De erfenis van Jan Marijnissen

Het ziet ernaar uit dat er ditmaal werkelijk iets te kiezen valt bij de SP als het gaat om het voorzitterschap van de partij. Het Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen heeft zich kandidaat gesteld. Het wachten is nu op het partijbestuur dat naar verwachting zelf ook met een kandidaat komt. En wie weet meldt zich nog wel een gegadigde. Daarmee komt een einde aan het tijdperk dat het congres van de SP voor deze functie slechts de keuze had uit: Jan Marijnissen.

In de geschiedenis van de SP is Marijnissen pas de tweede partijvoorzitter; hij volgde indertijd Hans van Hooft op en als hij straks in november terugtreedt, heeft hij de functie 27 jaar vervuld. Dat is in de hedendaagse partijpolitiek ongebruikelijk lang. Hij combineerde het partijvoorzitterschap bovendien 21 jaar met het fractieleiderschap van de SP in de Tweede Kamer, een ambitie die Gesthuizen niet heeft. Die combinatie maakte Marijnissen tot een machtig partijleider en ook nu nog zal hij zijn invloed aanwenden bij de keuze van zijn opvolger voor het partijvoorzitterschap.

Zo machtig was/is hij dat het bij sommige SP-leden ook irritatie oproept. Zoals bij de Brabantse gedeputeerde Johan van den Hout, die in maart van dit jaar in deze krant de „onaangename manier” hekelde waarop Marijnissen met partijgenoten omgaat. „Die man is zo autoritair, het is bij de wilde beesten af.” Of bij de veertien SP-leden en hun profielschets voor het voorzitterschap, die erop neerkwam dat de kandidaat niet zo iemand als Marijnissen moest zijn. Ook onlangs nog toonde de SP-voorzitter weinig begrip voor zulke opponenten: „Allemaal onzin”, zo vatte hij hun kritiek samen in het tv-programma Oog in oog. Ze worden volgens hem gedreven door „rancune”. Marijnissen: „De SP is de meest democratische partij van Nederland.”

Hoe dat zij; de SP is in de loop van haar 43-jarige geschiedenis een partij geworden die er steeds meer toe doet en dat heeft zij zeker voor een belangrijk deel aan Marijnissen te danken. Het feit dat de SP in steeds meer gemeenten en provincies met wethouders en gedeputeerden is vertegenwoordigd, laat zien dat de partij salonfähig is geworden, hoezeer het actievoeren ook in haar DNA zit.

Elke partij heeft het recht zich te organiseren hoe het haar goeddunkt. De Socialistische Partij heeft een model waarin de partijraad, met daarin de ‘gestaalde kaders’, het machtigst is. Maar zonder invloed is het congres, met afgevaardigden van de 161 lokale afdelingen, niet. Bijvoorbeeld als het gaat om het kiezen van een aantal partijbestuursleden, onder wie de voorzitter. Voor elke democratische partij geldt: het is voor de leden of afgevaardigden nog wel zo prettig als er meer dan één vakje kan worden ingekleurd.