Ongeluk Alphen vergt ook politieke verantwoording

Het ongeluk met hijskranen en een brugdeel die in Alphen aan den Rijn maandag huizen en winkels verpletterden, kende een verbazingwekkend resultaat: nul doden, uitgezonderd een hond, nul zwaargewonden, één lichtgewonde. Een groot geluk bij een ongeluk, maar dan wel het soort geluk uit de categorie waarin het de wijsheid ruimschoots overtreft.

Vanzelfsprekend moet de Onderzoeksraad voor Veiligheid nagaan welke fouten de verantwoordelijke bedrijven hebben gemaakt en moet het Openbaar Ministerie vaststellen of er sprake is van strafbare feiten. Die onderzoeken zullen maanden vergen.

Maar er is ook een vraag die raakt aan de politieke verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur, en die is niet ingewikkeld. Dat is die naar de preventie. Concreet: waarom zijn de huizen en winkels in de buurt van de Julianabrug niet vooraf ontruimd? Alleen al het feit dat bedrijven zich tegen dit soort calamiteiten verzekeren, blijkt dat zij doordrongen zijn van de risico’s van hun werk.

Burgemeester Liesbeth Spies (CDA), dit jaar als zodanig aangetreden in haar geboorteplaats, spreekt met grote omzichtigheid over haar verantwoordelijkheid. De prioriteit van de gemeente is nu gelegen in de werkzaamheden die op het ongeluk moeten volgen en de bijstand aan de getroffen bewoners en bedrijven, zegt ze. Maar het zijn niet de burgemeester en de wethouders persoonlijk die puinruimen. Zij hebben de plicht nu binnen hun eigen ambtelijk apparaat na te gaan waarom er van preventieve ontruiming was afgezien en wat de rol van de gemeentebestuurders zelf daarbij was. Zij horen daarover aan de gemeenteraad, en dus aan de Alphense bevolking, duidelijkheid te verschaffen. Zeker Spies, als voormalig minister, voormalig gedeputeerde en voormalig Kamerlid een doorgewinterd bestuurder en politicus, moet dat beseffen.

Op vragen in die richting ging ze op haar persconferentie gistermiddag, geïrriteerd, niet in. In het tv-programma Jinek gaf ze gisteravond enige duidelijkheid over het uitblijven van passende preventie: „Kennelijk had de uitvoerder aangegeven dat het zo kon.” Kennelijk. Niet een woord dat duidt op een doorwrochte analyse van het eigen handelen.

Het gemeentebestuur is uiteraard verplicht als opdrachtgever en vergunningverlener van zo’n publiek werk om scherp rekening te houden met de veiligheid van omwonenden. Spies wil dat ieder zich houdt aan de feiten. Welnu, die zijn: het is stevig misgegaan in Alphen aan den Rijn. En dat er geen slachtoffers zijn gevallen, dat het niet een grote ramp is geworden, is niet te danken aan de gemeente maar aan het toeval dat ook wel wonder wordt genoemd.