Altijd die basdreunen in je huis

Bewoners van grote steden ervaren vaker overlast van openluchtfestivals met harde muziek. „Dan weer is er een illegaal feest, dan een bedrijfsfeest, dan weer iets van de hockeyclub.”

15.000 bezoekers trok dancefestival Flying Dutch op 15 mei in Rotterdam. In heel Nederland, verspreid over drie locaties, trok het festival 100.000 bezoekers.

Foto Paul Raats/ANP

Oh mijn god, nou word ik er ook zo een. Zo’n verwende yup van het appartementencomplex op de Silodam. Dat dacht Manouk Nelemans (52) toen ze haar eerste klacht indiende over geluidsoverlast, vanwege een festival op de naburige NDSM-werf in Amsterdam. „Maar dat is echt niet zo! Mijn kinderen hebben er ook last van.”

Het hiphopfestival Appelsap in het Amsterdamse Flevopark, aanstaande zaterdag, zou zo veel schade aanrichten aan het „leefmilieu van bewoners” dat de Vereniging Vrienden van het Flevopark een kort geding aanspande. Die verloren ze, bleek gisteren: Appelsap gaat gewoon door. Maar hun argumenten over festivals in de stad worden door meer mensen gedeeld, ook al verwierp de rechter ze allemaal. Bijna 15.000 man in een stadspark, 100 decibel aan geluid, acht dagen lang gedeeltelijke afsluiting van het park door op- en afbouw, tientallen in- en uitrijdende vrachtwagens en bestelbusjes, veel schade aan het groen – niet iedereen heeft daar trek in.

Festivals zijn populair. In Amsterdam waren er vorig jaar 300, waarvan 130 dance. In Rotterdam is het aantal evenementen voor 5.000 bezoekers of meer weer gelijk aan voor de economische crisis, en voor de rellen in Hoek van Holland in 2009, waarna het beleid strenger werd. Vorig jaar waren het er 55, waarvan 12 dancefestivals.

Klereherrie

Sacha Prins (44) uit Buitenveldert, bij het Amsterdamse Bos, wordt er „gestoord” van. „Het is zo’n ongelofelijke klereherrie. Toen er zes jaar geleden voor het eerst een dancefestival was, dacht ik: wat leuk, eindelijk eens iets niet-bejaards in deze buurt. Nu vraag ik me af of ik zelf bejaard ben.”

Een feestje op zijn tijd vindt hij geen probleem, benadrukt hij. „Maar het worden er nu wel heel erg veel.” Zijn buurman, Paul de Vries (41), weet dat zelfs zeker: hij houdt precies bij wanneer hij in zijn huis versterkte muziek hoort. Dat doet hij sinds het hem in 2011 begon op te vallen dat er wel erg vaak „een beat in het bos” te horen is. Vorig jaar was het van juni tot augustus praktisch elk weekend raak.

Het zijn niet alleen de festivals, zegt De Vries, die verhalen kent van bewoners waar de glazen van het aanrecht trillen – vooral de elektronische bassen ervaren mensen als storend. „Dan weer is er een illegaal feest, dan een bedrijfsfeest, dan weer iets van de hockeyclub. Het is het totaalplaatje waar mensen gek van worden.”

Het stoort hem ook dat het bos zo vaak wordt afgesloten. Johnas van Lammeren van de Amsterdamse Partij voor de Dieren heeft daar zijn speerpunt van gemaakt: stop de festivalisering van parken! Die hebben meer waarden dan alleen een economische, vindt hij. „We knabbelen de laatste rustpunten van de stad op.” Volgens hem wordt ook de schade aan de natuur op lange termijn niet onderkend.

Het Amsterdamse stadsbestuur, met daarin SP en ‘pro-festivalpartijen’ D66 en VVD, is zich bewust van de voordelen voor de stad. Festivals zorgen voor banen en een creatief klimaat, zegt D66-raadslid Reinier van Dantzig. „Dat maakt de stad aantrekkelijk voor start-ups. Er komen bovendien veel toeristen voor festivals, die geld uitgeven maar niet de drukke binnenstad ingaan.” En: „Het is natuurlijk leuker leven in een levendige stad. Mits we de balans bewaren.” Dat „begint nu wel een vraagstuk te worden”, zegt hij. Hij oppert meer spreiding en makkelijker klagen voor bewoners.

Bij Nelemans, die bij de NDSM-werf woont, heeft dat klagen nog nooit wat uitgemaakt. „In je eentje begin je niks. Het is frustrerend, er spelen zulke economische belangen.” Ook Prins voelt zich „geheel niet gesteund. Je wordt afgeserveerd met de melding: alles is legaal binnen de geluidsnormen.”

Rotterdam in de lift

In Rotterdam werd deze zomer een hevige discussie gevoerd over het evenementenbeleid, nadat een aantal vergunningen op het laatste moment werd ingetrokken en het festival Modular van club Bird voortijdig werd afgebroken, terwijl het toegestane geluidsniveau niet was overschreden. Bijna 5.500 feestvierders meldden zich aan voor een protestevenement op Facebook: „Wij zijn de generatie van de jongste stad van Nederland en laten ons niet langer wegpesten door een handjevol klagers.”

Omwonenden van parken, zoals het Kralingse Bos en het Vroesenpark, verzetten zich tegen de komst van festivals. „Het Vroesenpark heeft het formaat van een postzegel”, zegt Mauro Bussati (41). „Daar hoort een formaat-postzegel-festival bij.” Dus niet het Vrije Volk Festival, met dance. Ook de gebiedscommissie vond dat. De vergunning kwam er overigens toch.

De discussie wordt „nogal opgeblazen”, zegt Johan Moerman, directeur van Rotterdam Festivals. „Er gingen dit jaar niet opeens meer evenementen niet door.” Aan de andere kant bewaakt Rotterdam volgens hem de „spreiding in tijd en ruimte”.

„We zitten in de lift”, verklaart Rotterdams D66-raadslid Jos Verveen trots, die onlangs voorstelde de toegestane eindtijd van festivals te verruimen van 11 naar 1 uur ’s nachts. „Er zijn meer toeristen, meer hoogopgeleiden die in de stad blijven wonen. Er is behoefte aan een levendige stad.” En ja, daar hoort dat „spanningsveld” bij: meer horeca, meer bewoners die zich roeren. „Maar als je helemaal geen overlast wilt, moet je niet in Rotterdam gaan wonen.”

Rotterdam moet aan zijn populariteit wennen, zegt een woordvoerder van de gemeente. Verveen noemt een voorbeeld: „Zonder reserveren heb je geen plek meer in een restaurant. Dat was vijf jaar geleden echt anders.”

Overlast is persoonlijk: studenten hebben ’s ochtends last van gillende kinderen, ouderen ’s avonds van gillende studenten. Maar wordt overlast niet altijd erger als je erop gaat letten? De Vries, die in Amsterdam een lijst bijhoudt van de overlast: „Dat klopt. Maar als er een beat door je huis schalt, kun je daar niet níét op letten. Je moet een zenmeester zijn wil je je daar niet aan storen.”