Ze zien er niet uit als vluchtelingen. Nog niet

Correspondent Gert van Langendonck volgt een groep Syrische vluchtelingen die Fort Europa probeert binnen te komen. Hoe doen ze dat? Wat maken ze mee? En halen ze het? Vandaag de aftrap van een serie.

In een prettig parkje in de Zuid-Turkse stad Gaziantep zit bij het vallen van de avond een dozijn mensen te discussiëren. Ze wachten niet op het verbreken van het vasten, zoals veel Turken op dat moment. Het zijn Syriërs en ze bespreken de details van een epische reis die zij samen gaan ondernemen.

Het is een reis die, als alles goed gaat, moet uitmonden in een beter leven in Europa. Weg van de verschrikkingen van ruim vier jaar oorlog in Syrië, of van het onzekere vluchtelingenbestaan in Turkije.

De vluchtelingen zien er niet uit als vluchtelingen. Nog niet. De dames hebben frisse zomerjurkjes aan en dragen grote handtassen. Ook de heren lopen er netjes bij. Mazen Ismail, 32 jaar en leider van de groep, draagt een modieuze baret en een man purse.

De sfeer is gemoedelijk, niet terneergeslagen. Soms lijkt het alsof de groep op het punt staat op vakantie te vertrekken. „Het is ook wel een beetje een avontuur”, zegt de 25-jarige Firas.

Tegelijk kent iedereen de gevaren van de trip. Te beginnen met de boottocht van Turkije naar een Grieks eiland. Die week zijn 19 mensen verdronken, toen een smokkelbootje zonk op tien kilometer van de Turkse kust. Sinds januari 2014 zijn al 123 vluchtelingen verdronken tussen Griekenland en Turkije.

Dat is veel minder dan de doden die vallen tijdens de overtocht naar Italië: alleen dit jaar al bijna 2.000. Mede daarom is de zogeheten Balkanroute zo populair geworden om Europa binnen te komen. In juni zijn voor het eerst meer vluchtelingen aangekomen in Griekenland dan in Italië, verklaarde de VN.

Maar ook de Balkanroute is niet zonder gevaar. Bij elke grens die moet worden overgestoken – van Griekenland naar Macedonië, naar Servië en verder – kunnen de vluchtelingen gearresteerd of teruggestuurd worden. Ze moeten landen doorkruisen met notoir corrupte politiediensten. Er liggen criminelen op de loer die weten dat vluchtelingen cash bij zich hebben. En ze moeten uren achtereen lopen.

Hanada Al Refai, een vrouw van 53 die zeven maanden in een gevangenis van het regime-Assad heeft gezeten, maakt zich zorgen om haar oude moeder van 68 jaar. „Zij zit in een rolstoel. Kan dat op zo’n bootje?” wil ze weten.

Ze zullen het pas weten wanneer ze in Izmir de mensensmokkelaar ontmoeten. En die smokkelaars liegen altijd, ook al roept Mazen nog zo hard dat het een vriend van hem is. De beloofde plezierboot kan straks een opblaasbare rubberboot worden. En probeer daar maar eens een rolstoel in te passen.

Deze reis is niet hun eerste poging

Voor veel vluchtelingen is het niet de eerste poging om in Europa te komen. Hanada stuurde haar moeder eerder al naar Tanzania. Daar is het makkelijker om met een vals paspoort op een vliegtuig te stappen. Maar de smokkelaar verdween met het geld en Hanada’s moeder moest terug naar Turkije. Dima, die de tocht onderneemt met haar dochtertje van vijf, is net terug uit Moskou. Ze wilde van daaruit naar Finland, maar die grens bleek te goed bewaakt.

Intussen wordt de groep van Mazen groter en groter. „Maak er maar 21 van”, roept hij na een zoveelste telefoontje. „Iedereen wil met Mazen mee!” Later groeit de groep uit tot 45 personen, onder wie 18 vrouwen en 8 kinderen. De altijd optimistische Mazen begint gestrest te raken. De hele week heeft hij mensen opgehaald die zich vanuit Syrië bij de groep willen aansluiten.

Wat eerst een voordeel was – een grote groep kan afdingen op de prijs en is beter beschermd tegen dieven – wordt een probleem. De groep wordt wel erg groot. „Ik maak mij zorgen om de kinderen”, zegt Mazen.

Tijdens de vergaderingen in het park voert Hanada het hoogste woord. Mazen: „Het gaat altijd maar over geld, geld, geld.” De reis kost 1.000 euro per persoon, tot het Griekse eiland. Vanaf daar staat ieder er alleen voor. Geschat wordt dat het per persoon 2.500 euro kost om in Duitsland te raken. Nu we met zo veel zijn, vindt Hanada, moet de smokkelaar korting geven. Verder vindt Mazen het een geschikte groep. Geen vrouwen met hoofddoek, niemand vast, de meesten drinken bier. Net als hij.

Tenminste: op het laatste moment overtuigt Hanada hem om ook haar twee dochters mee te nemen. Die dragen wél een hijab, hun mannen zijn strikt religieus. Ze zijn bovendien allebei zwanger. Als dat maar goed gaat.

Maar dat zijn zorgen voor later. Eerst is er dat bootje naar Griekenland, en de rolstoel van Hanada’s moeder.