

“Shigematsu keek omhoog. ‘Als er nu een regenboog boven die heuvels verschijnt, gebeurt er een wonder’, voorspelde hij zichzelf. ‘Laat er een regenboog verschijnen, geen witte, maar een met vele kleuren, en dan zal Yasoko genezen zijn.’ Dat zei hij tegen zichzelf, terwijl hij zijn ogen op de heuvels tegenover hem gericht hield, maar al die tijd wist dat zijn wens nooit uit zou komen.”

De roman beschrijft de gevolgen van de atoomboom voor het sociale leven in Hiroshima. Het boek heeft niet het karakter van een aanklacht, het laat vooral zien hoe mensen in het radioactief besmette gebied proberen te overleven.

Dimitri Verhulst: Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008)

Schermafbeelding 2015-08-06 om 15.06.15
Erg positief komt de mens er niet af in het personageloze, Libris Prijswinnende Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Vreten, neuken, zuipen en doden – dat zijn de vier Ruiters van de Evolutie. In zijn primitieve levenshouding en nietsontziend egoïsme doet ‘’t’, zoals Verhulst de mens in dit boek noemt, misschien nog denken aan de leden van de familie Verhulst in de succesroman De helaasheid der dingen, maar er is nóg minder dat ‘’t’ uiteindelijk onderscheidt van de beesten. Niet drie miljoen jaar geleden, toen de voorouders van de oermens zich vermaakten met kindermoord en verkrachting; en ook niet drieënzestig jaar geleden, toen de industriële moord in de concentratiekampen zonder tussenpoos werd opgevolgd door de massamoord per atoombom.

Pearl S. Buck: Command the Morning (1959)

51hKjAQ2RAL._SX306_BO1,204,203,200_
Pearl Comfort Sydenstricker Buck (1892 - 1973), zoals Pearl S. Buck voor de wet heette, was in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een van de populairste schrijvers ter wereld. Ze publiceerde tientallen romans en won tientallen prijzen, waaronder de Nobelprijs voor Literatuur (in 1938). Haar belangrijkste thema was de confrontatie tussen Oost en West. Buck woonde 36 jaar in China. Vele van Bucks romans spelen er, waaronder haar bekendste werk The Good Earth.

Pearl werd geboren op 26 juni 1892 in Hillsboro, West Virginia, als dochter van twee Amerikaanse zendelingen. Haar moeder, Caroline Stulting, was van Nederlandse afkomst. Haar vader, Absalom Sydenstricker, vertaalde de Bijbel uit het Grieks in het Chinees.

In Command the Morning voert Buck een aantal Amerikaanse wetenschappers op die tijdens WO II aan de atoombom werken. De techniek achter de bom komt aan de orde, maar ook de gevolgen van het nastreven van een idee waarvan je de gevolgen niet kunt bevatten.

Kenzaburo Oë (red.): The Crazy Iris and Other Stories of the Atomic Aftermath (1984)

51+MFDsqKEL._UY250_
Dit is een selectie van verhalen over Hiroshima en Nagasaki die de Japanse Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë maakte. In het Japans heet de bundel Naar een onbekende toekomst, waarmee Oë de politieke strekking van zijn bloemlezing benadrukte. In zijn inleiding zegt hij dat ook met zoveel woorden:

“Eens te meer heb ik me bij het samenstellen van deze bloemlezing gerealiseerd dat de korte verhalen in deze bundel niet alleen maar literaire uitingen zijn van wat er in Hiroshima en Nagasaki is gebeurd in de zomer van 1945. Ze zijn ook een zeer belangrijk medium voor ideeën over de huidige wereld, waarover de dreiging hangt van een enorm uitgedijd arsenaal aan kernwapens. Ze zijn een middel om de verbeeldig te prikkelen ten aanzien van de fundamentele toestand van ons bestaan; ze zijn van belang voor het heden en voor onze tocht naar alle toekomsten.”

Oë doet de verhalen die hij in The Crazy Iris bijeen bracht tekort wanneer hij ze zo nadrukkelijk als politieke manifesten wil lezen, hoe goed hij dat ook bedoelt. De verhalen zijn vooral getuigenissen van schrijvers, van mensen die op een literaire manier hebben willen verwerken hoe ‘de wereld in een moment volledig ontmanteld’ werd, zoals de schrijver en dichter Tamiki Hara dichtte. De schrijfster Yoko Ota is daar in haar verhaal ‘Vuurvliegjes’ het duidelijkst over. Ota schrijft over het schrijven over Hiroshima. Zij gebruikt haar schrijverschap om afstand tussen haar en die fatale 6 augustus te scheppen. Hoewel zij zelf aan de bom werd blootgesteld, is zij in ‘Vuurvliegjes’ voortdurend bezig andere slachtoffers te begrijpen, alsof zij via hen beter vat krijgt op Hiroshima dan door zichzelf.

Zo ontmoet Ota een jong meisje van wie het gezicht door littekens van brandwonden gruwelijk verminkt is. Zij kan nauwelijks naar het meisje kijken maar vermant zich, want zij ziet in dit slachtoffer vooral de brokstukken van een verhaal. ‘Ik vuurde nog meer vragen op haar af. Ik had het gevoel dat ik haar voor me moest zien te winnen. De berekeningen van de schrijver kwamen bewust in me op.’ Net als veel andere schrijvers gaat het Ota niet om het waarom van de bom maar om de manier waarop de overlevenden uit het puin van hun bestaan weer een leven proberen te boetseren.

De sterkste verhalen in The Crazy Iris, zoals dat van Ota, blijken doorgaans die verhalen te zijn die op een indirecte manier Hiroshima en Nagasaki proberen vast te leggen. In ‘Het lege blik’ van Kyoko Hayashi is de setting een reünie van een meisjesschool in Nagasaki. De aanleiding is de herdenking van de leerlingen die op 9 augustus omkwamen, maar de gesprekken gaan al snel over hun schoolherinneringen en de mate waarin de bom hun eigen leven nu veranderd heeft. De gesprekken cirkelen om die fatale dag heen. Eén enkele keer werpen we een direkte blik in de hel wanneer er heel summier een micro-geschiedenis verteld wordt. De vrouwen herinneren zich een klasgenote die na de bom elke dag een blikken trommel mee naar school nam en voorzichtig op haar schoolbank neerzette. Op een dag zei een leraar haar dat blik in de la op te bergen, waarop het meisje in snikken uitbarstte. Onthutst vroeg de leraar wat er aan de hand was. In het blik bleken de as en de botten van haar ouders te zitten, die bij de bom waren omgekomen. In de ruïnes van het ouderlijk huis had het meisje de resten van haar ouders bij elkaar gezocht en nam ze elke dag mee naar school. Nagasaki is de wrange herinnering aan een wees die met de as van haar ouders rondzeult.

Een korte lijst deze week? Lees het interessante stuk in The Nation over wat er van Hiroshima terechtkwam in de fictie. “If there are any serious novels exploring the decision to drop the bomb, or the Enola Gay’s mission to Hiroshima, no bibliographer has yet uncovered them.”