Waarom wij naar Europa willen

Correspondent Gert van Langendonck reist mee met 45 Syriërs die vanuit de Turkse stad Gaziantep naar Duitsland proberen te komen. Hij doet hiervan de komende weken verslag. Een portret van de groep.

Het is Mazen Ismail niet aan te zien dat hij anderhalf jaar in de gevangenissen van het Syrische regime heeft doorgebracht. De activist werd gepakt terwijl hij voedsel smokkelde naar rebellen die streden tegen het leger van president Assad. In de gevangenis werd hij drie keer per dag gefolterd, zegt de jonge vader van een zoon. „’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds.”

Nu is Mazen (32) de onvermoeibare leider van een groep van 45 Syriërs die samen de lange en gevaarlijke reis gaan maken naar het beloofde land: Duitsland. Ze verzamelen in de Turkse stad Gaziantep, niet ver van de Syrische grens. Waarom slaan zij op de vlucht? Wat hebben ze in Syrië meegemaakt? En waar zijn ze bang voor?

Grofweg de helft van de groep komt net als Mazen uit Salamiya: een stad die al maanden wordt belegerd door Islamitische Staat. Sommigen zijn nog maar net gevlucht, soms zelfs een dag voor de reis. Ze zijn ismaëlieten, een stroming binnen de shi’itische islam. Door de terroristen van IS worden ze beschouwd als ketters. Het is een reden waarom Salamiya al lang op de verlanglijst van IS staat.

Eén jongen uit de groep was dichtbij toen IS in maart een aanval uitvoerde op Mabojeh, een dorp op 20 kilometer afstand van Salamiya. „Toen ik ter plaatse kwam, was mijn oom in zijn huis gedood. Mijn tante en nichtje van twintig waren ontvoerd. Twee andere ooms en drie tantes lagen dood op straat.” Hij wil zijn naam liever niet in de krant in dit verband.

Familie in Damascus belde de mobiele telefoon van het ontvoerde nichtje. Ze kregen een man aan de lijn, die zei: „Jullie ismaëlieten zijn allemaal ketters, die moeten gedood worden.”

Maar bij een volgend telefoontje antwoordde een andere IS-strijder: „Ja, wij hebben jullie moeder en zus. Maar maak je geen zorgen: ik heb nog op school gezeten bij jouw moeder.”

Dat is het bijzondere aan IS in een plaats als Salamiya: het zijn de buren. De jongen uit onze groep is naar Gaziantep gereisd om contact te leggen met twee schoolkameraden van wie hij wist dat ze bij IS zitten. „Ze konden mij alleen vertellen dat het goed gaat met mijn familie. Maar ze zijn geen leiders: ze konden verder niets doen.”

Die dag heeft IS in Mabojeh zo’n 85 mensen gedood en 150 mensen ontvoerd. IS zou 12.000 dollar per persoon eisen voor hun vrijlating.

Het is slechts een kwestie van tijd voordat de extremisten van IS ook Salamiya onder de voet lopen, denkt Hala, die ook uit de stad komt en expert is in de geschiedenis van de ismaëlieten. „Onze burgemeester heeft toegegeven dat er 20.000 dienstplichtigen op het appel ontbreken en dat we dus op onszelf zijn aangewezen. Zelfs vrouwen bewapenen zich.” Twee van zulke dienstweigeraars zitten ook in de groep met vluchtelingen.

Hun minderheidspositie kan doen vermoeden dat de ismaëlieten zich eerder tot Assad-kamp rekenen dan bij de voornamelijk sunnitische opstandelingen. Dat is deels zo. Maar Salamiya was ook een plek waar in 2011 juist veel mensen de straat opgingen tegen Assad. Mazen was een van de aanvoerders van dat protest.

De oorlog heeft de relaties tussen vroegere buren gepolariseerd. Veel sunnieten uit de wijde omgeving zijn bij IS gegaan, terwijl veel ismaëlieten in Salamiya zich juist bij de shabiha, de pro-Assad-militie, hebben aangesloten. „Ik kan het eigenlijk niemand kwalijk nemen”, zegt Hala. „In een oorlog kiezen mensen nu eenmaal voor zelfbehoud.”

Ook haar 20-jarige dochter Zeina ziet geen toekomst meer in haar stad. „Het regeringsleger is nog wel aanwezig in Salamiya. Maar wij denken allemaal dat wanneer IS de aanval inzet, het leger ons in de steek laat.” Zeina is een klassiek geschoolde zangeres en hoopt in Duitsland door te breken als operazangeres.

Voor andere vluchtelingen geldt net als voor Mazen dat ze op de vlucht zijn geslagen voor het regime-Assad. Zelf werd hij gepakt tijdens een trip in 2012, waarbij hij voedsel wilde smokkelen naar rebellen in het belegerde Homs, toen zijn auto onder vuur werd genomen door het regeringsleger. De auto ging over de kop, drie inzittenden waren op slag dood. Zelf werd hij gearresteerd.

Aanvankelijk slaagde hij erin zijn ondervrager te overtuigen dat hij niet bij het verzet hoorde, maar juist door hen was gekidnapt omdat hij een ismaëliet is. Maar een slimmere officier vroeg Mazens dossier op, waaruit bleek dat hij al jaren tegen het regime ageerde. De officier stelde voor om Mazens vrouw Yara te arresteren om zijn bekentenis af te dwingen. „Ik heb toen onmiddellijk gezegd: ‘U heeft gelijk: ik ben een terrorist. Doe met mij wat u wilt, maar laat mijn vrouw met rust.’”

Begin 2013 kwam Mazen vrij in het kader van een amnestieregeling. Hij dook drie maanden onder in Salamiya en nam daarna de benen naar Turkije. Yara – toen zwanger van zoontje Khodr – werd later door het rebellenleger naar buiten gesmokkeld. Sindsdien wonen ze in Gaziantep, waar Mazen werkt als journalist voor de Syrian Emergency Task Force, een pressiegroep in Washington DC.

Ook Hanada Al Refai, 53, die de reis wil maken met haar 68-jarige moeder in rolstoel, heeft zeven maanden in de gevangenis gezeten. Zij zetelde ook in de Syrische Oppositieraad.

Zo heeft iedereen in de groep zijn eigen verhaal. Ghaitha Shaar, een mooie jonge vrouw van dertig en een nichtje van ismaëlieten-expert Hala, speelt de oud: een Midden-Oosterse versie van de luit. Zij is toegelaten tot een Duitse universiteit en krijgt daarvoor ook een visum. Maar dat is pas in december en zo lang wil Ghaitha niet wachten. „De gevechten in Damascus komen alsmaar dichterbij.”

Pas drie dagen geleden is ze uit Damascus vertrokken. „Ik hou van Damascus en bovendien heb ik meegedaan aan de revolutie. Ik wilde de mensen niet in de steek laten. Maar de revolutie gaat nergens meer over en het wordt steeds gevaarlijker. Dus toen ik hoorde dat Mazen deze reis organiseerde, heb ik besloten dat het moment gekomen was.” De voorbije vier jaar gaf ze muziekles aan Palestijnse kinderen. Haar ouders blijven achter in het door IS bedreigde Salamiya.

Muzikaal talent is een rode draad in de groep. De 21-jarige Orwa is violist. Hij wil in Berlijn muziek studeren en klassiek componist worden. En Yara Aldebeyat, 22, die er met haar blonde haar en lippiercing uitziet alsof ze al in Berlijn woont, speelde elektrische gitaar in een heavymetal-band in Syrië. De band is uit elkaar gevallen omdat iedereen is gevlucht. Ook haar vriendje woont al een jaar in Duitsland. Het is de taak van Melad Atfah, 30, zelf een gitarist met hipster-baard, om te zorgen dat Yara veilig bij hem geraakt.

Er zit ook één Koerd in de groep: Firas, een 25-jarige student Engelse literatuur. Hij ontvlucht de dienstplicht: niet die van het Syrische regeringsleger maar die van de YPG, de gewapende tak van de Syrische Koerden. „Bij de YPG gaan was tot voor kort op vrijwillige basis, maar sinds een maand of twee worden mensen gedwongen.”

De groep telt zeven Druzen, onder wie de 25-jarige Kussay en zijn vader Kemal. Kussay is de enige met een GPS-toestel dat ook zonder internet werkt en zal de groep straks de weg wijzen.

Noman en Abeer, met hun twee kinderen, hebben een bijzonder probleem: hij is sunniet, zij ismaëliet. Daardoor zijn ze noch in Salamiya noch in Aleppo welkom. Noman heeft al zestien keer geprobeerd om in Europa te komen.

Over de toekomst in Duitsland – want dat is waar bijna iedereen straks hoopt te wonen – hebben ze vaak weinig nagedacht. Veiligheid, zekerheid, goed onderwijs voor de kinderen zijn de voornaamste bekommernis voor de ouders. De jongeren hebben grotere dromen.

De realiteit van een Duits asielcentrum, gevolgd door een bestaan in een land waarvan ze de taal niet spreken, en waar goedbetaalde banen ook niet voor het oprapen liggen, zullen wellicht een domper worden.

Maar ze vinden dat ze geen keuze hebben. Reemah, 48, een psychologe uit Damascus die in Gaziantep met getraumatiseerde kinderen werkte, zegt: „Wij komen echt niet om jullie geld op te souperen. Wij willen gewoon kunnen leven. Als het enigszins kon ging ik terug naar Syrië. Want ik houd van Syrië. Wij allemaal.”