La petite mort

Een vriendin van mij heeft achtentwintig jaar geleefd zonder te weten dat een orgasme ook wel la petite mort wordt genoemd. De kleine dood, omdat je even voorbij een punt van verzet raakt. Leven stapelt zich in je op en verlaat je dan plots. Alles wordt licht. Hoewel sommige mensen zwart zien. Bovendien denk je na de ontlading: nu kan ik gelukkig sterven.

„Ik denk dat nooit”, zei ze.

Ik haastte me te zeggen dat sommigen ‘de kleine dood’ juist ervaren als een gevoel van leegte en tristesse. Na overgave volgt teleurstelling – een natuurlijk beschermingsmechanisme.

Even later belde ze op: ze was la petite mort al twee keer tegengekomen. Niet in bed, maar op tv en in een boek.

De schok van een nieuw woord. Ik weet nog dat ik erachter kwam dat ‘content’ behalve een Engelse, ook een Nederlandse betekenis heeft. Content betekende dus niet alleen inhoud, maar ook tevreden. Een dag na deze vocabulaireles fietste ik van school naar huis. Op de gevel van een winkel stond: ‘Wij zijn pas Content als u dat bent.’ Al jaren fietste ik daar dagelijks langs, maar dit was de eerste keer dat ik de tekst zag. Ik schrok van het scherpe besef dat er misschien wel een heleboel dagelijkse dingen waren die ik niet waarnam. Omdat ze niet raakten aan iets wat ik al kende, omdat het me aan een kader ontbrak om ze uit te lichten.

Wanneer je nieuwe woorden leert, lijkt de wereld zich te openen.

Wanneer je nieuwe beelden ziet, lijkt de wereld zich te sluiten. Ik zie ze voor me: de voorpaginafoto’s van opengereten treinen in Madrid, nieuwsbeelden die je leren in welke knik een lijk kan liggen, de doorboorde torens in New York.

De eerste keer dat ik welbewust een intact World Trade Center zag, was ná 9/11. Daarvoor had ik heus weleens een film of ansicht van de glanzende torens voorbij zien komen, maar memorabel was het niet.

De Julianabrug in Alphen aan den Rijn zou me ook nooit zijn opgevallen.

Nieuwe beelden bieden nauwelijks nieuw begrip. Blijvende beelden lijken altijd over verstoring of destructie te gaan, alsof het geheel te vanzelfsprekend en bescheiden is en er altijd iets moet worden weggeslagen alvorens we geïnteresseerd raken. Woorden lijken juist voort te komen uit het altijd al aanwezige gevoel dat er iets ontbreekt. Pratend of schrijvend probeer je dat op te lossen.

In ‘in geval van liefde’ dicht Hannah van Wieringen:

als je meer woorden kent

heb je er minder nodig

om te raken aan wat je bedoelt

Woorden zetten een heggenschaar in de ruis. Vreemd genoeg maakt dat de wereld voller.