Schilderijen van Hieronymus Bosch die tot leven komen

‘Hard To Be a God’ toont een wereld waaruit alle schoonheid is verdwenen. Een kijkervaring die je niet licht vergeet.

Zelfs muziek biedt geen troost meer in Hard To Be a God. Als de hoofdpersoon helemaal aan het eind van de vertelling een soort hartverscheurende blues speelt op zijn zelfgemaakte instrument dat klinkt als een sopraansaxofoon, komen er net een meisje en haar vader voorbij lopen. Zij vraagt hem wat hij ervan vindt en voegt er meteen aan toe dat zij buikpijn krijgt van de klaaglijke klanken die zij hoort.

In de primitieve samenleving die Aleksej German in Hard To Be a God oproept is alle hoop verdwenen. Germans zwanenzang speelt zich af op een planeet die erg lijkt op de onze, maar is blijven steken in de Middeleeuwen. Een groep wetenschappers, onder wie hoofdpersoon Don Rumata, is erheen gestuurd met de bedoeling beschaving te brengen. Maar daarbij mogen ze niet actief ingrijpen, alleen bijsturen. Dat die hele missie is mislukt, is vanaf de openingsbeelden duidelijk.

Zelden is er een desolater beeld geschetst van het menselijk falen dan in Hard To Be a God, gebaseerd op een boek van de gebroeders Stroegatski (zie hiernaast). Het is alsof de schilderijen van Hieronymus Bosch tot leven zijn gekomen en bevolkt worden door figuranten uit late Fellini-films. De straat ligt vol modder, uitwerpselen en braaksel. Terwijl de camera er zich een weg doorheen baant, lopen er allerlei in vreemde vodden geklede mensen langs die luidruchtig hun neus ophalen, krachtig op de grond spugen of opeens hun behoefte doen. Soms kijken ze even in de camera, om dan weer verder te gaan. Ze lachen als er iemand wordt neergestoken of gemarteld. Een man haalt een besmeurde houten wc-bril uit de modder, houdt hem voor zijn gezicht en zegt: kijk, een schilderij.

Sinds de première van Hard To Be a God, twee jaar geleden op het filmfestival van Rome, is de kritiek dat de plot onnavolgbaar is. Dat klopt grotendeels maar toch is de boodschap die German uitdraagt glashelder. Zijn fraai gefilmde maar schrijnende zwart-witbeelden zíjn de boodschap. Ze schreeuwen een klassiek thema uit: Ecce homo (zie de mens) – niet toevallig ook een schilderij van Bosch.

German toont een wereld waaruit alle schoonheid is verdwenen. Intellectuelen zijn vermoord of gedeporteerd, op kunst wordt neergekeken en wat rest is een allerprimitiefste samenleving waarin het eten of gegeten worden is. Hoewel het zogenaamd 800 jaar geleden plaatsvindt op een planeet die niet de aarde is, is het evident dat German een allegorie voor ogen heeft. Het boek van de Stroegatski’s was een afrekening met de gruwelen van het Stalin-tijdperk en Germans bewerking ervan doet hetzelfde maar dan over Poetin. Zijn diep sombere boodschap beperkt zich echter niet tot Rusland, volgens de in februari 2013 gestorven cineast is de menselijke beschaving ten dode opgeschreven.

Als er iets op Hard To Be a God tegen is, is het dat hij die boodschap er drie uur lang genadeloos inhamert in steeds goorder wordende shots. Wat je er verder ook van vindt – nieuwe kleren van de keizer of gemankeerd meesterwerk – Germans film levert een unieke kijkervaring op die je niet licht vergeet.