De boze geesten in Femke Heemskerk

Ze is dit jaar de snelste vrouw ter wereld op de 200 meter vrij. Gisteren faalde ze in de finale van de WK. Mentaal stortte ze in. „Ik ben een mens, sorry daarvoor.”

Femke Heemskerk gisteren na de finale van de 200 meter vrije slag, waarin ze als laatste eindigde: „De grootste tegenstander die ik vandaag heb verslagen ben ikzelf.” Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

De „demonen”, zoals ze het zelf omschrijft, waren gekomen op dinsdag. Femke Heemskerk begon haar individuele toernooi in Kazan met een stroeve serie op haar favoriete nummer, de 200 meter vrij. Spanning, stress, energieverspilling. Ze kan het moeilijk uitleggen – zeker niet aan een groep journalisten die vlak na haar race hun microfoontjes onder haar neus duwen. Duivels, boze geesten.

De spanningen in haar hoofd liepen zelfs zo hoog op dat ze de avond voor de finale overwoog maar niet te starten. Ze ging toch. Maar gisteravond, met ruim tienduizend toeschouwers op de tribunes van de Kazan Arena, bleek welke effecten die stress op haar hebben: drie baantjes lag Heemskerk – dit jaar met afstand de snelste vrouw ter wereld op dit nummer – op kop, de laatste meters zag ze het hele veld voorbij razen.

Winnares werd, hoe kan het anders, het Amerikaanse wonderkind Katie Ledecky, eerder al wereldkampioene op de 400 en 1.500 meter – en zaterdag ongetwijfeld ook op de 800 meter.

Verkramping

De mentale problemen bij grote evenementen achtervolgen Heemskerk (27) al jaren. Vooral de WK in Shanghai (2011) staan als een berucht voorbeeld in haar geheugen gegrift. Zolang haar lichaam volledig ontspannen beweegt, hoort ze bij de besten, maar als de stress toeneemt slaat de verkramping in haar lijf toe. „Het is voor mij heel moeilijk om ontspanning te vinden als ik alles goed moet doen”, zei ze gisteravond kort na haar finale, flink geëmotioneerd. „Dan ga ik met verkramping zwemmen en dan verzuur ik heel snel. Ik vind het blijkbaar te spannend. Ik ben een mens, sorry daarvoor.”

Merkwaardig genoeg overkomt het haar alleen op de individuele nummers. Afgelopen zondag, op de 4x100 meter vrije slag met de Golden Girls, had ze nog de snelste splittijd uit haar carrière gezwommen: 51,99 seconden, een wereldtijd. „Doe even normaal Fem”, twitterde de technisch directeur van NOC*NSF, Maurits Hendriks, nog in al zijn enthousiasme.

Opgejaagd

Gisteravond klom een heel andere zwemster uit het water. Nerveus en opgejaagd, emotioneel uitgewrongen omdat ze zichzelf maar niet onder controle krijgt als de hele wereld meekijkt. „Ik ben er heel hard mee aan de slag”, zegt ze. „Ik heb nu een terugval. Als de druk het hoogst is, is het het moeilijkst. En dat is hier. Dat is mijn uitdaging. Ik heb heel veel stress gehad. Ik dacht bijna: laat maar zitten. Ik weet dat daar mijn zwakke punt ligt.”

Natuurlijk sprak ze erover met haar coach Marcel Wouda, en technisch directeur Joop Alberda. Het probleem is bekend, maar de oplossing ligt niet voor het oprapen. Meer zwemmers hebben er last van – Inge Dekker leverde jarenlang gevechten met finalestress. Marleen Veldhuis had er soms moeite mee. Wouda zelf ook in zijn tijd als topzwemmer. „We zijn al twee, drie jaar op allerlei manieren mee bezig, ook met experts van NOC*NSF”, zei Wouda, die na de Spelen van Londen coach werd van Heemskerk.

Hij constateert dat zijn pupil „enorme stappen” heeft gemaakt. Heemskerk groeide inderdaad uit tot een wereldtopper, maar de grote toernooien blijven haar achilleshiel. „Je ziet dat ze net een beetje draagkracht mist voor de last van een WK. Dat komt hier samen, en dat is treurig om te constateren. Ik vind dat ze verder is dan vier jaar geleden, maar ze is er nog niet.”

Kan ze haar probleem overwinnen?

Met het oog op de Spelen van Rio, over een jaar, is de grote vraag:is Heemskerk nog in staat het probleem te overwinnen? Wouda heeft er „vertrouwen” in. „Ik heb die twijfels niet. Ik zie de ontwikkeling en ik denk dat ze het kan leren. Anders was ik er niet aan begonnen.”

Heemskerk en Wouda hielden zich gisteren vooral vast aan de beslissing van de zwemster om, ondanks alles, toch op het startblok te klimmen voor haar finale. Dat is op zijn minst opmerkelijk voor een zwemster die dit jaar op dit nummer, ook na de finale van gisteren, de wereldranglijst aanvoert.

Heemskerk verwoordde het zo: „De grootste tegenstander die ik vandaag heb verslagen ben ikzelf. Dat is op zichzelf winst, al begrijpen jullie dat misschien niet. Ik heb toch de knop gevonden om daar te gaan staan, wat ik heel spannend vond. Ik was rustig, ik had een plan. Maar het werkt niet omdat je heel veel energie hebt verloren. Het was weer een test, en het is niet gelukt.”

Voor trainer en coach is het zaak dat Heemskerk de dagelijkse routine direct weer oppakt, zei Wouda. Vandaag en morgen wordt in Kazan het koningsnummer afgewerkt, de 100 meter vrij. Op dat nummer zwom Heemskerk in april ook de beste tijd van dit jaar, gedeeld met de Australische favoriete Cate Campbell (52,69), sneller dan Ranomi Kromowidjojo ooit was. De beste manier om af te rekenen met de boze geesten is het patroon één keer te doorbreken. Heemskerk weet dat zelf als geen ander.

Vanochtend leek ze zich enigszins hersteld te hebben van de klap van gisteren. Heemskerk plaatste zich als vijfde voor de halve finale van de 100 meter vrije slag. „Ik heb een beetje een kater van gisteren”, knikte ze.